Homeopathische uitdaging

door Rob Nanninga

Michiel van Gemert, woordvoerder en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH), daagde minister Hoogervorst en inspecteur-generaal Kingma uit om drie weken lang Sulphur C200 te slikken. Dit leidt volgens Van Gemert tot ondraaglijke jeuk en warmteontwikkeling. Het gaat hier om een verdunning van 1 op 10 tot de macht 400. Die bevat geen enkele van de oorspronkelijke zwavelatomen meer. Ter vergelijking: men schat dat het zichtbare universum 10 tot de macht 95 deeltjes bevat, en dan zijn de lichtdeeltjes meegerekend.

Om te kunnen vaststellen of zo’n middel effect heeft, is het essentieel dat de deelnemers aan zo’n proef niet weten of ze Sulphur C200 krijgen of louter water en alcohol. Uit soortgelijke proeven is nooit gebleken dat homeopaten op basis van hun ervaringen kunnen bepalen wat ze hebben geslikt. De Stichting Skepsis nodigde de NVKH uit om gezamenlijk zo’n experiment uit te voeren

23 februari 2004

Geachte heer Van Gemert,

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag las ik dat het dagelijks innemen van Sulfur C200 binnen drie weken leidt tot ondraaglijke jeuk en warmteaanvallen. U daagt minister Hoogervorst en inspecteur Kingma uit om dit zelf eens te proberen, maar zij gaan niet op het voorstel in. Namens de Stichting Skepsis wil ik de NVKH graag uitnodigen voor een gezamenlijk experiment waarbij we nagaan of het gebruik van Sulfur C200 (of desgewenst een andere potentie) inderdaad zulke kenmerkende verschijnselen kan oproepen.

Ik zal hieronder kort beschrijven hoe zo’n proef zou kunnen worden uitgevoerd. Uiteraard staan we open voor alle voorstellen tot verbetering van deze onderzoeksopzet. Het is belangrijk dat we het van te voren over alle details eens worden. Dat lijkt me wel mogelijk omdat het niet mijn bedoeling is onredelijke eisen te stellen.

Ik stel voor dat we werken met twee groepen proefpersonen: een groep van 40 skeptici en een even grote groep die overtuigd is van de waarde van homeopathie. Deze tweede groep kan worden samengesteld door de NVKH en de eerste door de Stichting Skepsis.

In elke groep ontvangt de helft van de proefpersonen een flesje Sulfur C200 en de andere helft een placebo. De flesjes worden van te voren gerandomiseerd en gecodeerd door een onafhankelijke controleur waarin we allebei vertrouwen hebben. Alleen deze controleur beschikt over een lijst waarop staat wat er in de flesjes zit. De proefpersonen mogen niet weten wat ze ontvangen. Op de flesjes staat alleen een code.

De proefpersonen nemen dagelijks een voorgeschreven aantal druppels van het middel in. Desgewenst zouden we kunnen afspreken dat de skeptici het middel innemen in het bijzijn van twee getuigen (bijvoorbeeld collega’s op het werk) die hun handtekening elke dag op een formulier zetten. Op die manier kunnen we er zeker van zijn dat ze zich aan de voorschriften houden.

Na drie weken moeten alle deelnemers op een formulier aangeven welke verschijnselen ze bij zichzelf hebben opgemerkt. Als de jeuk of warmteontwikkeling onaangenaam wordt, mogen ze eerder stoppen. De NVKH stelt vervolgens aan de hand van de formulieren vast welke deelnemers vermoedelijk de Sulfur C200 hebben geslikt. Ten slotte krijgen we van de controleur de lijst met codenummers, zodat we kunnen nagaan in hoeverre deze beoordelingen juist waren.

Als nu blijkt dat meer dan 50 van de 80 proefpersonen op basis van hun ervaringen in de juiste groep (Sulfur of placebo) kunnen worden ingedeeld, dan zou dat een opmerkelijk resultaat zijn, en des te opmerkelijker naarmate de score hoger ligt. Het is mogelijk dat het effect zich uitluitend voordoet bij degenen die waarde hechten aan homeopathie. Ook dat zou heel interessant zijn.

