Sportmassage

Hocus pocus met spieren

door Dirk Koppenaal – Skepter 29.2 (2016)

Zowat de helft van alle behandelingen die sporters ondergaan bestaat uit massage. De klassieke Westerse — of Zweedse — massage wordt het meest toegepast, maar de scheidslijn met andere manuele technieken zoals osteopathie en chiropractie, acupressuur en hatha yoga vervaagt. Met magisch handwerk zou de masseur sportspieren in conditie houden, ze voorbereiden op de wedstrijd en hun herstel bespoedigen. Hoewel er amper bewijs is dat massage hieraan iets bijdraagt, zijn de sporters buitengewoon tevreden en denken ze niet zonder te kunnen.

Nike Taiwan biedt Marathonlopers een massage aan tijdens de ING Taipei International Marathon 2004. (foto: Rico Shen, GFDL & CC-BY-SA via Wikimedia Commons)
Nike Taiwan biedt Marathonlopers een massage aan tijdens de ING Taipei International Marathon 2004. (foto: Rico Shen, GFDL & CC-BY-SA via Wikimedia Commons)

Vraag de man aan de zijlijn hoe massage werkt, en zijn antwoord zal zijn: ‘Massage maakt de spieren los.’ Wat hij met dat losmaken bedoelt, weet hij meestal zelf ook niet. Zouden bij een stevige massage de spieren los van elkaar en los van de huid en botten getrokken te worden? Zou het bindweefsel worden opgerekt waardoor de spieren losser in hun jasje gaan zitten? Zonder vooruit te lopen op de rest van het verhaal, kunnen we alvast verklappen dat massage daar in ieder geval niets mee te maken heeft. Gelukkig maar: als de spieren zo gemakkelijk los zouden komen, zouden ze nooit de kracht hebben om onze botten te laten bewegen.

Knopen en pezen

Fysiotherapeuten verklaren op hun websites meestal dat met massage ‘spierknopen worden losgemaakt’. Spierknopen zouden dan verdikkingen in spiervezels zijn, die ontstaan als bij overbelaste spieren de vezels vast blijven zitten. Het bestaan van spierknopen — wel myofasciale triggerpoints genoemd — is niet aangetoond, zodat het ook onmogelijk is om een afname in het optreden ervan te meten.

Een andere gangbare theorie is dat massage het bloed en het lymfevocht sneller laat stromen, het bindweefsel om de spieren en dat van de pezen soepeler maakt, en dat massage door pijnbestrijding en het opwekken van reflexen de spierspanning vermindert. In theorie zou dit best waar kunnen zijn, maar dan bij mensen die niet of nauwelijks kunnen bewegen.

Het spierstelsel is immers uiterst effectief om zichzelf in conditie te houden. Zuurstofrijk bloed wordt door slagaderen aangevoerd, maar ook de aderen die het bloed afvoeren spelen een belangrijke rol. In die aderen zitten kleppen. Iedere keer als de spier ontspant stroomt nieuw bloed door de aderen, dat er weer uitgeduwd wordt als de spier zich aanspant; net zoals het hart doet als het ons bloed rondpompt. Met de bloedstroom volgt de lymfestroom. Spiervezels verkorten als de spier samentrekt en worden weer uit elkaar getrokken als de contraspier zich spant. Zonder dat we iets hoeven te doen, rekken bindweefsel en pezen met iedere spierbeweging een beetje mee. Massage voegt aan dit alles niets toe. Door een beetje te bewegen, masseren de spieren zichzelf op de best denkbare manier.

Ernstige hiaten

Pas in de jaren vijftig begonnen onderzoekers zich af te vragen of en hoe massage zou werken. De eerste meta-analyses verschenen pas veertig jaar later.

In 1998 analyseerde Edzard Ernst alle studies over massage en spierpijn na het sporten. Ernst is een autoriteit op het gebied van alternatieve behandelwijzen, en heeft over het algemeen geen goed woord over voor manuele therapieën. Van alle studies die hij onderzocht, waren er maar zeven die bruikbaar waren. Bij twee studies zagen de onderzoekers geen effect van de massage, bij de overige vijf was de spierpijn een beetje weggewreven.

