Geen seks voor de wedstrijd!

door Susanne de Joode – Skepter 29.2 (2016)

Zoals de banaan in het oor van Ernie niet helpt om de krokodillen op afstand te houden, zo vergroot het afzien van seks de avond voor een wedstrijd de kans op een medaille niet. Wél flink in de touwen klimmen helpt net zo min — het maakt allemaal geen bal uit.

‘Uitgebluste atleten worden gerevitaliseerd door seks. Dat is geen nieuw inzicht: Plinius de Oudere schreef het al in het jaar 77,’ vertelt Woet Gianotten, een van de oude rotten onder de seksuologen. ‘Maar Muhammad Ali had de zes weken voor een belangrijke bokswedstrijd juist geen seks. Dat zou energie aftappen.’
Gianotten, tot zijn pensioen werkzaam als medisch seksuoloog bij het Erasmus MC en UMC Utrecht, somt de anekdotes moeiteloos op. Voor de Olympische Spelen in 2006 spitte hij de wetenschappelijke literatuur door om na te gaan wat de invloed is van seks op sportprestaties. ‘Van fietser Lance Armstrong gaat het verhaal dat hij geen seks had tijdens de Tour de France, terwijl voetballer Ronaldo er juist bij zweert voor de wedstrijd omdat het volgens hem de sleutel tot succes is, ontspant en nieuwe energie geeft. En Romario zei de meeste doelpunten te maken na goede seks.’

ronaldo
Seks voor de wedstrijd? Ronaldo zweer erbij! (foto: Laszlo Szirtesi | iStockphoto.com)

Niet eenduidig

Welke sporter heeft gelijk? Is seks vlak voor een belangrijke prestatie goed of juist niet? Die vraag is, zoals veel simpele vragen, niet met een eenduidig ja of nee te beantwoorden, concludeerde Gianotten.
‘Want hoe definieer je seks? Solo, samen, met of zonder penetratie, met of zonder condoom, gaat het om een vluggertje of om slow sex? Om welke sport gaat het: kracht-, denk-, duur-, solo- of teamsport? Wat is ‘vlak voor’ een wedstrijd: de avond ervoor of ’s ochtends vroeg? En tot slot, gaat het om sportende mannen of om vrouwen?’ (En dan laten we de interseksuelen en transgenders nog buiten beschouwing).
Hoe dan ook, wetenschappers bogen zich minutieus over ieder van deze subvragen. Daarbij komt één woord steeds terug. Testosteron. ‘Dat is de as waarlangs seks en sport om elkaar heen draaien,’ zo valt seksuoloog Rik van Lunsen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam zijn collega bij.

De winst van testosteron

‘Hoe meer testosteron sporters in hun bloed hebben, hoe agressiever, sterker en gemotiveerder ze zijn om te winnen,’ zegt Van Lunsen. ‘Het zorgt voor sterkere spieren, meer agressie, en meer vitaliteit.’ Tot op zekere hoogte, want er is wel een bovengrens. Op een gegeven moment gaat testosteron juist remmend werken.
Dan seks. Hoe meer seks, hoe hoger het testosterongehalte. ‘En niet zo’n beetje ook,’ aldus Van Lunsen. ‘Maar hoeveel precies is lastig te zeggen, omdat de normale waarden van het biologisch beschikbare testosteron al zo fluctueren. Bij een man is alles normaal tussen de 12 en 40 nanomol per liter, en bij vrouwen tussen de 0,3 en 2 nanomol per liter. Vrouwen hebben beduidend minder testosteron, maar daar staat tegenover dat ze er gevoeliger voor zijn.’
Kortom, met het testosteron stijgt de kans te winnen. En door seks stijgt het testosteron. Tel je dat bij elkaar op, dan lijkt de conclusie voor de hand te liggen: wie een gouden bal of medaille wil, moet veel aan seks doen.