Een gezamenlijke proef lijkt mij de geschikte manier om er achter te komen of uw uitspraak over het effect van Sulfur C200 bevestigd kan worden. Als dit niet het geval blijkt te zijn, dan is daarmee natuurlijk nog niet aangetoond dat hoge potenties nooit een effect hebben. En omgekeerd: wanneer het experiment succes oplevert, dan betekent dit niet dat de hele homeopathie is bewezen. Aan een enkel experiment kunnen slechts beperkte conclusies worden verbonden. Niettemin lijkt het mij de moeite waard om het eens te proberen. De kosten van het onderzoek zijn laag, zodat ze geen beletsel vormen. Skepsis kan bovendien het nodige bijdragen.

Ik hoop dat dit voorstel u aanspreekt en dat we tot een vruchtbare samenwerking kunnen komen.

Met vriendelijke groet,

Rob Nanninga
Stichting Skepsis

Het onderstaande bericht verscheen in de Volkskrant nadat Michiel van Gemert een verslaggever inlichtte over het onderzoeksvoorstel van Skepsis. Helaas bleek het voorbarig te zijn.

Skepsis neemt uitdaging van homeopaten aan

de Volkskrant, Binnenland, 25 februari 2004

Van onze verslaggever

De Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH) en de Stichting Skepsis, bestrijder van pseudo-wetenschap en kwakzalverij, gaan gezamenlijk een proef opzetten die meer duidelijkheid moet verschaffen over de claims van de homeopathie.

Het bestuur van de Stichting Skepsis nam de uitdaging aan die vorige week werd afgewezen door minister Hoogervorst van Volksgezondheid en secretaris-generaal Kingma van de Raad voor de Gezondheidszorg. Hoogervorst en Kingma weigerden mee te werken aan een experiment waarin zij gedurende drie weken driemaal daags een megaverdunde dosis sulphur (200 keer 100 maal verdund) tot zich zouden nemen om te zien of zij inderdaad de door de homeopathie voorspelde verschijnselen zouden gaan vertonen (jeuk en warmte).

De Stichting Skepsis heeft de NVKH voorgesteld de proef uit te breiden tot tachtig proefpersonen, bestaande uit veertig tegenstanders van homeopathie en veertig aanhangers.

Van beide groepen zouden er twintig de homeopathische oplossing krijgen en twintig een placebo. Wanneer na afloop van de proef vijftig van de tachtig proefpersonen in de juiste groep geplaatst kunnen worden – placebo of sulphur – zou dat de homeopathische theorie ondersteunen.

Klassiek homeopaat Michiel van Gemert van de NVKH is enthousiast over het experiment. ‘Deze vorm van testen is de basis van de homeopathie. Als het niet lukt, zeg ik mijn praktijk op. Dan ben ik ook voorgelogen.’

9 maart 2004

Beste Michiel van Gemert,

Het is zeer teleurstellend om te horen dat er binnen de NVKH geen homeopaten zijn die aan een experiment willen meewerken. Dat is ook onbegrijpelijk gezien de uitspraken die jij als woordvoerder en bestuurslid van de NVKH tot driemaal aan toe in de Volkskrant deed.

Je daagde minister Hoogervorst en inspecteur-generaal Kingma uit om zelf drie weken lang Sulphur C200 te slikken en je garandeerde hen dat dit zou leiden tot ondraaglijke jeuk en warmteontwikkeling. Toen de minister hier niet op inging, schreef je in een forumstuk voor de Volkskrant: “Dat hij onze uitdaging niet aandurft om drie weken lang een mega-verdund homeopathisch geneesmiddel in te nemen om vast te stellen of hij er bijwerking van krijgt, zegt meer over de minister dan over de homeopathie.” En in een volgende alinea: “Laat hij ons maar zeer streng controleren. Het kan ons niet streng genoeg zijn.”

Als jullie uitdaging serieus bedoeld was, dan zou de NVKH heel blij moeten zijn met ons onderzoeksvoorstel. Wat wij voorstellen is alleszins redelijk en we staan open voor alle verbeteringen. Ik zal de punten nog eens op een rijtje zetten.