De onderzoeken zijn niet overtuigend, maar Ernst is toch redelijk positief. Sporten zou, zo meent hij, een cascade aan gebeurtenissen in de spier veroorzaken en leiden tot verhoogde druk en de afgifte van stoffen die pijn veroorzaken. Het effect van massage op doorbloeding, lymfestroom, oedeemvorming en spierspanning acht hij voldoende bewezen en een goede verklaring waarom de pijn afneemt.

Ernst baseert zich echter uitsluitend op conclusies van andere onderzoekers, en gaat voorbij aan de toepasbaarheid van het onderzoek op sporters. Zo verwijst hij naar onderzoek van de bloeddoorstroming in gemasseerde, maar verdoofde spieren. Een dergelijke proefopstelling is natuurlijk niet van toepassing op sporters.

Het belangrijkste overzichtsartikel waarnaar Ernst verwijst is dat van Geoffrey Goats uit 1994. Goats geeft een droge opsomming van massagefeiten — met een aantal curieuze bevindingen. Massage van het ene been zou bijvoorbeeld ook de doorstroming in het andere been laten toenemen. Het kloppen op spieren zou de doorstroming van slagaderlijk bloed meer doen toenemen dan kneden, terwijl anderen zagen dat juist het strijken de beste techniek was. Bloed in de aderen lijkt weer het meest te reageren op kneden. De spier zou dus een tekort aan bloed hebben bij kneden en een teveel aan bloed bij kloppen of strijken. Er is duidelijk meer onderzoek nodig, zegt Goats, maar ‘het gebruik van massage in sportgeneeskunde kan wetenschappelijk worden gerechtvaardigd.’

Claims rechtgestreken

Tien jaar later gaat Pornratshanee Weerapong in Nieuw-Zeeland nog eens grondig alle studies langs die opheldering zouden kunnen geven over de werking en het effect van verschillende soorten massage.

Het meest geclaimd wordt een verbeterde doorbloeding. Er wordt vaak gedacht dat massage de temperatuur van de huid en onderliggende spieren verhoogt, en iedereen weet dat bij een toename van de lichaamstemperatuur de bloedvaten uitzetten. Maar onderzoek wijst uit dat bij massage alleen de huid opwarmt, en dat dit effect ook vrijwel direct na het stoppen van de massage verdwijnt.

Een andere verklaring is dat tijdens de druk die de masseur op de spier uitoefent, bloedvaten worden leeggedrukt en weer vollopen als hij zijn handen verplaatst. Daarnaast zou de stimulatie van zenuwen een rol kunnen spelen. Experimenten met radioactief xenon lijken de toegenomen circulatie te bevestigen. Maar al deze studies kampten, aldus Weerapong en collega’s, met problemen: verkeerde proefopzet, weinig deelnemers, slechte statistiek of geen controlegroep. Bovendien bleek de methode bijzonder gevoelig voor spierbewegingen. Slechts twee studies voldeden volgens Weerapong min of meer aan de eisen van goed onderzoek. Daarbij werden gedurende vijf of tien minuten verschillende vormen van massage toegepast op het bovenbeen, waarna de onderzoekers op verschillende tijdstippen de doorstroming maten. Als controles gebruikten zij het andere been of de doorstroming net voor de massage. Zij vonden geen verschillen in stroomsnelheid — noch met radioactief xenon, noch met een dopplerflowmeting.

Ook op een andere, indirecte manier kon geen verhoogde bloeddoorstroming worden aangetoond. Als spieren langer moeten werken ‘verzuren’ ze. Het lichaam kan de spiercellen onvoldoende van zuurstof voorzien en de cellen schakelen over op anaerobe suikerverbranding waarbij melkzuur vrij komt. Door massage zou het melkzuur sneller afgevoerd worden. Slechts in een van de vijf studies die Weerapong vond, zagen de onderzoekers een zwak effect. Overigens bleek in dezelfde studie dat de hoeveelheid melkzuur veel meer afnam na koelen met ijs.

Massagetechnieken

Sportmasseurs gebruiken verschillende massageprotocollen om de wedstrijdsporter in conditie te houden.

