De keerzijden van het holisme

Een kritische beschouwing over New Age

door Reender Kranenborg

New Age lijkt zich te ontwikkelen tot een belangrijke religieuze stroming in onze westerse cultuur. Velen worden er door aangesproken en lopen met de ideeën ervan weg, ze zien er een redding in van onze zo eenzijdige en verworden westerse wereld. Maar is het allemaal wel zo mooi en stralend als de voorstanders geloven? Geeft het inderdaad wat het zegt te bieden? En zijn er geen keerzijden aan deze ontwikkeling?

In deze bijdrage wil ik een aantal zwakke en negatieve kanten van New Age belichten. Dat doe ik niet omdat ik er niets goeds in zie of het bij voorbaat een onbelangrijk en nutteloos verschijnsel vind. In formeel opzicht valt er beslist wel wat te leren van New Age. De kritiek op de eenzijdigheid van de westerse cultuur, de nadruk op andere aspecten van het menszijn, het streven dingen in verband met elkaar te brengen, de exploratie van het menselijke innerlijk, de visie dat onze wijze van beleving in het westen te beperkt is en noem maar op. Het betreft hier waardevolle zaken en ik hoop dat er in onze westerse cultuur mee gewerkt kan worden.

Dat ik de tegens van New Age belicht komt voort vanuit mijn bewust ingenomen positie als kritische buitenstaander. Iemand die het verschijnsel ziet en tegelijk ziet dat een verschijnsel nooit enkel een goede kant heeft en dus niet per definitie fundamenteel goed kan zijn. Een buitenstaander, die systemen ook wil toetsen op hun consistentie, hun samenhang, en die ook wil zien welke consequenties bepaalde opvattingen hebben. Een buitenstaander die ook graag rekening houdt met harde feiten.

Hoe nieuw is New Age?

Alleen al door het gebruik van het woordje ‘nieuw’ wekt New Age de indruk dat het om iets geheel nieuws zou gaan. En ook al zouden aanhangers zich bewust zijn dat dit niet zo is, voor zeer velen is New Age nieuw. Iets wat niet eerder geweest is, iets dat er opeens is, en wat voor hen ook onvermoede en onbekende aspecten heeft. Maar als ik naar New Age kijk heb ik vaak een ‘déjà-vu’ gevoel. Ik herken in New Age allereerst buitengewoon veel van de jaren ’60. Ging het toen over alternatief, bewustzijnsverruiming, high worden, love and peace, terug naar de natuur, diepere lagen in jezelf vinden, uitdrukkingen die nu soms gedateerd lijken, in feite komen deze zaken geheel terug in New Age. Het is binnen New Age uitgebreider, er zijn aspecten bijgekomen, het is soms dieper, maar niettemin: New Age is een voortzetting van de jaren ’60.

Wanneer ik opnieuw naar New Age kijk zie ik dat er veel in aanwezig is, dat ouder is dan de jaren ’60. Met name in de esoterische traditie zoals die gestalte krijgt in het theosofische denken kom ik veel van New Age tegen: de gedachten van eenheid, universalisme, het goddelijke in je zelf, de evolutionaire kracht in het bestaande, ook op spiritueel gebied, karma en reïncarnatie, het komen van de nieuwe tijd – het is allemaal honderd jaar geleden al te vinden.

Ik kan nog verder gaan. Want de esoterische stroom is niet met de theosofie begonnen, zij is ouder. We kunnen wijzen op de romantiek, een cultuurbeweging waarin men, in reactie op de Verlichting, nadruk legde op gevoel, mysterie, innerlijkheid, natuurbeleving, bovennatuurlijke werelden, sprookjes, etc. Ongeveer gelijk met de romantiek zien we personen als Swedenborg, Blake, Lorber en Mesmer, die zonder meer gepast zouden hebben in de sfeer van wat we nu New Age noemen. Misschien kunnen we nog verder teruggaan, tot de tijd van de renaissance, maar laten we stoppen. (1) Het is duidelijk dat New Age niet nieuw is. Het is hoogstens een nieuwe loot aan een al langer bestaande stroming in onze West-Europese cultuur, een stroming die soms sterk opkomt, en dan weer afzwakt.