1. Bij het voorgestelde experiment is het niet nodig dat alle proefpersonen die het homeopathische middel innemen bepaalde symptomen ervaren. Het gaat er alleen om of die symptomen duidelijk vaker optreden bij mensen die het middel slikken dan bij mensen die een placebo krijgen. In jullie uitdaging aan de minister en de inspecteur-generaal wordt de indruk gewekt dat de symptomen altijd optreden, maar dat is wat ons betreft helemaal niet nodig.

2. Jij stelde voor om alleen sceptici het middel te laten slikken (Hoogervorst en Kingma). Wij zouden daarentegen ook al van een succes spreken wanneer alleen homeopaten de effecten bij zichzelf kunnen bespeuren.

3. Wij willen er graag voor zorgen dat de flesjes nauwgezet worden gerandomiseerd en gecodeerd op een manier die maximale veiligheid van de code garandeert, en onder toezicht van een gerenommeerde wetenschapper waarin we allemaal vertrouwen hebben. Het is dus niet aannemelijk dat er daarbij iets mis kan gaan.

4. De deelnemende homeopaten kunnen aan de hand van hun eigen ervaringen zelf bepalen wat ze naar hun oordeel hebben ingenomen: Sulphur C200 of placebo. Uiteraard mogen deskundigen binnen de NVKH hen daarbij van advies dienen. Je zou de deelnemers ook kunnen vragen om alle symptomen in een dagboekje te noteren. De dagboekjes kunnen dan worden verzameld door een deskundige van de NVKH, die vaststelt welke deelnemers vermoedelijk Sulphur C200 hebben ontvangen en welke niet. Ondraaglijke jeuk is wat ons betreft niet nodig. Het maakt ons niet uit aan de hand van welke symptomen het onderscheid wordt gemaakt. Dat laten wij helemaal over aan de NVKH.

5. Je schrijft dat er een statisticus nodig is om te berekenen hoe groot de onderzoekspopulatie zou moeten zijn. Om dat te kunnen bepalen moeten we echter eerst weten hoe hoog het verwachte succespercentage is. Stel dat we aannemen dat homeopaten gemiddeld in ongeveer 90 procent van de gevallen kunnen vaststellen welk middel er werd ingenomen. Dan is een groepsgrootte van 40 al ruim voldoende. Ook bij een succesverwachting van 80 procent heb je niet of nauwelijks meer dan 40 deelnemers nodig om een betrouwbare uitkomst te verkrijgen. Als deze succesverwachting (80%) correct is, dan heeft de NVKH een kans van ongeveer 95% om in ten minste 28 van de 40 gevallen correct te kunnen aangeven wie welk middel heeft gekregen. Onder de ‘skeptische’ aanname dat slechts het toeval een rol speelt, is de berekende kans op een dergelijk resultaat ongeveer 1 procent. Een uitkomst die beide partijen min of meer in overeenstemming achten met hun eigen aannamen is dan niet mogelijk. Voor de zekerheid kan de groep groter worden gemaakt, waarbij we ook rekening houden met mensen die wegens omstandigheden voortijdig afhaken zonder enige symptomen te hebben vertoond. Binnen Skepsis is voldoende statistische expertise aanwezig om vast te stellen hoe groot de groep minimaal moet zijn.

6. Voor de sceptici die het middel slikken zou een korte vragenlijst kunnen worden gemaakt waarop de proefpersonen de mogelijke symptomen invullen. De NVKH kan dan aan de hand van deze vragenlijsten vaststellen welke sceptici vermoedelijk Sulphur C200 hebben gekregen. De sceptische groep mag desgewenst groter zijn dan de homeopatengroep. Als jullie willen dat we 100 proefpersonen verzamelen, dan lijkt ons dat, gezien de overweldigende belangstelling in onze eigen kring, geen enkel probleem.

7. We kunnen van te voren precies afspreken welke conclusies we uit een bepaald resultaat zullen trekken. We zouden ook kunnen afspreken dat we de proef nog een keer overdoen als een van beide partijen daar behoefte aan heeft. Het onderzoeksverslag kunnen we samen schrijven en publiceren.

8. Er zou kritiek zijn vanuit de reguliere hoek op het onderzoek. Je geeft niet aan welke die kritiek is en wie ze heeft geformuleerd. Het is ook onduidelijk hoe er kritiek kan zijn, als de details van de opzet nog niet eens zijn besproken (op het punt van blinderen en verloten na).

