Paardenmelk

Is het zo heilzaam als men beweert?

door Marie Prins

De laatste tijd verschijnen er meer en meer artikelen in de Vlaamse kranten en tijdschriften over de fantastische eigenschappen van paardenmelk. Het is beslist niet minder dan een wondermiddel, zo klinkt het. Eigenlijk zou men deze artikelen ‘informercials’ oftewel sluikreclame moeten noemen, want kritische opmerkingen over de eigenschappen van dit wondermiddel beperken zich in de regel tot de smaak van de melk. En tja, wat de een lekker vindt, vindt de ander niet te zuipen.

Belangrijker zijn uiteraard de medische en gezondheidsclaims die er voor paardenmelk worden gemaakt. Laten we dus eens kijken naar wat voor goede eigenschappen de voorstanders van het gebruik van paardenmelk naar voren brengen:

Lijst van beweringen

De oude steppenvolkeren gebruiken het als geneesmiddel. Het maakt hen immuun tegen ziekten en die volkeren worden erg oud.

De samenstelling van paardenmelk lijkt meer op die van moedermelk dan op die van koeienmelk.

Omdat het veel vitaminen en sporenelementen, zoals ijzer, kalium, calcium en fosfor bevat, geeft paardenmelk extra energie bij vermoeidheid, stress, intensieve sportbeoefening en herstel na een operatie.

Het wordt in Nederland als een geneesmiddel beschouwd.

Het bevat een stof die de goede en slechte bacteriën activeert. De goede bacteriën elimineren de slechte en zo heeft paardenmelk een zuiverende werking.

Omdat paardenmelk weinig vet bevat, is het goed voor mensen met een te hoog cholesterolgehalte en bij hoge bloeddruk.

Het drinken (dus niet op de huid uitsmeren) van paardenmelk is goed voor mensen met psoriasis en eczeem. Anderen zeggen dan weer dat zeep van paardenmelk en zalven met paardenmelk tegen deze kwalen helpen.

Paardenmelk wordt aangeraden bij problemen met de stofwisseling, bij onregelmatige stoelgang, huidproblemen, een te hoog cholesterolgehalte, stijve gewrichten, kanker en menopauzeklachten.

Het zuivert de lever, de darmen, het bloed en de huid.

Het zorgt voor een hoger hemoglobinegehalte en een vermeerdering van rode bloedlichaampjes, die op hun beurt een betere zuurstofopname in de longen verzekeren.

Het verhoogt de weerstand.

Het is goed bij de behandeling van diverse, niet nader genoemde welvaartsziekten.

En ten slotte heeft paardenmelk ook nog een eigenschap die aan homeopathie doet denken. Niet omdat het verdund gebruikt wordt, maar omdat de aandoeningen vaak verergeren gedurende de eerste weken; pas daarna begint men verbetering te merken.

Volkeren die erg oud worden

Laat ons eerst eens kijken naar die afgrijselijk gezonde en oude steppevolkeren. De ouderen onder ons herinneren zich misschien nog wel dat dit type oudjes vroeger in de Kaukasus woonde. Daar was het de zuivere berglucht die hen zo oud maakte. Toen we meer over de Kaukasus te weten kwamen, verhuisden die oudjes echter naar Tibet: nog zuiverder berglucht en een millennia oude beschaving. Maar nu moet je om oud te worden een lid van een Mongools steppevolk zijn.

Wat deze drie volkeren gemeen hebben, is dat het leven daar zwaar en kort is. De mensen zien er vóór hun tijd – naar onze begrippen althans – erg oud uit. Volkeren met zeer veel ‘hoogbejaarden’ waren zonder uitzondering analfabeet, ze hadden geen geboorteregisters en heel oud worden werd er beschouwd als een zegen van de goden. Die steppenvolken moesten bovendien wel paardenmelk gebruiken, want andere soorten melk hadden ze niet. De paarden waren echter gebruiksvee, waardoor zelfs paardenmelk daar schaars was. Zo krijg je vanzelf die wonderverhalen.

Er is een beperkt aantal goed gedocumenteerde gevallen van mensen die 115 jaar zijn geworden en van één persoon die de 120 heeft overschreden. Al die mensen woonden in West-Europa of Japan, rijke landen met een redelijke welvaartsverdeling. Dat maakt de mensen oud. Wat welvaartsziekten worden genoemd, zijn dan ook in hoofdzaak ouderdomsziekten.