Vlak voor een wedstrijd geven ze tien tot twintig minuten snelle oppervlakkige massage, aangevuld met het matig rekken van de spieren. Dit zou zorgen voor een licht verhoogde spierspanning. In de rust proberen ze door een lichtere massage krampplekken in de spieren te bestrijden. Zo’n twintig minuten na de wedstrijd, als de spieren wat afgekoeld zijn, zal de masseur de krampen wegmasseren met een maximaal vijftien minuten durende massage, aangevuld met rek- en strekbewegingen. Tussen wedstrijden door wordt een scala aan technieken toegepast, afhankelijk van de behoefte van de sporter. Iedere masseur volgt de eigen regels, gebaseerd op de ervaring met sporter en sport.

Effleurage wordt toegepast aan het begin van een sessie. De masseur behandelt de hele arm of been met gelijkmatige langgerekte strijkbewegingen. De doorstroming van bloed en lymfevaten zou toenemen en door telkens alleen lichte druk uit te oefenen richting het hart zouden afvalstoffen die pijn en krampen veroorzaken, worden afgevoerd. Effleurage zou ontspannend werken door stimulatie van het parasymphatisch zenuwstelsel.

Petrissage is meestal de tweede stap. De masseur probeert met knedende, wringende, rollende en drukkende bewegingen de diepere delen van de spier te bereiken. Het lijkt alsof de spieren van de huid en bot worden losgetrokken. Petrissages zouden de plaatselijke bloeddoorstroming in de spier verhogen.

Fricties zijn nauwkeurige, met de vingertoppen uitgeoefende drukbewegingen om dieper liggende spieren te behandelen. De masseur past fricties toe om krampen en oude blessures te behandelen, maar ook bij behandeling van kleine lichaamsdelen zoals voetzolen.

Bij een tapoment probeert de masseur met kloppende, hakkende en kloppende bewegingen reflexen in een spier op te wekken en zo de zenuwen te stimuleren.

Ontspanning

Vrijwel iedereen is het erover eens dat massage ontspannend werkt. Massage zou het parasympathische (‘rustbrengende’) zenuwstelsel stimuleren en zo de hartslag, bloeddruk en afgifte van stresshormonen verlagen en de afgifte van morfineachtige hormonen verhogen. Een groep dansers kreeg tweemaal per week dertig minuten massage. Als controle moesten zij thuis ontspanningsoefeningen doen. De dansers voelden zich na beide kuren even relaxed, maar alleen na massage werd minder stresshormoon gemeten. Die vergelijking deugt echter niet, zegt Weerapong: massage wordt passief ondergaan terwijl de ontspanningsoefeningen actief moesten worden uitgevoerd.

Zij beschrijft ook een onderzoek waarin 32 verpleegsters zes minuten lang rugmassage kregen. Hun hartslag en bloeddruk namen toe alsof niet het parasympathische, maar juist het sympathische zenuwstelsel werd gestimuleerd. De proefopzet was dan ook niet erg gelukkig, de verpleegsters waren in het geheel niet gestrest. Gelukkig vond Weerapong één studie waarin jonge medicijnenstudentes vlak voor een belangrijk examen een half uur over de rug gestreken werden. De onderzoekers zagen geen afname in bloeddruk, hartfrequentie of temperatuur, maar de studentes ademden rustiger. Ook nu had zij kritiek: er waren slechts negen proefpersonen.

Weerapong kan dan ook niet anders dan concluderen dat het onduidelijk is wat massage precies doet. Voor sommigen lijkt dat misschien niet zo belangrijk, maar als men zou weten hoe massage werkt dan zou de behandeling effectiever ingezet kunnen worden voor de belangrijkste doelstellingen: prestatie, herstel, en preventie van spierschade. Want Weerapong kan ook in dat opzicht weinig positieve bijdragen van massage vinden. De aanbevelingen die zij doet voor vervolgonderzoeken zijn aan dovemansoren gericht. Men refereert liever naar haar artikel om aan te geven dat massage soms kan werken.