9. Je zegt dat de uitkomst die je voorstaat verheldering van de discussie is, en dat het je duidelijk is dat die verheldering – die uitkomst – er niet zal komen. Ons is dat helemaal niet duidelijk. Zou je dat kunnen toelichten?

10. Je hebt het over een aantal andere spelers in het veld, zoals andere verenigingen, industrie en universiteiten, waar op de een of andere manier rekening mee gehouden moet worden. Dat is onduidelijk. De NVKH en Skepsis hoeven toch alleen met elkaar rekening te houden?

Wij vinden dat ons onderzoeksvoorstel de NVKH een hele faire kans geeft om haar eigen gelijk aan te tonen, beter nog dan met jullie eigen voorstel. Want veronderstel eens dat alleen minister Hoogervorst het middel drie weken gaat slikken en dan verklaart dat hij er niets van heeft gemerkt. Dan ben je gedwongen hem een leugenaar te noemen, of te zeggen dat het niet bij iedereen werkt. Ook als hij zou verklaren jeuk of iets dergelijks ervaren te hebben, zou het voor ‘sceptici’ niet overtuigend zijn. Die zouden zich er vanaf kunnen maken met de opmerking dat de minister kennelijk suggestibel is. In beide gevallen is de minister dan het onderwerp van speculaties over zijn intenties en psychologie. Het is heel begrijpelijk dat de minister daar geen zin in had.

Met ons voorstel kan de NVKH zich een paar vergissingen permitteren, en hoeft er vanwege de blindering achteraf niet gespeculeerd te worden over beweegredenen van de proefpersonen. Hoe kunnen je uitlatingen in de Volkskrant serieus bedoeld zijn, als je ons veel betere voorstel afwijst, zonder zelfs maar op de details in te gaan?

Als de homeopaten van de NVKH niet eens bereid zijn om te onderzoeken in hoeverre zij op basis van hun eigen ervaringen een onderscheid kunnen maken tussen Sulphur C200 en een controle, dan waren de beweringen die jij namens de NVKH deed helemaal niets waard. Dan is het heel onredelijk om minister Hoogervorst ervan te beschuldigen dat hij de waarheid niet onder ogen wil zien. Het lijkt me dan verstandig om je beweringen over het effect van Sulphur C200 terug te nemen.

Met vriendelijke groet,

Rob Nanninga
Stichting Skepsis

Homeopaten haken af voor proef met Skepsis

de Volkskrant, Binnenland, 11 maart 2004

Marc van den Broek

De proef met het homeopathisch preparaat Sulphur C200 gaat niet door. De Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH) durft het experiment niet aan, omdat de opzet niet deugt. De stichting Skepsis, die reageerde op een oproep van de NVKH om de proef van de grond te krijgen, reageert teleurgesteld.

Het idee van de proef kwam nadat de Inspectie voor de Gezondheidszorg een rapport had gepubliceerd over de dood van Sylvia Millecam. Toen borstkanker bij haar werd geconstateerd, wees ze reguliere behandelingen af en zocht haar heil bij alternatieve genezers. Ondanks de genezingskansen in het begin van haar ziekte, overleed ze aan de gevolgen van kanker, aldus de inspectie. In een poging de homeopathie niet in de hoek van de kwakzalvers te laten drukken, stelde de NVKH zelf een wetenschappelijk experiment met een homeopathisch middel voor.

Het idee was dat minister Hoogervorst van Volksgezondheid en hoofdinspecteur Kingma van de Inspectie aan het homeopathisch middel Sulphur bloot te stellen. Dat zou binnen korte tijd jeuk en warmteontwikkeling geven. Het tweetal bedankte. Toen dook de stichting Skepsis, bestrijder van pseudowetenschap en kwakzalverij, in de ring en stelde voor een experiment op te zetten met tachtig mensen.

In eerste instantie reageerde homeopathisch arts Michiel van Gemert, woordvoerder van de NVKH, enthousiast op het aanbod. Na ruggespraak komt hij daarvan terug. De vereniging vreest dat het experiment is bedoeld om haar de nekslag toe te brengen. ‘De proef met Sulphur kan niet goed gaan, omdat de deelnemers weten welke effecten te verwachten zijn’, zegt Van Gemert. ‘Ook wil ik goed naar de statistische opzet kijken.’

