Morosofie

boekbespreking

door Marcel Hulspas

morosofieGedreven door verbazing speurt Matthijs van Boxsel naar de grootste dommerds van Nederland en Vlaanderen. Slechts zij die werkelijk spectaculair faalden, genieten de eer opgenomen te worden in zijn encyclopedie.

Nicola-Remy Brück (1818-1870) was majoor in het Belgische leger en in zijn vrije tijd onderzoeker van het aardmagnetisme. U en ik mogen denken dat het aards magneetveld hooguit geschikt is om bij bewolkt weer het noorden te vinden; Brück constateerde dat de subtiele variaties in dit veld een diepgaande invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de mensheid. Na een jarenlange duik in de natuurkundige en historische literatuur zag hij dat ieder volk twee stadia van ieder 516 jaar doorloopt, elk bestaande uit vijf periodes: ontstaan, preorganisatie, organisatie, bloei en verval. Deze stadia hingen volgens hem nauw samen met de wederwaardigheden van het aardmagneetveld. De gang der wereldgeschiedenis werd in zijn handen een natuurkundig probleem.

Brücks theorie werd opgepikt door de toen beroemde Belgische wiskundige Charles Lagrange (1851-1932), lid van de Koninklijke Academie van België (een naamgenoot van de nog steeds beroemde Italiaans-Franse wiskundie J.L. Lagrange), en deze ontdekte niet alleen dat dezelfde periode terug te vinden was in de verhoudingen van de grote piramide van Gizeh, maar ook dat de geografische verschuiving van wereldrijken in het avondland (ruwweg van Mesopotamië via Rome naar Engeland) ook een dergelijke periodisering kende en dus ook nauw samenhing met dat magneetveld.

Lagrange was docent aan de Belgische militaire academie en waarschuwde de aankomende officieren tijdens zijn colleges dat België zich in militair-strategisch opzicht niet moest richten op Frankrijk, want dat was de grootmacht in verval, maar op Engeland, de komende grootmacht. Onder zijn gehoor bevond zich kroonprins Albert, die zeer onder de indruk was. Albert gaf Emile Galet, een andere aanhanger van deze theorie van Lagrange, in 1912 opdracht het leger te reorganiseren. Geheel conform Lagrange wilde Galet België voorbereiden op het eerstvolgende gewelddadige conflict tussen de oude beschavingen in het ‘oosten’ en het in het westen opkomende Engeland.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, die twee jaar later uitbrak, had hij de strategische leiding over het Belgische leger, en hij en andere volgelingen van deze ‘magnetische geschiedenis’ zouden het strategische denken binnen de Belgische militaire staf blijven domineren tot halverwege de jaren ’30.

Brück en zijn volgelingen zijn opgenomen in de Morosofie van Matthijs van Boxsel, maar bij wijze van kanttekening. Alleen de Lagrangiaan M.C. Schuyten, die met mathematische precisie het verloop van de Eerste Wereldoorlog weet uit te rekenen (na afloop van die oorlog, wel te verstaan), heeft een reguliere plaats in dit werk gekregen. Strikt genomen horen Brück en Langrange hier niet in thuis. Niet omdat de geschiedenis van de mensheid verklaren uit de variaties in het aardmagneetveld niet dom genoeg zou zijn, dat zeker niet. Van Boxsel mocht ze eigenlijk niet opnemen omdat ze op een ander punt niet aan zijn criteria voldoen: ze hadden succes, invloed, volgelingen, zeer eminente zelfs. Hun denken heeft het denken in een niet onbelangrijk onderdeel van de Belgische staat diepgaand beïnvloed. En de ware morosooof, ‘wijze dwaas’ of ‘dwaze wijze’, wordt gekenmerkt door het feit dat hij zijn fantastische inzichten krijgt, uitbouwt en verkondigt zonder ook maar een minste steuntje in de rug of een zuchtje erkenning. Een dergelijk triomferen in volstrekte eenzaamheid is de ware grootheid van deze ten onrechte zo vergeten categorie.

Dat de domheid een ongekende en vaak schromelijk miskende kracht bezit, heeft Van Boxsel al zeer welsprekend verwoord in een eerder werk, De encyclopedie van de domheid, dat in wezen de inleiding vormde op deze Morosofie. De wetenschap van de domheid is geen kanttekening bij de normale wetenschap, geen appendix van onze wetenschappelijke kennis; ze is veel meer. Domheid is de spiegel van de wijsheid, ze is onze onvermijdelijke en onmisbare medereiziger op weg naar betrouwbare kennis. Geen denken zonder dwalen, geen doorbraak zonder nodeloze blokkade. Maar waar de domheid in haar algemeenheid, als tegenpool van de wijsheid, niet gemist kan worden en daarom met respect behandeld dient te worden, daar is de standvastige beoefenaar van de domheid per definitie misbaar en onmerkbaar.