Lijkt paardenmelk op moedermelk?

De samenstelling van paardenmelk zou meer op moedermelk lijken dan de samenstelling van koeienmelk, wat het tot een wondermiddel voor volwassenen zou maken. Men vergeet daarbij twee grote verschillen tussen paardenmelk en moedermelk: paardenmelk bevat veel minder vet en veel meer natrium dan moedermelk, en, vooral, dat lage vetgehalte maakt paardenmelk zonder meer ongeschikt als babyvoeding. Een baby heeft dat vet in de moedermelk – die veel vetter is dan volle koemelk – broodnodig. Het is de voornaamste energiebron voor de geweldige groei van een baby in dat eerste levensjaar. En tien keer de hoeveelheid natrium van moedermelk is ook slecht voor de baby. De nieren van jonge kinderen kunnen niet overweg met een overdosis natrium. Het kan leiden tot hypernatriëmische stuipen met permanente hersenschade. Dit komt onder meer voor bij het gebruik van macrobiotische kindervoeding.

Waarom een samenstelling die op die van moedermelk lijkt voor volwassenen van belang zou zijn, is allerminst duidelijk. In deze tijden van vetangst is het lage vetgehalte mogelijk een aanbeveling voor gebruik door volwassenen, maar daarin verschilt paardenmelk dus heel erg van moedermelk. En koemelk met weinig of geen vet is in iedere supermarkt te koop tegen een veel lagere prijs dan acht tot twaalf euro per liter, de prijs die men voor paardenmelk vraagt, en is voor volwassenen even goed.

Koemelk is net zo rijk aan vitaminen en mineralen als paardenmelk. Het bevat zelfs meer calcium (al is het verschil klein) dan paardenmelk en veel meer kalium en fosfor. Paardenmelk bevat wel iets meer ijzer en de calcium-fosforverhouding is gunstiger voor de kalkopname dan bij koemelk. De vitaminen en sporenelementen zijn echter niet de stoffen die energie leveren, en de verschillen tussen paardenmelk en koemelk maken voor een volwassene – die nu eenmaal niet alleen op melk leeft – niet veel uit. Een volwassene verkrijgt genoeg van deze stoffen uit de rest van zijn voeding, met eventuele uitzondering van calcium. Een paar boterhammen met kaas zijn echter al voldoende om een eventueel tekort aan calcium op te heffen.

Is paardenmelk een geneesmiddel in Nederland?

Nee, dat is zonder meer een leugen. Wie het toch als een geneesmiddel verkoopt, overtreedt de wet. En het is nog erger: volgens de Nederlandse Warenwet is paardenmelk niet eens melk! (1) Voor de melk van koeien en schapen gelden namelijk extra strenge regels om besmetting door Salmonella, Escherichia coli O157, Listeria monocytogenes en andere gevaarlijke ziektekiemen zoveel mogelijk te voorkomen. Rauwe melk mag alleen op de boerderij worden verkocht en daar moet een bord staan dat zegt ‘rauwe melk moet gekookt worden voor men ze consumeert’. Voor paardenmelk gelden echter alleen de normale regels van hygiëne die voor alle voedingswaren gelden: schone handen, schone uiers en schone machines bij het melken, enzovoort.

Paardenmelk is voeding en in geen geval een geneesmiddel, ook al wordt het misschien hier of daar in een apotheek verkocht. Het staat apothekers nu eenmaal vrij om ook niet-geneesmiddelen te verkopen. Dat paardenmelk geen geneesmiddel is, betekent ook dat er geen medische claims voor paardenmelk mogen worden gemaakt.

Gezondheidsclaims mogen wel. De grens tussen die twee is vaag, maar er is een keurig boekje met regels voor wat wel en niet mag. ‘Voor een goede darmwerking’ mag, maar ‘darmregulerend’ mag niet. Nodeloos te zeggen dat het lezen van deze regels sterk op de lachspieren werkt. Maar het gevolg is wel dat er teksten op de etiketten komen te staan die heus niet alleen voor een Vlaming, maar ook voor de gemiddelde Nederlander gemakkelijk de indruk wekken dat men met een geneesmiddel te doen heeft. Mogelijk is het misverstand zo in de wereld gekomen.

