Majoor-generaal Wilfried de Brouwer op een persconferentie die in 2007 in Washington plaatsvond. Hij presenteerde de Belgische UFO-foto als een belangrijk bewijsstuk. Recentelijk schreef De Brouwer een hoofdstuk voor een ufobestseller van de journaliste Leslie Kean (2010). Daarin concludeerde hij dat de foto ‘not faked’ was, wat zou blijken uit ‘verborgen elementen die pas door analyse van deze foto werden onthuld’.

Bekende UFO-foto vervalst

door Wim Van Utrecht – Skepter 24.2 (2011)

De maker van de beroemde Belgische UFO-foto van Petit-Rechain van 1990 bekende in juli 2011: het was een uit de hand gelopen grap. Hij gelooft wel in echte UFO’s.

We schrijven zomer 1990. De Belgische UFO-golf (zie Skepter december 1990 en september 1994) leek net over zijn hoogtepunt heen, toen een journalist van Radio Télévision Luxembourg (RTL) aan de Belgische UFO-groep SOBEPS (1) berichtte over een spectaculair bewijsstuk, dat pas was opgedoken. Naar verluidt zou een 20-jarige metaalarbeider uit Petit-Rechain, een gemeente bij Verviers, erin geslaagd zijn een scherpe kleurendia te maken van de vliegende driehoek die het land al maandenlang in zijn greep hield, een UFO-golf die tot op de dag van vandaag controverse uitlokt. De fortuinlijke fotograaf is Patrick Maréchal. Hij had de foto geschoten vanaf de binnenplaats achter het huis waar hij destijds samen met zijn verloofde Sabine woonde.

Ufo Petit-RechainHet verhaal gaat dat Sabine op een avond in april 1990 de hond uitliet, toen ze plotseling achter de woning vreemde lichten in de lucht opmerkte. Onmiddellijk werd Patrick, die binnen was gebleven, erbij geroepen. Deze graaide instinctief naar zijn nieuwe reflexcamera en stormde naar buiten. In de lucht hing roerloos een merkwaardig driehoekig object waar drie witte lichten op zaten. In het midden flikkerde een lamp met een roodachtig schijnsel. Patrick posteerde zich tegen de muur en schoot twee dia’s. Onmiddellijk daarna zeilde het toestel weg en verdween achter het huis van de buren. Toen de film een paar dagen later bij de plaatselijke fotowinkel werd opgehaald, bleek slechts één van de dia’s gelukt. De tweede was totaal zwart en werd in de prullenmand gekieperd. De geslaagde opname verdween in een la tot Guy Mossay, fotojournalist van het persagentschap Belga, er lucht van kreeg. Vanaf dat moment wordt het verhaal wat troebel…

Volgens Mossay had Maréchal geprobeerd hem de originele dia te slijten om zo wat geld bijeen te sprokkelen voor zijn aanstaande huwelijk (mogelijk een paar honderd euro). Maréchal zelf beweert echter dat het een van zijn collega’s uit de fabriek was die Mossay had benaderd en dat hijzelf nooit ofte nimmer geld voor de dia heeft ontvangen. Hij had het origineel enkel maar uitgeleend. Hoe het ook zij, Mossay zou via SOFAM, een Belgisch collectief voor auteurs van visuele kunst dat de royalty’s verdeelt, de rechten van de dia verkrijgen. Het fotografisch materiaal vormde volgens hem een uitzonderlijk bewijsstuk en verdiende dus exploitatie in de media. Mossay stuurde kopieën naar Belga en naar verschillende kranten, tijdschriften en tv-stations, RTL incluis. In november 1990 werd de dia voor het eerst gepubliceerd. Dat was in het Franse tijdschrift Science et Nature. De populaire media volgden stapsgewijs en begin 1991 begon de foto van Petit-Rechain zijn tournee rond de wereld.

Onderzocht en echt bevonden

De dia verwierf in de loop der jaren een ongekende status in UFO-land. Foto’s en video’s van de Belgische driehoek waren al eerder opgedoken maar bleken weinig overtuigend of konden makkelijk worden uitgelegd als vliegtuiglichten of sterren en planeten waarop onscherp was ingezoomd. Deze keer had het er alle schijn van dat het mysterieuze object werkelijk op film was vastgelegd. Bovendien was op overbelichte afdrukken een achterliggende driehoekige structuur tevoorschijn gekomen die aanvankelijk niet was opgemerkt.

In de jaren die volgden zou de dia het onderwerp worden van een lange reeks technische analyses. Het voortouw werd genomen door SOBEPS-boegbeeld prof. Auguste Meessen, een fysicus verbonden aan de Belgische Katholieke Universiteit van Louvain-La-Neuve. De professor concludeerde dat de foto authentiek was en dat de lichtspindels die erop te zien waren, vermoedelijk aan plasmajets konden worden toegeschreven. Het hoogtechnologisch gevaarte zou bovendien uv-stralen hebben uitgezonden die voor het blote oog onzichtbaar bleven, maar wel door de gevoelige film werden geregistreerd (een en ander zou verklaren waarom de getuigen slechts kleine lampen hadden beschreven en niet de reusachtige vuurballen die op de foto zijn te zien).