Wie voor opname in zijn Morosofie in aanmerking wenst te komen, moet zich gedurende lange tijd in troosteloze en onvruchtbare eenzaamheid bezig hebben gehouden met een volstrekt nutteloos boek, een berg onbegrijpelijke artikelen of onontwarbare pamfletten. Een papieren levensbericht is een noodzakelijke voorwaarde, want tekst is nu eenmaal het kleed van de wijsheid. Alleen heeft het kleed dat de morosoof weeft geen enkele drager ooit enige warmte geschonken. En om te voorkomen dat vermelding in deze encyclopedie alsnog respectabiliteit en bekendheid op zullen leveren (waarmee de auteur en zijn werk dus alsnog ten onrechte in dit werk zouden zijn opgenomen), heeft Van Boxsel zichzelf alvast maar opgenomen in zijn eigen encyclopedie. Eer halen uit deze vermelding is zo uitgesloten.

De bibliotheek van de domheid die Van Boxsel gedurende vele jaren heeft opgebouwd, is werkelijk uniek en dankzij zijn schitterende stijl is een wandeling door deze verzameling een groot genoegen. We komen bekenden tegen als Klaas Dijkstra van de platte aarde en Harry Mulisch van de Compositie van de wereld, maar ‘de verloren schakel uit het x-dimensionale spinnenweb’, de ‘Kern van geestelijke natuurwetenschappen’ en ‘het Mysterie Gods onthuld’ beloven in feite veel grotere onthullingen.

Einde van een tijdperk

Van Boxsel laat de auteurs van deze hemelbestormende geschriften zoveel mogelijk zelf aan het woord, tenzij citeren per definitie uit de hand lopen betekent. Het is een uniek boekwerk geworden, een must voor iedere skepticus. Afrondende opmerkingen als ‘levert in het verlengde hiervan een wiskundig bewijs van de ongerijmdheid van het gangbare vrije wilsbegrip, en een godsbewijs’ geven aan dat hij veel meer achterwege heeft moeten laten dan goed voor ons is.

Maar gaandeweg wordt de bezoeker overvallen door een vreemd gevoel. Dwalen door deze zwartglinsterende spelonken van de vaderlandse morosofie maakt nostalgisch. De vondsten weerspiegelen een verlangen deel te nemen aan een inmiddels bijna volledig verloren gegane wereld van eruditie en natuurwetenschappelijke expansie. Misschien is het de absolute stilte waarin ze zich hullen, de jarenlange vrijwillige afzondering, die hen ertoe brengt de meest afgelegen gangen in de oudste bibliotheken te betreden. Om de een of andere reden lijkt hun voorkeur steevast uit te gaan naar bronnen en vragen die in de wereld buiten hun werkterrein nauwelijks nog een rol spelen. Lag Atlantis in Frankrijk? Wie weet. Wie aan welke universiteit kan het nog wat schelen? Wie onder u, lezers, is in staat de ooit zo beroemde passages in Plato in het origineel te lezen? Voer Odysseus door Zeeland? Hoevelen onder u, lezers, kunnen de avonturen van deze held nog in het Grieks lezen? Hoevelen onder u hebben ooit een vertaling onder ogen gehad? Hoeveel classici houden zich nu nog bezig met de historische achtergrond van Ilias en Odyssee? Het beste hierover is decennia geleden al gezegd. Het raadsel van de levenskracht? Sinds we het DNA kennen, lijkt niemand zich daar nog zorgen over te mogen maken. De oorsprong der beschavingen? Wie onder u kent het verschil tussen Soemeriërs, Babyloniërs en Assyriërs? Niet alleen de vragen, ook de antwoorden vertonen de glans van een verloren gegane wetenschappelijke wereld. De filosofische bespiegelingen zijn geïnspireerd op de systemen van Kant, Bergson, Hegel en Nietzsche. De natuurkundig klinkende, alomvattende verklaringen spiegelen zich aan de doorbraken rond het begin van de vorige eeuw en in de jaren 1950-1960. Het Antwoord op het Raadsel van de Kosmos leek toen voor het grijpen te liggen. De Morosofie droomt waar de wetenschap toen faalde. Het is niet alleen een duistere kelder die we aan de hand van deze Morosofie betreden, het is ook nog de kelder onder een goeddeels verlaten huis.

Zijn ze er nog, morosofen, nu, in de 21ste eeuw? Ongetwijfeld. Ook al breekt niemand zich nog zijn hoofd over de reizen van oude Grieken en de geest van de kosmos, de triomftocht van het warrige denken gaat onverminderd voort. De vragen zijn veranderd, veel minder historisch, veel meer gedreven door de journalistieke waan waar we allemaal doorheen moeten waden.

De verborgen structuur van het hier en nu, daar gaat het tegenwoordig om, en wat de verklaring betreft gaat de voorkeur niet meer uit naar alomvattende, filosofische systemen als wel naar schimmige politieke verbanden. De metafysica is verdrongen door het samenzweringsdenken. Alles hangt nog steeds met alles samen, alleen hebben we het dan niet meer over geest en materie, maar over politiek, justitie en grootkapitaal. Alles wordt nog steeds geschreven, maar niet op papier maar op het net.

Wat daarop gebeurt, is met geen mogelijkheid in kaart te brengen. Van Boxsel doorkruist op unieke wijze een nu al bijna afgesloten tijdperk in de oneindige geschiedenis van de domheid.

Matthijs van Boxsel, Morosofie. De encyclopedie van de domheid. Dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen. Uitgeverij Querido, fl. 74,90.

Uit: Skepter 14.3 (2001)

Marcel Hulspas is wetenschapsjournalist en was hoofdredacteur van Skepter van 1988 tot en met 2002