Zin van seks

Meer seks leidt tot meer testosteron. Maar wat was er eerder, de kip of het ei? Hebben mensen met veel testosteron niet ook vaker zin? Van Lunsen: ‘Dat seks de testosteronspiegel verhoogt, komt doordat het testosteron een boost krijgt iedere keer dat de cyclus zinopwinding-klaarkomen wordt doorlopen. Bij mensen die het vaak doen is dat een goed geoliede machine, die ’s nachts nog eens extra wordt gesmeerd. Gemiddeld hebben seksueel actieve mensen vijf keer per nacht een ‘spontane seksuele respons’. Bij een heel lage testosteronspiegel is dat mechanisme afwezig. Kortom,’ zegt van Lunsen, ‘het is de kip én het ei.’ Dat geldt overigens ook voor sport; een hoger testosterongehalte leidt tot meer winstkansen, maar sporten, de competitie en zelfs het winnen zelf lijken het testosterongehalte bij mannen ook te verhogen. Al zijn er een paar studies die geen effect rapporteren.

Meer seks, meer medailles

‘Daar lijkt geen speld tussen te krijgen,’ beaamt Van Lunsen. ‘De vraag is alleen: wanneer kun je die seks het beste hebben? Het idee dat je de avond voor een belangrijke wedstrijd zoet moet gaan slapen is vast zinnig, maar dan vooral omdat een sporter voldoende slaap nodig heeft om goed te kunnen presteren. Wie eerst seks heeft en daarna goed slaapt, presteert de volgende ochtend echt niet minder goed. Ik ken tenminste geen enkel onderzoek dat het tegendeel aantoont. Wat sporters wél parten zou kunnen spelen, is de ‘refractaire periode’. Die maakt dat mannen na de daad slap en slaperig zijn.’
Die fase duurt echter bij jonge mannen enkele minuten, bij oudere mannen hooguit twee uur. Zwitserse onderzoekers onder leiding van Juan Sztajzel lieten vijftien mannelijke topsporters van rond de dertig jaar zware oefeningen doen, waaronder een eenvoudig rekentestje, na een dag zonder en een dag met geslachtsgemeenschap met de eigen partner. De seks bleek geen negatief effect te hebben op de lichamelijke en mentale vermogens, maar er was wel een licht verhoogde hartslag na de maximale stresstest twee uur na de seks. Na tien uur was gehet verschil verdwenen.
En vrouwen? ‘Zij hebben geen refractaire periode, zij zijn meteen weer paraat,’ zegt Van Lunsen.

Sportvrouwen, de pil en seks

fitness-vrouw
(foto: mihailomilovanovic | iStockphoto)

Hoe is het gesteld met het seksleven van vrouwen die veel sporten? Je zou verwachten dat zij een hoog testosterongehalte hebben en dus fabelachtige seks, maar die vlieger gaat niet altijd op, aldus seksuoloog Van Lunsen. ‘‘Ik wil wel seks,’ zeggen vrouwelijke topsporters die bij mij komen nogal eens, ‘maar het is zo’n klus. Het motortje wil maar niet starten.’‘Laatst kwam er nog een topatlete. Niet alleen in bed, ook op het sportveld had de vrouw moeite om te presteren. Ze trainde zich het leplazarus, stond op de nominatie om mee te doen aan de Olympische Spelen, maar ze bleef steken op de wip. Haar spiervolume nam maar niet toe.’ In zo’n geval weet van Lunsen welk advies hij — na een test voor testosteroninsufficiëntie — moet geven: stoppen met de pil. ‘Die vorm van anticonceptie vermindert het testosterongehalte gemiddeld met ruim vijftig procent. Dus niet bij iedere vrouw en bij iedere pil, maar het kan funest zijn voor de doorstroming van seksuele prikkels en daarmee voor de sportieve prestaties. De atlete stopte met de pil, en binnen een week had ze een Nederlands record te pakken.’

Overigens leveren vrouwen de beste prestaties rondom de eisprong. ‘En dat is dan weer een voordeel van de pil, dat je je cyclus kunt reguleren. Maar ook daar houdt bijna niemand rekening mee.’

Ongezellig

Vijf minuten tot twee uur voor de wedstrijd geen seks — dat is iets heel anders dan het idee dat je er helemaal van moet afzien de avond voor een belangrijke wedstrijd. Waar komt dat idee dan vandaan?
Dat vroeg Gianotten zich ook af. ‘Ik denk dat iedere trainer zijn eigen seksuele ervaring en scenario als referentiekader aanhoudt, om zo de prestaties van zijn team te optimaliseren,’ denkt hij. Maar het is voor die trainers kennelijk doodeng om die invloed ter discussie te stellen, ervoer Gianotten. Voorafgaand aan de Olympische Spelen van 2000 in Sydney werd hem gevraagd om vanuit de seksuologische optiek een verhaal te houden voor de sporters. ‘Toen ik daarbij ook de effecten van wel of geen seks voorzichtig ter sprake bracht, werd ik teruggefloten door de grote baas van het Olympisch Comité. Het kwam er in feite op neer dat ik niet moest tornen aan de ‘inzichten’ van de trainers.’
‘Veel van die inzichten berusten op bijgeloof,’ vult Van Lunsen aan. ‘Dat seks slecht is voorafgaand aan een wedstrijd, is niets meer of minder dan een mythe. Zoals er zovele zijn rondom seks.’