Wat New Age biedt is niet nieuw, het is er eerder geweest. Is New Age dan helemaal niet nieuw? Zijn er geen nieuwe aspecten? Uiteraard zijn die te vinden, niets is zonder meer een herhaling van het oude, en ook New Age kent een aantal nieuwe zaken. Ik wil wijzen op het feit dat New Age meer dan voorheen moderne natuurwetenschap en religie wil verbinden (men denke aan F. Capra en zijn aanhangers); dat ze meer gebruik maakt van technieken en opvattingen uit de religies van het oosten, meer dan de theosofie dat destijds al deed (yoga, mantra’s, zenhoudingen, goeroeprincipe, terminologie). Ook de specifieke verwachting van de nieuwe Aquariustijd is naar verhouding opvallend. Dat geldt eveneens voor de grote plaats die ingeruimd wordt voor het gezondheidsdenken, zowel op lichamelijk als op geestelijk terrein; de vroegere esoterie was daar toch minder op gericht. Ook nieuw is de omvang. Ik denk dat dit esoterische denken zelden zo omvangrijk geweest is in onze cultuur als heden. Er is dus wel iets nieuws.

Toch wil ik hierbij nog een paar kanttekeningen plaatsen: allereerst is het de vraag of het terecht is New Age te vergelijken met stromingen als Renaissance en Romantiek. Deze hebben immers diep ingegrepen en onze cultuur fundamenteel bepaald. Of New Age dit niveau en die diepte zal krijgen is afwachten; vooralsnog heeft het dat niet. In de tweede plaats: New Age is wel een typisch westers verschijnsel; in de andere continenten komen we New Age niet tegen. Het zou in dit verband onjuist zijn andere religies, met name de oosterse te identificeren met New Age of ze te annexeren. (2) Of New Age dus ook een element zal zijn in de totale mondiale cultuur is de vraag. We moeten hier waken voor de verleiding het westen als de cultuur te zien, als de enige die de wereldgeschiedenis vormt en bepaalt.

Vooruitgangsgeloof

Ik spreek steeds over New Age, daarmee suggererend alsof we met een duidelijk afgerond geheel te maken hebben, waarbinnen men een aantal vaste opvattingen heeft, maar dat is onjuist. Het zij ten overvloede nog eens gezegd: New Age is een bonte verzameling van uiteenlopende stromingen, die een aantal opvattingen en ideeën soms gemeenschappelijk hebben. Daarom kan het voorkomen dat mensen die zich als aanhangers van New Age beschouwen, zich soms niet herkend voelen wanneer bepaalde opvattingen geschetst worden, want zij hebben deze in het geheel niet. Maar niettemin: als we het gehele veld overzien, zijn er toch een aantal zaken dat steeds weer terugkomt. Dat noem ik dan de filosofie van New Age.

Een van de eerste opvattingen die ik aan de orde wil stellen is de visie van New Age op de geschiedenis. Dat is een belangrijk thema. Immers, binnen New Age ziet men de geschiedenis in het kader van evolutie. Alles is in beweging, en ontwikkelt zich naar steeds hogere niveaus. We zijn nu verder dan 2000 jaar geleden, wij weten meer en we begrijpen meer. We zijn nu zover geëvolueerd dat er binnenkort een nieuw tijdperk kan beginnen, het Aquarius-tijdperk. Met de komst van dit onafwendbaar naderende tijdperk komt de mensheid opnieuw op een hoger niveau. De mens zal spiritueler en gevoeliger zijn, en zonder meer vreedzamer en opener. (3)

Binnen de meer op het theosofische denken georiënteerde New Age zal men een meer specifieke visie op de gehele wereldgeschiedenis hebben. Men zal spreken van vroegere tijdperken, van vergane continenten en beschavingen, zoals Lemurië en Atlantis, en men zal spreken van rassen en wortelrassen, die zich in de loop van de evolutie hebben ontwikkeld, en soms weer ten onder gingen. Zo komt er een compleet beeld van de wereldgeschiedenis. Met name Rudolf Steiner en de zijnen hebben dit gedetailleerd uitgewerkt.