Boerenwijsheid

Ook de laatste tien jaar is een doorbraak uitgebleven. Soms verschijnt er wel een artikel met overduidelijke uitkomsten, maar de meta-analyses zijn een stuk terughoudender.
In een review uit 2008 bevestigt Jason Brummitt de sombere conclusies van Weerapong. In een overzichtsartikel uit 2012 rapporteerden Portugese onderzoekers onder leiding van Rui Torres dat massage kort na het sporten tot iets minder spierpijn en spierschade leidde, maar het profijt is zeer specifiek en kan alleen 24 uur na het sporten gemeten worden — ‘Gemiddeld was het effect te klein om van klinische betekenis te zijn.’
In weer een andere systematische review opperen Spaanse onderzoekers dat er ‘een begin van bewijs is’ dat massage via het zenuwstelsel de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as zou kunnen beïnvloeden en zo de bloeddruk zou verlagen, maar ‘meer onderzoek is nodig om deze mogelijkheid te bevestigen.’

Bij al dit soort overzichtsartikelen geldt dat de onderzoekers honderden artikelen doorspitten om vervolgens hun analyses op een tiental geschikte studies uit te voeren. De meeste van die onderzoeken — maar niet allemaal — laten dan een klein significant effect zien op een mogelijke factor die aan massage zou kunnen worden toegeschreven. Bij een zo breed toegepaste en volprezen behandelmethode verwacht men toch een minder moeizaam bewijs; geen enkel farmaceutisch middel zou met een dergelijke zwakke onderbouwing voorgeschreven worden.

Paarden en koeien

Ook sommige dieren worden gemasseerd, zoals racepaarden en topslachtvee. Massage maakt spieren en gewrichten van paarden niet soepeler en ook voor pijnbestrijding en spierontspanning zijn geen aanwijzingen. Japanse sumoworstelaars krijgen alleen het beste van het beste eten voorgeschoteld om op gewicht te blijven. Voor hen geen bal gehakt, maar het exclusieve vlees van gemasseerde wagyurunderen. Dit keizerlijke stamboekvee graast al ruim dertig jaar in de Nederlandse weiden, maar sinds kort mag ook Japans vlees worden geëxporteerd. In het achtuurjournaal werd ter gelegenheid daarvan een Nederlandse boer gevraagd of hij niet bang was voor concurrentie. ‘Mijn koeien masseren zichzelf,’ was zijn nuchtere antwoord. Zou zoiets niet ook voor actieve sporters gelden?

Onderzoek wijst, samenvattend, uit dat massage de beloftes voor betere fysieke prestaties en voorspoedig herstel niet kan inlossen. Aan de andere kant heeft de hocus pocus met spieren weinig bijwerkingen, geeft het voor velen wat rust en ontspanning, en misschien zorgt al die speciale aandacht wel voor extra zelfvertrouwen — en op die manier voor betere prestaties.

Literatuur

Brummitt J. The role of massage in sports performance and rehabilitation: current evidence and future direction. N Am J Sports Phys Ther. 2008;3:7-21. PMID 21509135.

Ernst E. Does post-exercise massage treatment reduce delayed onset muscle soreness? A systematic review. Br J Sports Med. 1998;32:212-4. PMID 9773168.

Goats GC. Massage — the scientific basis of an ancient art: Part 2. Physiological and therapeutic effects. Br J Sports Med. 1994;28:153-6. PMID 8000810.

Haussler KK. The role of manual therapies in equine pain management. Vet Clin North Am Equine Pract. 2010;26:579-601. PMID 21056301

Jelvéus A. Integrated sport massage therapy. Edinburgh: Churchill Livingstone; 2011. ISBN 978-0-443-10126-7.

Lowe WW, Orthopedic massage: theory and technique. Edinburgh: Mosby; 2009. ISBN 978-0-443-06812-6.

Nelson NL. Massage therapy: understanding the mechanisms of action on blood pressure. A scoping review. J Am Soc Hypertens. 2015;9:785-93. PMID 26324746.

Tejero-Fernández V, Membrilla-Mesa M, Galiano-Castillo N, Arroyo-Morales M. Immunological effects of massage after exercise: A systematic review. Phys Ther Sport. 2015;16:187-92. PMID 25116861.

Weerapong P, Hume PA, Kolt GS. The mechanisms of massage and effects on performance, muscle recovery and injury prevention. Sports Med. 2005;35:235-56. PMID 15730338.

Uit: Skepter 29.2 (2016)

Dirk Koppenaal is redacteur van Skepter