Bacterievrij? Dat had je gedroomd!

‘Paardenmelk bevat een stof die de goede en slechte bacteriën activeert. De goede bacteriën elimineren de slechte en zo heeft paardenmelk een zuiverende werking.’ Deze zin uit een stukje propaganda voor paardenmelk is niet helemaal juist. Eén van die actieve beschermende stoffen in paardenmelk is lactoferine, dat de groei van bepaalde bacteriën zou remmen. Dit lijkt aangetoond voor Bacillus stearothermophilus, Bacillus subtilis, Proteus vulgaris, Shigella flexneri en Staphylococcus epidermidis. Of dat ook echter daadwerkelijk in ons spijsverteringssysteem gebeurt, is wat anders. Het effect is trouwens alleen van belang voor zuigelingen, die immers alleen melk krijgen. Maar voor hen is paardenmelk zonder meer ongeschikt wegens het veel te lage vetgehalte. En jammer genoeg werkt die bescherming niet tegen de veel voorkomende boosdoener Escherichia coli, die toevallig bij frigotemperaturen prima gedijt. (2) Juist deze bacterie maakt samen met Campylobacter, Salmonella, Bacillus cereus, Listeria monocytogenes en Staphylococcus aureus de lijst op van de gevaarlijke ziektemakers in rauwe melk, onverschillig of dit nu paardenmelk of koeienmelk is. Over deze bacteriën zegt het betreffende artikel helemaal niets. Elk jaar vallen hier weer slachtoffers door, voornamelijk onder de 50-plussers. Dat is nu eenmaal het risico van een natuurproduct: besmetting door erg natuurlijke ziekteverwekkende bacteriën. Moeder Natuur is helemaal niet zo lief.

De enige manier om zich tegen ziektemakers in rauwe melk te beschermen is pasteurisatie of sterilisatie. In uw eigen keuken betekent dat voor rauwe paardenmelk: koken. Rauwe paardenmelk is net zo riskant als rauwe koemelk. Voor mensen die bijvoorbeeld herstellende zijn van een operatie of voor mensen die een chemokuur ondergaan of net hebben ondergaan, is het gebruik van rauwe paardenmelk om die reden alleen al af te raden. Het risico is voor hen eenvoudig te groot. En nee, afkoelen helpt niet; daar zijn die ziektekiemen best tegen bestand.

Weinig vet

Bij het zoeken naar betrouwbare informatie over de geneeskracht van paardenmelk is het eerste wat opvalt de schraalheid aan informatie erover. En dat voor een stof waarvan beweerd wordt dat de werking ervan al lang wereldwijd bekend is. Het Nederlandse Voedingscentrum kwam tot dezelfde conclusie. (3)

Als men zoekt naar wetenschappelijk betrouwbare informatie over de slaapbol (Papaver somniferum), waar we opium van oogsten, de kinaboom (Cinchona ledgeriana) voor kinine of het vingerhoedskruid (Digitalis soorten) voor medicijnen voor bepaalde hartproblemen, dan merkt men dat daar hele boekdelen over bestaan. Van deze planten is de werking inderdaad wereldwijd al enkele eeuwen en soms enkele millennia bekend. Blijkbaar is die werking van paardenmelk minder zeker dan wordt verondersteld. Dat klopt: in feite is er nagenoeg niets bewezen.

Zeker is maar één ding: voor mensen met koemelkallergie is paardenmelk een bruikbare vervanging van koemelk, ten minste zo lang ze niet tevens allergisch zijn voor paardenmelk. Ze moeten ook ouder zijn dan vier jaar, want voor jonge kinderen is een dergelijke magere melk niet geschikt. Paardenmelkallergie komt voor bij 1 op de 25 van de mensen met koemelkallergie. (4) Testen voor deze allergie is dus nodig voor men met het gebruik van paardenmelk begint. Voor mensen met koemelkallergie is er echter ook sojamelk beschikbaar; veel goedkoper en zonder het infectiegevaar van rauwe melk. Nou ja, voor deze toepassing hoeft de paardenmelk ook niet rauw te blijven.