Ik heb altijd moeite met dit optimistische evolutionaire geschiedenisbeeld. Het is ten zeerste de vraag of alles zich wel gunstig ontwikkelt. In ieder geval kan men voldoende redenen bedenken om dit optimisme niet te delen. Immers, iedereen kan zien waar de evolutie van de westerse wereld naar toe geleid heeft: naar een verziekt milieu, een toenemende kloof tussen arm en rijk, steeds grotere armoede bij de armen, een overbevolking enerzijds en een toenemende consumptie anderzijds, enz. Brengt de evolutie ons daarheen? We kunnen blijven hopen dat we er doorheen komen, en helemaal verkeken is de kans vermoedelijk nog niet; maar dat deze wereld zo’n stuk beter is dan vroeger en nog beter zal worden, dat is een overtuiging die niet op de feiten gebaseerd kan worden. In die zin lijkt New Age een gespiritualiseerde versie van het oppervlakkige westers vooruitgangsgeloof. (4)

Het is nogal arrogant te poneren dat we zoveel wijzer zijn dan 2000 jaar geleden. Onze wetenschappelijke kennis is inderdaad in veel opzichten toegenomen, maar of we innerlijk zoveel verder zijn is ten zeerste de vraag. In ieder geval is het opvallend te constateren dat ook binnen New Age met name gebruik gemaakt wordt van de oude geschriften der grote religies (veda’s, Bhagavad Gita, I Tjing, thora, evangeliën, Tibetaanse dodenboek, Egyptische dodenboek, et cetera). Hoewel de mensheid tegenwoordig dus verder zouden zijn dan ooit, kan ze kennelijk niet zonder de oude religieuze boeken, want die bevatten een wijsheid die vele malen groter is dan wat men nu heeft. Een merkwaardige paradox.

De hele gedachte van ontwikkeling van de geschiedenis en het komen van een nieuw tijdperk is overigens een typisch westers idee. We hebben hier opnieuw met een verabsolutering van de eigen cultuur van doen. Dit gehele model van de geschiedenis vervalt als men het toepast op de Chinese of Indische beschaving. En dan zwijgen we er maar over dat men in India in de wereldgeschiedenis precies het omgekeerde ziet: een steeds dieper wegzinken. (5)

Ten slotte vraag ik me af wanneer men binnen kringen van New Age eindelijk serieus gaat studeren en ook echt bereid is de onzin die de vaderen vertellen af te schaffen. De op zichzelf aardige fantasieën over Lemurië en Atlantis hebben historisch geen enkele grond, tenzij men het mythisch wil interpreteren, maar dat wil men niet. (6) En de uitwerkingen van sommige gedachten over volken en rassen hebben soms benauwende gevolgen. (7) Waarom wil men niet afscheid nemen van wat in feite onzin is? Waarom hanteert men een dergelijke irrationele, bijna fundamentalistische visie. (8)