Van Gemert zegt met Skepsis verder te willen onderhandelen over een proef met een andere middel en een goede opzet. Bestuurslid Rob Nanninga van Skepsis houdt de deur open. ‘Als de homeopaten met een serieus voorstel komen, is het goed. Maar we moeten niet jaren gaan praten over uitgangspunten en opzet, want dan gebeurt er niets.’

11 maart 2004

Beste Michiel,

Als het alleen om ons tweeën ging, dan werden we het ongetwijfeld wel eens. In de Volkskrant trad je echter op als woordvoerder van de NVKH, toen je de minister bekritiseerde omdat hij jullie uitdaging niet “aandurfde”. Klassieke homeopaten weten dat een middel zoals Sulphur C200 wel degelijk effect kan hebben, maar dogmatische ongelovigen zoals de minister en de inspecteur-generaal blijven volhouden dat het gewoon “water” is, zonder dat ze bereid zijn om zelf de proef op de som te nemen. Dat was naar mijn indruk de boodschap die jij namens de NVKH uitdroeg.

Als reactie daarop stuurde ik je een onderzoeksvoorstel. Als de NVKH beweert dat de inname van Sulphur C200 kenmerkende symptomen oproept, dan mogen we verwachten dat er binnen de NVKH homeopaten zijn die Sulphur C200 van een placebo kunnen onderscheiden door het zelf in te nemen. Jullie uitdaging wordt erg ongeloofwaardig als de NVKH geen leden heeft die zelf de proef op de som willen nemen. Ik denk dat je dan je kritiek op de minister beter kunt intrekken.

Ik denk niet dat het zal lukken om het met alle partijen eens te worden. Het gaat in eerste instantie alleen om het bestuur van de NVKH. Als daar geen steun te vinden is, dan heeft het weinig zin om ermee door te gaan.

Zelf ga ik ook niet proberen om het eens te worden met iedereen die niet in homeopathie gelooft. Zo zijn er mensen die überhaupt geen onderzoek zouden willen doen. Naar hun overtuiging is de a priori waarschijnlijkheid dat een C200 potentie nog enig effect kan hebben nul komma nul, zodat elk onderzoek bij voorbaat als zinloos mag worden beschouwd. Als zo’n onderzoek desondanks een significant resultaat zou opleveren, dan kan dat naar hun oordeel niets anders zijn dan een ongelukkig toeval of een onderzoeksfout.

Zo kijken oprechte skeptici er niet tegenaan. In onze doelstellingen staat duidelijk dat wij geen enkele bewering of theorie bij voorbaat willen afwijzen. In het verleden hebben we bijvoorbeeld samen met drie erkende parapsychologen een omvangrijk experiment uitgevoerd waarbij de proefpersoon met terugwerkende kracht (zogenoemde retro-actieve PK) de uitkomsten van een toevalsgenerator probeerde te beïnvloeden. Dat is misschien nog wel een vreemder idee dan de veronderstelling dat Sulphur C200 effect kan hebben. Dit experiment werd opgenomen in een parapsychologische meta-analyse, al was het resultaat helaas niet zo goed als de parapsychologen (en ook ik) hadden gehoopt.

Over de inhoud van het onderzoeksvoorstel hoef ik het hier niet meer te hebben. Ik neem aan dat je het met me eens bent dat dit voorstel er heel redelijk uitziet. Vandaag las ik in de Volkskrant dat de proef volgens de NVKH niet deugt omdat de deelnemers weten welk middel ze krijgen. Uiteraard is het geen enkel probleem om het anders te doen. Ik heb Sulphur C200 alleen genoemd omdat je dat zelf deed.

Hoe nu verder? Eén mogelijkheid is dat wij het onderzoek zelf uitvoeren, onafhankelijk van de NVKH, samen met een groep homeopaten die er wel aan mee wil doen. Dan hoef je niet de hele vereniging en allerlei andere partijen te overtuigen van het nut. Een andere mogelijkheid is dat ik (eventueel samen met een collega) een keer kom praten met het bestuur van de NVKH. Misschien krijgen ze dan wat meer vertrouwen in onze bedoelingen. Maar ik wil niet al te veel tijd gaan steken in zulke gesprekken zolang ik niet het gevoel heb dat dit iets concreets zal opleveren.