Verwar koemelkallergie overigens niet met lactose-intolerantie, want in dat geval helpt paardenmelk absoluut niet. Paardenmelk bevat bijna 1,5 maal zoveel lactose als koemelk, dus in dat geval raakt men van de wal in de sloot. Aan lactose-intolerantie lijdt in België overigens maar ongeveer één procent van de bevolking. De meerderheid daarvan kan een of twee koppen melk per dag wel aan, en yoghurt en harde en gerijpte kazen worden eveneens goed verdragen.

Indien u een dikke portemonnee heeft, de arts een te hoog cholesterolgehalte in uw bloed geconstateerd heeft en u de smaak van paardenmelk niet hinderlijk vindt, dan is het gebruik ervan ter vervanging van volle koemelk een verantwoorde keuze. Magere koemelk heeft echter veel minder vet en is veel goedkoper. Overigens verlaagt paardenmelk op zich dat cholesterolgehalte nauwelijks. De voeding draagt hier namelijk maar een klein gedeelte toe bij en een kwart liter paardenmelk is op het totaal van het dagelijkse voedsel niet veel. Indien u boven de 50 bent – zoals veel mensen met een te hoog cholesterolgehalte – is het toch beter die paardenmelk eerst te koken.

Huidaandoeningen en darmklachten

Vervolgens zou paardenmelk verbetering geven bij huidaandoeningen als eczeem en neurodermitis en bij darmaandoeningen als de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Hierover is nauwelijks materiaal te vinden. Wel bestaat een lijstje met verslagen van individuele gevallen uit Thüringen. Dat leverde zeven gevallen op (van de 31 gebruikers) waarbij de gebruikers opgaven zich beter te voelen. Bij één daarvan ging dit samen met bioresonantietherapie! Zulke verhalen zeggen niets, want er zijn gewoon te weinig gegevens. Bovendien hoort men meer over de gevallen waar de paardenmelk iets lijkt te doen dan over de gevallen waar het niets uithaalt of waar de klachten verergeren. Want wat was de ervaring van die andere 24 gebruikers? Paardenmelk is niet uitzonderlijk lekker maar wel uitzonderlijk duur. De meesten zullen het dus wel omwille van hun gezondheid hebben gedronken, wat voor die 24 blijkbaar zonder uitzonderlijk resultaat bleef.

Een groep onderzoekers van de Universiteit van Jena voerde in het jaar 2000 niettemin de allereerste proef uit, met 17 patiënten met darmklachten (8 ziekte van Crohn, 9 colitis ulcerosa). Het zou dubbelblind onderzoek zijn geweest, maar het placebo was hypoallergene babyvoeding, wat anders smaakt dan paardenmelk. Bij dit soort kleine aantallen moeten de verschillen wel erg groot zijn om toeval uit te schakelen. Dat waren ze niet, vooral als je weet dat men kon beseffen of men al dan niet het placebo innam. De patiënten die paardenmelk innamen voelden zich beter, maar de onderzochte parameters in het bloed, de ontlasting en de urine gaven geen verschil. (5) De Duitse patiëntenvereniging was dan ook niet overtuigd. (6) Voor de zoveelste keer is weer eens aangetoond dat je beter voelen nog niet hetzelfde is als beter zijn.

Het eerste onderzoek over de daadwerkelijke invloed van de consumptie van paardenmelk op eczeem en neurodermitis moet nog beginnen. Afgelopen mei zocht de Universiteit van Jena naar patiënten die hieraan wilden deelnemen. Dat is dus nog afwachten.

Zuivert de lever en nog veel meer

Wat blijft er over? De stijve gewrichten, de menopauzeklachten en de niet nader genoemde welvaartsziekten. Of paardenmelk helpt bij niet met name genoemde ziekten kan niet worden nagegaan. Met die stijve gewrichten worden waarschijnlijk diverse reumatische klachten bedoeld. Het Reumafonds (Nederland) kan geen gegevens vinden die de werkzaamheid van paardenmelk zelfs maar aannemelijk maken. (7)

Iets dergelijks geldt ook voor darmkanker en borstkanker. Paardenmelk zou hier helpen vanwege de alkylglycerol die in de melk van paardachtigen aanwezig is, zo klinkt het. Hierop reageert dokter Roger Crombez van het A.Z. Sint-Lucas te Brugge als volgt: ‘Een (poly)alkylglycerol is een leuke naam voor een vet en komt dus uiteraard in alle types melk voor. Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor de werkzaamheid van de stof in de bestrijding van kanker.’ Voor menopauzeklachten geldt alweer hetzelfde: geen van de bestanddelen van paardenmelk staat bekend om enige werking bij deze klachten.