Maar waarom gaat die mythe dan de ongezellige kant op? Waarom leeft het bijgeloof niet in een feestelijker vorm — véél seks voor de wedstrijd verhoogt de kans om te winnen? Daarvoor moeten we bij Freud zijn, aldus Van Lunsen. ‘Hij zei al: er ís libido, en er ís drift — bij mannen. Dat moet gekanaliseerd worden door gezonde seks in het huwelijk. Vrouwen hebben als taak hun man te dienen. En als er dan nog drift over is, verhuist die naar het onbewuste. Om de energie toch kwijt te raken, raadde Freud ‘sublimatie’ via sport aan.’ En met één stap, zegt Van Lunsen, ben je bij de omgekeerde redenering. ‘Als je meer seks hebt, heb je minder drift. En dus minder kans om te winnen.’

Zonder meer winst

Sportarts Edwin Goedhart, begeleider van het Nederlands voetbalelftal, weet zeker dat er spelers zijn die ervan overtuigd zijn dat seks voor de wedstrijd ze helpt te winnen. ‘En er zijn vast ook spelers die zeker weten dat ze het juist niet moeten doen — maar dat vertellen ze mij niet. Wel seks, geen seks, het is allemaal bijgeloof. En het lijkt wel of dat bijgeloof steeds sterker wordt. Als eerste of juist als laatste de kleedkamer uit, de juiste onderbroek dragen; het zijn allemaal pogingen om het oncontroleerbare controleerbaar te houden. Ik snap die spelers wel, maar of het werkt? Ik vergelijk het altijd met de banaan in het oor van Ernie. Die zou hem helpen om de krokodillen op afstand te houden. Toen hij toch een krokodil zag, bedacht hij dat hij maar eens een nieuwe banaan moest kopen: deze is zeker kapot.
Kwaad kan dit soort magisch denken in zoverre, dat er altijd een kans bestaat dat een speler zijn favoriete bijgeloof — of ritueel, zoals de spelers het zelf liever noemen — niet kan uitvoeren. En dan is de kans groter dat een speler juist slecht presteert. De beste sporters zijn zij die wars zijn van bijgeloof.’

Wat adviseert Goedhart zijn team zelf? ‘Een officieel advies is er allang niet meer. Als de spelers zorgen dat ze genoeg slapen, het met hun eigen vrouw doen of anders een capuchonnetje dragen én niet zodanig in de touwen hangen dat ze er een blessure aan overhouden, vind ik alles best. Maar er is een uitzondering: liever geen seks vanaf vier uur voor de wedstrijd. De gedachte daarachter is, dat het systeem verantwoordelijk voor aandacht en concentratie minder actief is na een orgasme. Dat heb je liever niet tijdens een wedstrijdvoorbereiding. Maar bij ons gaat dat eigenlijk vanzelf goed, omdat we drie uur voor de wedstrijd met elkaar eten.’

Klaarkomen als sport

Hoe fit word je van seks? Heel fit. Zo fit zelfs, dat het eigenlijk raar is dat gezondheidsvoorlichters het niet adviseren. Dat stelde de Canadese psycholoog Dorcus Butt eens in een wetenschappelijk artikel. De seksuele respons, en dan met name het orgasme, lijkt volgens hem erg op sportinspanning. En zo, als een soort sport, zou je seks volgens hem ook best kunnen zien. Tenminste, bij stellen die al een aantal jaar samen zijn. ‘De gepassioneerde fase van een liefdesrelatie is biologisch gebaseerd en duurt een jaar of drie, vier. In een langere relatie verandert de seks in een vorm van beweging, bewijs van bekwaamheid en plezier.’

Uit: Skepter 29.2 (2016)

Susanne de Joode is wetenschapsjournalist