Ufofoto door Wim Van UtrechtBij zijn analyse maakte Meessen gebruik van computerbewerkte foto’s en analyses die door prof. Marc Acheroy en enkele studenten van de Koninklijke Militaire School van België waren gemaakt. Acheroy had ook een simulatiefoto geanalyseerd die door ondergetekende met behulp van een geperforeerd stuk karton en enkele lampen was gefabriceerd. Hij was daarbij tot het besluit gekomen dat de foto uit Petit-Rechain nooit op die manier kon zijn vervalst. Aanbevelingen om kleine lampjes aan de voorkant te bevestigen in plaats van een lamp achter een geperforeerd stuk karton, werden in de wind geslagen. Het werkte nochtans perfect: om de rare lichtslangetjes te krijgen, hoefde je het met lampjes uitgedoste karton slechts aan een touwtje op te hangen en er vervolgens een kleine tik tegen te geven.

In het kielzog van prof. Meessen volgden nieuwe analyses, onder meer door dr. Richard F. Haines, senior scientist bij de NASA en chief scientist bij het NARCAP (2), prof. François Louange, expert in het analyseren van satellietfoto’s voor het Franse leger, en ook werkzaam bij het Europese Ruimtevaartagentschap en het CNRS (3), André Marion, doctor in de kernfysica aan de universiteit van Paris-Sud en voordien onderzoeksingenieur bij het CNRS, en Benoît Mussche, die zijn sporen had verdiend in de medische fotografie. Allemaal raakten ze overtuigd van het buitengewone karakter van de opname.

Ufologen waren in hun nopjes met de bevindingen van deze specialisten (waarvan de meesten overigens voordien al contacten onderhielden met UFO-enthousiasten). Zelfs majoor-generaal op rust Wilfried de Brouwer, destijds luitenant-kolonel bij de Belgische luchtmacht, en als Chief Operations verantwoordelijk voor het natrekken van de stroom van UFO-meldingen, omarmde de dia als een mogelijk bewijs dat niet-aardse voertuigen in het Belgische luchtruim waren binnengedrongen.

Tegenargumenten, geformuleerd door onder meer Roger Paquay, fysicus en eredirecteur van een technische school in Waremme, en door Pierre Magain, onderzoeker bij het Astrofysisch Instituut van Luik, maakten weinig indruk tegenover dit collectieve pleidooi voor de echtheid van de opname. Toch waren er al van aanvang af nogal wat problemen met het verhaal en de foto. We sommen ze even op:

Op een foto die de SOBEPS-onderzoekers hadden gemaakt in de achtertuin van de getuigen is het landschap te zien waartegen de UFO zou zijn waargenomen. Op die foto werd de UFO ingetekend, rekening houdend met de aanwijzingen van de getuigen. Het driehoekige object blijkt zich tamelijk dicht bij de horizon te hebben bevonden. Daaruit volgt dat de driehoek bijna verticaal moest hangen omdat de onderkant op de foto nauwelijks perspectivische vervorming vertoont en de gezichtslijn naar het object dus vrijwel loodrecht op de onderkant stond (geen sluitend argument natuurlijk, want het is onmogelijk uitspraken te doen over de vluchtcapaciteiten van onbekende voertuigen, maar een driehoekig ontwerp dat op z’n kant dobbert lijkt aerodynamisch gezien redelijk absurd).

De foto (en dan voornamelijk de driehoekige contour en het centrale licht) toont te weinig bewegingsonscherpte voor een opname waarvan wordt beweerd dat hij werd genomen met een zoomlens, terwijl de fotograaf leunde tegen een muur.

De foto bevat geen achtergrondinformatie (de achtergrond is egaal van kleur en toont geen landschapdetails). Hierdoor is het onmogelijk uitspraken te doen over de werkelijke afmetingen van het object en de afstand ervan tot de camera.

Het getuigenrelaas van Sabine bleek onsamenhangend en in belangrijke details af te wijken van dat van haar verloofde.

De ervaring leert dat UFO-fotografen die beweren dat ze foto’s van hetzelfde filmrolletje hebben weggegooid, vaak op die manier trachten minder succesvolle vervalsingen te verbergen (vooral als het gaat om foto’s die onmiddellijk voor of na de ‘UFO’-opname werden gemaakt).

Aan de hand van gepubliceerde gegevens over de camera en de gebruikte instellingen kon de hoekgrootte van de witte lichten op de foto worden berekend (uitgaande onder meer van de bewering van de getuige dat de zoom ingesteld stond op 100 à 150 mm). De lichten blijken elk groter te zijn dan de volle maan. Het volledige verschijnsel moet dus erg opvallend zijn geweest (ongeveer 14 maal de maan). Vreemd genoeg bleek niemand anders uit Petit-Rechain of omstreken die avond iets ongewoons in de lucht te hebben opgemerkt. Bovendien zijn de gevonden hoekgroottes tegenstrijdig met de beschrijving die Sabine geeft in het verslag dat SOBEPS begin augustus 1990 over de waarneming had opgesteld. Aan de onderzoekers vertelde Sabine hoe ze ‘redelijk hoog in de lucht’ eerst drie dan vier ‘lichtpunten’ had gezien waarvan ze eerst dacht dat het sterren waren. De uitleg die prof. Meessen aanvoert, met name dat uv-stralen geproduceerd door het voortstuwingsmechanisme van de UFO de gevoelige film hadden belicht, is niet alleen vergezocht maar bleek ook fototechnisch onmogelijk.

