‘New York is vernietigd!’

The War of the Worlds revisited

door Marcel Hulspas

orson-wells-road-to-xanaduOp 30 oktober was het vijftig jaar geleden dat Orson Welles met zijn hoorspel The War of the Worlds, over een invasie van marsbewoners, een golf van paniek veroorzaakte. In zijn biografie Orson Welles: The Road to Xanadu beschrijft Simon Callow wat er mis ging die avond.

John Houseman, de man die samen met Welles de Mercury Theatre Company had opgericht, zag een overdreven grote zwarte limousine met grote snelheid de heuvel opstuiven. Uit het raam stak het enorme hoofd van Welles. Hij schreeuwde. Hij had groot nieuws. Columbia Broadcasting System had hem een stuk van de zondagavond aangeboden voor het uitvoeren van radiobewerkingen van beroemde boeken. Welles zou in viervoud aanwezig zijn: ‘Geschreven, geregisseerd, geproduceerd en gepresenteerd door Orson Welles.’

Radio heeft alles te maken met verhalen vertellen, zo wist Welles, en zijn eerste keus sloot daarop aan: Treasure Island, Dracula, A Tale of Two Cities, The 39 Steps, enzovoort. Het productieschema was iedere week hetzelfde. Het boek, meestal gekozen op maandag, werd naar Houseman gestuurd en verder naar iedereen die voor het bewerken gestrikt was. Op woensdag werd de tekst gerepeteerd zonder dat Welles daar bij was, en vastgelegd op de plaat zodat hij haar kon beluisteren en suggesties kon doen. Pas op zondag, de dag van de uitzending, was hij echt fysiek aanwezig.

Als hij dan rond het middaguur de studio betrad brak altijd meteen de pleuris uit. Elke week was het weer totale chaos volgens Paul Stewart, een ervaren radioregisseur. ‘Welles maakte alles kapot en moest alles daarna allemaal zelf weer herstellen. Plotseling riep iemand: ”we gaan over twee minuten de lucht in”, en tegen die tijd was de grond bezaaid met papier. Dat we überhaupt toch echt een uitzending verzorgden was iedere week weer een wonder.’

En zo was de beurt aan The War of The Worlds. (1) Tekstschrijver Howard Koch vond het boek saai en gedateerd en zocht nog naar iets anders, maar het enige alternatief was Richard Blackmores meesterwerk, de historische roman Lorna Doone (1896). Dat idee trok hem nog minder aan. Hij besloot te proberen H.G. Wells nieuw leven in te blazen. Koch verplaatste het verhaal van Engeland naar de VS, en koos volkomen willekeurig het dorpje Grover’s Mill in New Jersey als de plaats waar de invasie plaats zou gaan vinden. Op voorstel van Houseman schreef hij het in de vorm van nieuwsberichten die een normaal programma onderbraken, om het verhaal extra spanning en vaart te geven.

Kochs bewerking was ingenieus maar las ook erg hortend en stotend. Toen Houseman en Welles het script onder ogen kregen ging er niet bepaald een gejuich op. De woensdagse opname werd ook niet gewaardeerd. Welles zei dat de tekst als los zand aan elkaar hing. Uiteindelijk zette hij die zondag toen hij naar de studio kwam, met nog maar acht uur te gaan, de aanval in op het onbevredigende materiaal.

Uiteindelijk heeft hij er nauwelijks iets aan veranderd. Wat hij deed was al regisserend eruit halen wat erin zat – en nog een beetje meer. Hij wist de acteurs te inspireren tot opmerkelijk realistische voordrachten. De show werd scherp genoeg om zelfs de meest sceptische luisteraar even stil te doen staan bij de vraag hoe Amerikanen zouden reageren op een invasie. Niet vanuit Mars natuurlijk, maar vanuit Europa – vanuit Duitsland. Het wás 1938. Iedereen wist dat oorlog in Europa niet denkbeeldig was. Radiojournalisten belden regelmatig vanuit Wenen en Londen om over Hitlers plannen te vertellen.

Niet dat Koch, Houseman of Welles enige serieuze parallel met dergelijke gebeurtenissen voor ogen stond. Zij wilden gewoon een saai boek levendig navertellen. Tijdens de uitzending werd ook niet verhuld dat het hier de dramatisering van een roman betrof.

Vanaf het begin, met de standaardaankondiging ‘CBS presents Orson Welles…’, was het duidelijk gestructureerd als ‘een uitzending in een uitzending’: het weerbericht, een muzikaal intermezzo, een nieuwsflits, een rommelig interview met professor Pierson uit Princeton (een grimmige maar zeer herkenbare Welles). Maar om twaalf over acht gebeurde er iets dat uiteindelijk aanleiding zou geven tot paniek. Een andere zender bracht de populaire Edgar Bergen en Charlie McCarthy Show, met als vaste gast een buikspreker en zijn pop. Iedere week, na iets minder dan een kwartier in de uitzending, mochten de pop en zijn baas even pauzeren terwijl een zanger een liedje kweelde. Op dat moment greep een groot deel van de luisteraars steevast naar de knoppen om iets anders, iets aangenamers op te zoeken. Die avond van de 30ste oktober 1938 kwam een flink deel van de luisteraars van Bergen en McCarthy tot hun verbijstering terecht in een nieuwsuitzending over een martiaanse invasie. Welles’ aanhang onder de luisteraars steeg van 3,6 procent (Bergen en McCarthy trokken gemiddeld zo’n 35 procent) naar 6 procent.