Met vriendelijke groet,
Rob Nanninga

Op de laatste twee brieven is geen inhoudelijke respons gekomen. De gestelde vragen werden niet beantwoord. Wel verscheen er nog een stukje over de kwestie in het dagblad Trouw.

De kracht van de menselijke geest

Trouw, 19 maart 2004

Sander Becker

Woensdag 25 februari was een historische dag. Homeopaten en sceptici, gezworen vijanden, sloten elkaar voor even in de armen. In de Volkskrant kondigden ze gebroederlijk aan dat ze samen een proef gingen doen met Sulphur C200, een homeopathisch middel waar gezonde mensen ‘ondraaglijke jeuk’ van zouden krijgen en waar mensen met jeuk juist van zouden opknappen.

Michiel van Gemert, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH), en Rob Nanninga, bestuurslid van de Stichting Skepsis, zagen het helemaal voor zich. Er zou een test komen met tachtig personen: veertig aanhangers en veertig tegenstanders van de homeopathie. Drie weken lang zouden zij driemaal daags een dosis oneindig verdunde sulphur tot zich nemen, waarbij ze alle lichamelijke effecten nauwgezet in een schriftje zouden noteren.

Maar twee weken na de aankondiging, toen hij zijn achterban had geraadpleegd, haakte de homeopaat ineens af. Bij nader inzien zat de proef statistisch niet goed in elkaar, zei hij. Bovendien vond hij dat je geen middel moest testen waarvan mensen al bij voorbaat wisten wat de werking was.

Nanninga, de initiatiefnemer, is teleurgesteld. Hij vindt de bezwaren niet overtuigend, maar stelt zich coulant op. Wat hem betreft kiezen de homeopaten een ander middel en passen ze de proef wat aan, zolang die maar verantwoord blijft. Van Gemert voelt daar wel voor, al moet hij binnen zijn vereniging veel weerstand overwinnen. Hij denkt nog zeker een paar maanden nodig te hebben om een tegenvoorstel te formuleren.

[…]

Op 19 maart heeft de NVKH haar uitdaging aan minister Hoogervorst en inspecteur-generaal Kingma op haar website geplaatst, evenals het forumartikel waarin Michiel van Gemert de minister verwijt dat hij de uitdaging niet aandurft. De NVKH ‘vergeet’ daarbij te vermelden dat zij zelf het onderzoeksvoorstel van Skepsis niet aandurfde.

December 2004: Michiel van Gemert heeft niets meer van zich laten horen. Hij is nog wel Hoofd Public Relations van de NVKH. Ook zijn uitdaging aan minister Hoogervorst staat nog steeds op de website van de NVKH, al blijken zijn woorden niets waard te zijn.

Tekst van het persbericht op de site van de NVKH, ontleend aan www.archive.org

Persbericht van 20 februari 2004:

Homeopaten dagen Hoogervorst uit voor lakmoesproef

De Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH) daagt de minister van VWS, J.F. Hoogervorst en de hoofdinspecteur voor de Volksgezondheid uit hun stelling hard te maken dat homeopathische geneesmiddelen niet zouden werken.

Minister Hoogervorst verklaarde eerder deze week dat homeopathische druppels gelijk te stellen zijn aan normaal drinkwater en dat hij homeopathie een vorm van kwakzalverij vindt.

De NVKH (met ruim 600 gekwalificeerde leden de grootste beroepsvereniging van homeopaten in Nederland) daagt de minister en de hoofdinspecteur voor de Volksgezondheid uit om zelf in de volle openbaarheid gedurende drie weken dagelijks een mega-verdunning homeopathische druppels in te nemen en vervolgens vast te stellen of er al dan geen werking optreedt. Als de homeopathische druppels gelijk te stellen zijn aan water, zullen de minister en de hoofdinspecteur geen bijwerking van de mega-verdunning ondervinden. De NVKH voorspelt echter dat zij (of door hun aan te wijzen proefpersonen) ernstige bijverschijnselen zullen ondervinden!

Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014