Geen overhaaste conclusies

Patrick Maréchal toont zijn diaOp 26 juli 2011 haalde het handjevol kritische onderzoekers op spectaculaire wijze hun gelijk: in het RTL-nieuws van die dag bekende Patrick Maréchal dat hij destijds alleen maar een grap had willen uithalen. Maréchal had de foto gemaakt in samenwerking met een vriend uit de fabriek waar hij destijds werkte. Die collega had een driehoek in piepschuim uitgesneden en hijzelf had het model in de tuin aan een boom opgehangen met behulp van wat touwtjes en een keukentrap. In elke hoek werd een kleine zaklamp geperst en in het midden een extra lichtje dat met een markeerstift rood werd gekleurd. Geen twee maar een dozijn foto’s werd genomen, alle met statief. Zijn vriendin was de hele tijd in de woonkamer gebleven. Zij vond het allemaal maar een onnozele bedoening.

Anders dan gewoonlijk werd het nieuws van de vervalsing uitvoerig besproken door de nationale en internationale media. Dat Maréchal, nu 41, zich wentelde in de aandacht die hem te beurt viel, heeft daar vermoedelijk aan bijgedragen.

Geconfronteerd met de opgebiechte grap gaf Guy Mossay aan de Vlaamse kwaliteitskrant De Standaard te kennen gefrustreerd en boos te zijn, vooral nu duidelijk is dat hij zich door een jonge kerel bij de neus heeft laten nemen. Hij vraagt zich af wat zijn ex-collega’s – hijzelf is intussen met pensioen – niet moeten denken als ze horen dat hij als beroepsfotograaf een vervalst document hielp promoten en er bovendien nog munt uit heeft geslagen. Mossay hamert er op dat hij altijd in de echtheid van de foto heeft geloofd, ook al was het hem niet duidelijk of het nu om een buitenaards ruimteschip of een experimenteel vliegtuig ging.

Professor Meessen daarentegen is niet overtuigd en twijfelt aan deze nieuwe wending in het verhaal. De professor meent dat we geen overhaaste conclusies moeten trekken en voorzichtig moeten omspringen met dit soort onbewezen beweringen…

Patrick Maréchal toonde zich van zijn kant bezorgd over de impact die zijn biecht heeft gehad en beklemtoont aan iedereen die het horen wil dat één vervalste foto nog niet bewijst dat daarmee alle getuigenissen uit de Belgische UFO-golf van tafel moeten worden geveegd. Het waren juist de waarnemingsverslagen in kranten en weekbladen die hem de inspiratie voor de grap hadden gegeven.

Maréchal is intussen zijn eigen blog gestart over UFO’s en aanverwante onderwerpen. Hij verklaart altijd een true believer te zijn geweest. ‘Ik geloof in UFO’s, ik geloof in de ufologie en ik geloof ook stellig dat de Belgische UFO’s echt waren’, aldus Maréchal.

Onthouden we vooral dat het geloof in buitenaards bezoek er de oorzaak van is geweest dat een aantal wetenschappers zich in deze kwestie serieus heeft vergaloppeerd.

Noten

1. SOBEPS (Société Belge pour l’Etude des Phénomènes Spatiaux), begin 2008 omgevormd tot COBEPS (Comité Belge pour l’Etude des Phénomènes Spatiaux).
2. NARCAP – National Aviation Reporting Center on Anomalous Phenomena.
3. CNRS – Centre National de la Recherche Scientifique.

Meer info op www.caelestia.be, waar ook een Engelstalige versie van dit artikel en een uitgebreide bronvermelding is terug te vinden.

Uit: Skepter 24.2 (2011)

Naschrift 2013

Coen Vermeeren (2013) schreef in zijn boek Ufo’s bestaan gewoon: ‘Een van de bekendste ufo-foto’s gaat al jaren door voor authenthiek. In een tijd dat foto’s nog foto’s waren en hun authenticiteit door experts kon worden vastgesteld, werd deze foto vrijgegeven door [generaal-majoor] De Brouwer.’ Vermeeren liet de foto ook in zijn boek afdrukken met het onderschrift ‘Ufo zoals mogelijk gezien boven België in de periode 1989-1993’. Vermoedelijk was het hem ontgaan dat de maker al in 2011 had bekend dat het een vervalsing was.

 

Wim van Utrecht is projectleider van CAELESTIA, een publicatie- en onderzoeksinitiatief voor niet-geïdentificeerde luchtverschijnselen. Meer info op www.caelestia.be