De consumptie van paardenmelk zorgt voor een hoger hemoglobinegehalte, dat klopt. Dat doet de consumptie van koemelk en zelfs het eten van een snee brood echter ook. Zo bijzonder is dat dus niet.

Over het zuiveren van de lever, de darmen en het bloed hoeft niets gezegd te worden; dat is gewoon onzin. En de huid wordt gezuiverd met zoiets simpels als zeep en warm water. Of paardenmelk de weerstand tegen infectieziekten verhoogt? Het is te hopen, want de ongepasteuriseerde en ongesteriliseerde melk kan zelf een bron van infectieziekten zijn. Enig bewijs ontbreekt.

Voor iemand als ik, die in haar jeugd nog zowel koeien als schapen, maar geen paarden, met de hand heeft gemolken, is het niet prettig hardwerkende paardenhouders teleur te stellen. Maar feiten zijn feiten en die wijzen op dit moment niet op gezondheidswinst door het consumeren van paardenmelk.

Noten

1. Plate, H.M. en H.J. Ewals, 2003. Een oriënterend onderzoek naar productie, microbiologische gesteldheid en verkoop van paardenmelk in Nederland. Project OT0270c, Voedsel en Waren Autoriteit – Keuringsdienst van Waren. Opmerking toegevoegd juli 2013: De huidge regelgeving omtrent paardenmelk staat uitvoerig beschreven in het verslag van de onderzoeksstage van Lise van der Burg getiteld De paardenmelkerij (2010).
2. Interventionsstudie zur Wirksamkeit der Stutenmilch als Diätetikum für Patienten mit Darmerkrankungen. Proc. Germ. Nutr. Soc. 4, 22, 2002.
3. Stichting Voedingscentrum Nederland, den Haag. e-mail d.d. 6 september 2004.
4. Businco L., Giampietro P.G., Lucenti P., Lucaroni F., Pini C., Di Felice G., Iacovacci P., Curadi C., Orlandi M. : Allergenicity of mare’s milk in children with cow milk allergy. Journal of Allergy and Clinical Immonology. 2000 May; 105(5):1031-4
5. Als noot 2.
6. www.dccv.de/news/article747.html . Opmerking toegevoegd juli 2013: dit bericht was in 2004 alweer verdwenen van de site. Het nieuwsbericht staat er nog wel, maar het commentaar is niet meer te vinden. Op de site van de universiteit van Jena staat een artikeltje over een onderzoek uit 2009 met 100 deelnemers met als conclusie: ‘Paardenmelk verzacht huid- en darmziekte’. Het onderzoek was zonder controlegroep en ongeblindeerd en de uitslag was gebaseerd op subjectieve mededelingen van de deelnemers. Als men op die manier onderzoekt krijgt men natuurlijk deelnemers die zich bij het begin van het onderzoek zo slecht voelen dat ze hulp zijn gaan zoeken, waarna min of meer vanzelf de klachten dan weer wat minder worden. De patiëntenvereniging vond het niet meer de moeite waard om hier over te berichten.
Bij een eerder onderzoek in 2005 met 23 patiënten met wat in het Nederlands constitutioneel eczeem heet van dezelfde projectleider was wel een controle (dezelfde patiënten dronken ook een tijdje lang een ander soort melk). Het werd pas in 2009 gepubliceerd. Merkwaardig genoeg daalde in de ‘paardenmelk’-periodes de gemiddelde ernst van de klachten van 30 naar 27 (eigenlijk niet significant), en in de placeboperiodes van 28 naar 27. Kennelijk waren door een of ander toeval aan het begin van de paardenmelkperiode de proefpersonen er tijdelijk wat beroerder aan toe.
7. www.reumafonds.nl/reumafonds/nieuws/2004/paardenmelk . Opmerking toegevoegd juli 2013: dit bericht is verdwenen van de site.

Dit artikel verscheen in Wonder en is gheen Wonder, nr. 4(3), 2004

Marie Prins is elektrotechnisch ingenieur en oud-bestuurslid van Skepsis.