Alhoewel de luisteraars tijdens de rest van de uitzending tot drie keer toe verteld werd dat het een bewerking van de roman van H.G. Wells betrof, waren de beelden opgeroepen in de hoofden van de toevallig binnengelopen luisteraars voor hen volkomen realistisch. Sommigen bleven zitten, wachtend op de dood. Anderen deden wanhopige pogingen familieleden te bereiken. Sommigen renden de straat op, andere de kerk in. De aantallen waren betrekkelijk klein, maar ze waren wijd verspreid over het land, en er ontstonden lokale paniekuitbarstingen. Een zwarte gemeente bijeen in een kerk te Harlem zonk door de knieën. In Indianapolis rende een vrouw de kerk in, schreeuwend: ‘New York is vernietigd! Het is het einde van de wereld. Ga naar huis en bereid je voor op de dood!’. In Newark, New Jersey, liepen alle inwoners van een flatgebouw de straat op, met natte doeken om het hoofd, bij wijze van gasmasker.

De uitbarsting van middeleeuwse apocalyptische angst duurde niet lang. Maar zodra men in de gaten kreeg dat het slachtoffer te zijn van wat volgens velen een kwaadaardige grap was geweest, belde men naar CBS en uitte dreigende taal aan het adres van Welles (2). Verward, bang en oprecht berouwvol kon die alleen maar benadrukken dat hij geen kwaad in de zin had gehad. Tijdens een gefilmd interview bood hij – ongeschoren, jongensachtig – zijn excuses aan. Hij had iets van een betrapte schooljongen: met grote ogen, bloedserieus en tegelijkertijd opgewonden. Hij was charmant maar bang, nog niet helemaal zeker of ze hem zouden laten gaan.

Dat deden ze. En meer dan dat. The War of the Worlds was een van de meest fortuinlijke gebeurtenissen uit Welles’ carrière. Zijn persoonlijke verantwoordelijkheid voor het gebeuren was verwaarloosbaar, behalve dan dat hij het hoorspel met groot enthousiasme had geregisseerd. Er is geen reden om aan te nemen dat hij het bewust gepland had als een verduiveld slimme Halloweengrap, zoals hij later beweerde. En er was ook geen sprake van een bewuste poging in te spelen op de angst voor een invasie vanuit Europa. De waarheid is dat Welles eigenlijk nauwelijks over de uitzending had nagedacht. Maar hij werd geprezen als de man met de vinger op de pols van de samenleving, als de bedrieger die iedereen alles kon doen geloven. Plotseling wist iedereen, ook degenen die nog nooit naar het theater waren geweest, een boek hadden gelezen of naar de radio luisterden, wie Orson Welles was.

Noten

1. The War of The Worlds, roman over een invasie door marsbewoners, geschreven door Herbert George Wells, verschenen in 1898. Het boek, waarin de schijnbaar almachtige indringers uiteindelijk ten onder gaan aan aardse microben, geldt als een van de mijlpalen in de sf-literatuur. Terug.
2. De Federal Communications Commission (FCC), CBS kregen ook duizenden brieven, ruwweg evenveel goedkeurende als afkeurende. Van de 1450 brieven naar het Mercury Theatre waren er echter maar 130 tegen de uitzending. In het hele land verschenen binnen drie weken meer dan 12.500 krantenartikelen over de zaak. Terug.

Ontleend aan Simon Callow, Orson Welles: The Road to Xanadu. Jonathan Cape, Londen, 1995.

En de marsbewoners kwamen opnieuw…

Hoe overtuigend het hoorspel was, blijkt wel uit het feit dat twee herhalingen aanleiding gaven tot nieuwe paniekgolven. De eerste keer was in Santiago de Chile, in november 1944. Ook toen was er sprake van paniek, verwarring, gewonden en zelfs hartaanvallen. Na afloop van een andere herhaling, uitgezonden door de radio van Quito (Ecuador) in februari 1949, liep nog veel meer uit de hand. Na afloop van de paniek werd het bericht verspreid dat het publiek voor de mal gehouden was. Een woedende menigte toog naar het gebouw waar het radiostation en de krant gevestigd waren en bekogelde het met stenen. Het gebouw werd uiteindelijk in brand gestoken. Minstens twintig mensen kwamen om in de vlammen of sprongen vanuit de ramen de dood tegemoet. De regering liet enige verantwoordelijken arresteren (relschoppers, maar ook twee medewerkers van het station en de directeur van de krant) en beschuldigde hen van het aanzetten tot rellen. Overigens was er beide keren niet of nauwelijks sprake van waarschuwingen dat het om fictieve reportages ging.

Bron: Gordon Stein, Encyclopedia of Hoaxes. Gale Research Inc., Detroit, etc. 1993.

Uit: Skepter 11.3 (1998)

Marcel Hulspas is wetenschapsjournalist en was hoofdredacteur van Skepter van 1988 tot en met 2002