Brieven van een helderziende

door Hans van Maanen

In zijn onvolprezen boek Innumeracy komt John Allen Paulos met een fraai idee om goedgelovige beleggers op te lichten. Een zogenaamde ‘beleggingsadviseur’ zorgt voor mooi briefpapier, zo stelt Paulos zich voor, en stuurt 32 000 potentiële klanten een brief waarin hij vertelt over zijn computermodellen, zijn deskundigheid en zijn contacten op de beursvloer. Op grond daarvan voorspelt hij in de brief hoe de beurs zich de komende week zal gedragen – waarbij 16 000 mensen te horen krijgen dat de beurs zal stijgen, 16 000 dat die zal dalen. Als de beurs is gestegen, stuurt hij een vervolgbrief aan de 16 000 wie een stijging was voorspeld, anders aan de mensen wie een daling was voorspeld, en opnieuw geeft hij een voorspelling: tegen 8000 mensen zegt hij dat de beurs zal stijgen, tegen de rest dat de beurs zal dalen. Wat er ook gebeurt, 8000 mensen hebben twee juiste voorspellingen gekregen.

De rest van het systeem laat zich raden (maar Paulos legt het toch nog even uit). Aan de 8000 gelukkigen stuurt de adviseur een derde voorspelling, 4000 een stijging, 4000 een daling. Wederom, wat de beurs ook doet, hebben 4000 mensen nu drie correcte voorspellingen gekregen. Zo kan hij nog een paar keer doorgaan tot hij, in Paulos’ voorbeeld, 500 mensen overhoudt met maar liefst zes juiste ‘voorspellingen’. Nu slaat de adviseur toe. Deze 500 mensen worden aan zijn ongelooflijke prestaties herinnerd en zij kunnen tegen betaling van 500 dollar, een zevende voorspelling ontvangen. ‘Als ze allemaal betalen, is dat $ 250 000 voor onze adviseur,’ vat Paulos samen.

De postorderprofeet

Maclean’s Magazine van 15 april 1954.
Maclean’s Magazine van 15 april 1954.

We mogen aannemen dat de adviseur zich snel uit de voeten maakt, want hier is duidelijk sprake van een frauduleuze opzet. Toch blijft er nog een klemmende vraag die Paulos niet beantwoordt: zou de ‘adviseur’ die laatste 500 mensen nog een laatste voorspelling hebben gestuurd? En wat zou er van hen zijn geworden?

Voor een antwoord op die vraag moeten we ver terug in de geschiedenis. In 1957, dertig jaar voordat Paulos’ boek verscheen, zond de Amerikaanse televisiezender CBS het derde seizoen uit van Alfred Hitchcock presents, een al even onvolprezen serie korte vertellingen met thema’s als moord, doodslag en zwendel. De tweede aflevering, uitgezonden op 13 oktober, heet ‘Mail order prophet’ en vertelt het verhaal van twee uitgebluste boekhouders, Ronald Grimes en George Benedict. Grimes krijgt op een dag een brief van een J. Cristiani, die beweert over bovennatuurlijke gaven te beschikken en de toekomst te kunnen voorspellen. Grimes is uitverkoren als enige begunstigde. De eerste paar voorspellingen van Cristiani – een verkiezingsuitslag en een bokskampioenschap – komen feilloos uit, en Grimes raakt geïntrigeerd. Benedict waarschuwt tevergeefs: na vijf correcte voorspellingen van Cristiani heeft Grimes al 700 dollar gewonnen. In een volgende brief vraagt Cristiani om een financiële bijdrage; in ruil daarvoor zal hij een voorspelling voor de beurs doen, en Grimes ‘leent’ 15 000 dollar uit de bedrijfskluis om aandelen in een Canadese mijn te kopen.
De spanning wordt deskundig opgevoerd, maar zowaar: Grimes maakt zijn klapper en in plaats van zelfmoord te plegen, neemt hij triomfantelijk ontslag. Jouw probleem, zegt hij tegen zijn collega, is dat je te sceptisch bent.
Verbijsterd gaat Benedict op zoek naar de geheimzinnige Cristiani, en hoort al snel dat die inmiddels achter slot en grendel zit wegens oplichting. De inspecteur der posterijen legt hem het systeem haarfijn uit – precies zoals John Allen Paulos het haarfijn uitlegde. ‘Maar de voorspelling kwam uit!’ protesteert Benedict nog. Ja, zegt de inspecteur, geen wonder: toen Cristiani het geld van de laatste 125 sukkels binnen had, stuurde hij ze allemaal nog een volstrekt willekeurige beurstip. Als er daarvan maar één uitkomt, vraagt hij een laatste donatie en vertrekt met de noorderzon. ‘U geloofde toch niet echt dat hij de toekomst kon voorspellen? Laat dit een goede les zijn.’
In het laatste shot van de aflevering zien we Ronald Grimes comfortabel de benen strekken op een ligstoel op een cruiseschip.

Scène uit ‘Mail order prophet’. Vooraan Ronald Grimes (E. G. Marshall), achter hem George Benedict (Jack Klugman).
Scène uit ‘Mail order prophet’. Vooraan Ronald Grimes (E. G. Marshall), achter hem
George Benedict (Jack Klugman).

Voorkennis

Kende Paulos deze aflevering van Alfred Hitchcock presents? Er blijkt sprake van grote geesten die gelijk gestemd zijn. Paulos kwam op het idee, zo zegt hij, toen hij met vrienden wat zat te kletsen en een van hen bekende een hoop geld te hebben betaald voor een abonnement op een beursnieuwsbrief. De aanbevelingen in die nieuwsbrief bleken waardeloos te zijn – misschien waren ze wel volstrekt uit de duim gezogen, werd er geopperd. Dat idee bleef bij Paulos hangen, en hij werkte het uit toen hij Innumeracy schreef. ‘Het idee zal stellig bij meer mensen zijn opgekomen.’

Maclean’s Magazine

Hitchcocks ‘Mail order prophet’ is gebaseerd op een verhaal van de Canadese journalist en toneelschrijver Antony Ferry (1930-1970). Ferry was in de Tweede Wereldoorlog van Londen naar Canada gekomen en verdiende in de jaren vijftig zijn brood als journalist voor de Quebec Chronicle-Telegraph en als schrijver van korte verhalen voor Canada’s grootste weekblad, Maclean’s Magazine. Daarin stond op 15 april 1954 zijn verhaal ‘The strange case of the mail-order prophet’ – waarvan de clou zich inmiddels wel zal laten raden. De hoofdpersoon heet Ronald Gubbins, is werkzaam bij de beleggingsfirma Peers & Quartz, en wordt vakkundig in de snode opzet van Cristiani gezogen – burgemeester, bokswedstrijd, beleggen in een mijn. Het verhaal leest nog steeds als een trein.
Het enige is, dat Gubbins na de winst zijn nieuwverworven kapitaal zorgvuldig bij vier verschillende banken stalt en vervolgens zelf naar de profeet op zoek gaat. Hij wordt op het postkantoor verwezen naar een inspecteur, die hem na het horen van de naam direct vraagt hoeveel hij verloren heeft en vervolgens de zwendel van Cristiani uiteenzet.

‘We proberen zoveel mogelijk slachtoffers te lokaliseren, maar de meeste mensen geven helaas niet graag toe hoe goedgelovig ze zijn geweest.’
‘Nee nee, ik wilde alleen maar wat informatie over hem om persoonlijke redenen die ik u niet uiteen kan zetten…’
De inspecteur keek hem met een kalme, meelevende blik aan. ‘Ach ja, ik begrijp het, meneer Gubbins. Helemaal. Helemaal.’

Joan Ferry, de weduwe van Antony Ferry, wist het korte verhaal uit de krochten van een Canadese universiteitsbibliotheek boven water te krijgen – bij Maclean’s waren de oude jaargangen bij de fotograaf, in de Openbare Leeszaal van Toronto ontbrak juist jaargang 1954. Zij herinnerde zich nog dat haar man over de inspiratie voor zijn verhaal alleen gezegd had ‘dat ze het er op de krant over gehad hadden’, maar vroegere bronnen kende zij niet, en in zijn dagboeken uit die jaren kon zij geen nadere details vinden.
Maar van het geld dat Antony van de televisiemaatschappij aan royalty’s kreeg, konden ze een jaar comfortabel op Mallorca wonen.

Uit: Skepter 27.2 (2015)

English translation: Letters from a clearvoyant

Hans van Maanen is hoofdredacteur van Skepter sinds december 2014.