Holistisch denken

Wie New Age zegt, zegt holisme. Holisme, verstaan als een vorm van synthesedenken, kan een aantrekkelijke zaak zijn. Want waarom zou men voortdurend in tegenstellingen moeten denken? Waarom moeten zaken tegenover elkaar geplaatst worden, waarom moet er een scheiding aangebracht worden, en waarom moet men ze tegen elkaar uit spelen? Te veel heeft het zogeheten scheidingsdenken, de ‘of-of’-redenering, gedomineerd in ons westers denken. De gevolgen zien we, bijvoorbeeld in de situatie van het milieu en in de soms zo eenzijdig technisch geworden westerse geneeskunde. Een meer holistische benadering zou dan aanmerkelijk aantrekkelijker zijn. En we zien dan ook – buiten het terrein van New Age – nieuwe holistische benaderingen van ziekte en gezondheid en van ons milieu. Holistisch in die zin dat men in deze vormen van geneeskunde de zieke ziet als één persoon, en dat men in de benadering van de natuur de mens ziet als levend in het geheel van het natuurlijke milieu. Van dit laatste is de uitdrukking ‘heelheid van de schepping’, zoals binnen het Conciliair Proces van de Kerken gebruikt, een goede illustratie.

Er zijn echter kanttekeningen te plaatsen bij het sterk doorgevoerde holisme van New Age. Want dit holisme is anders dan dat in de zo-even genoemde nieuwere vormen van geneeskunde of natuurbenadering. Het holisme van New Age is een totaal denksysteem, een systeem dat de gehele werkelijkheid wil vatten in één visie, waarin alles sluitend is en passend. Een dergelijk denksysteem heeft de neiging totalitair te zijn, nuances uit het oog te verliezen en geen ruimte te laten voor wat anders of afwijkend is en weigert zich in te laten passen. Bovendien leidt een holistisch denken mijns inziens uiteindelijk tot een totale verstarring of stilstand, want wanneer dingen volledig met elkaar in harmonie zijn is er geen dynamiek meer mogelijk. Het holistische denksysteem is in feite dodelijk voor de creativiteit en verder ontwikkeling. Het wordt statisch. Dat hierbij ook een innerlijke tegenstrijdigheid optreedt binnen New Age als men evolutie en holisme wil verbinden, – want evolutie is dynamisch en holisme in wezen statisch – laat ik verder buiten beschouwing. (9)

Universele religie

De holistische visie is er een die universalistisch wil zijn. Zij bedoelt dat ze de universele waarheid ziet en heeft gevonden en dat deze universele waarheid de echte en enige is. Dit zien we het sterkst in de visie van New Age op het verschijnsel religie en de religies. Een van de grondslagen van het New Age denken is dat het in al de religies uiteindelijk om hetzelfde gaat: we komen er de ene universele waarheid tegen. Deze is, zo gelooft men, helaas door allerlei omstandigheden vertekend en misvormd; daardoor zijn de verschillende wereldgodsdiensten ontstaan. Maar hoe vervelend die tegenstellingen ook kunnen zijn, in principe gaat het om de ene universele waarheid, die, als men goed zoekt, in al de wereldreligies, sekten en stromingen aanwezig is.

De gedachte van de universele religie werd binnen het theosofische denken sterk in die zin uitgewerkt, dat men van mening was dat deze universele religie als oorspronkelijke religie altijd behouden was, doch geheim, ondergronds was gebleven en nu in de theosofie en aanverwante stromingen in de openbaarheid kon treden. Wat het christendom betreft, is het dan ook helder: we komen ook hier datgene tegen wat elders leeft, en wat nu in de diverse New-Agestromingen nadrukkelijk wordt gepropageerd. Misschien hadden bepaalde vormen van christelijk denken in het verleden hun nut, maar ze zijn voorbij. Niet voor niets spreekt Stufkens (1987) in zijn Heimwee naar God van een beeldenstorm, en wat er na die beeldenstorm tevoorschijn komt is de universele religie.

Holisme functioneert hier als de grote gelijkmaker. Alles wordt gelijkgeschakeld en verschillen worden terzijde geschoven als niet relevant. Datgene waarin een verschil blijkt te bestaan is hetzij niet goed begrepen, hetzij niet fundamenteel, hetzij iets van een voorbijgegane fase. Dat er werkelijk verschillen in en tussen de religies zouden kunnen bestaan is ondenkbaar binnen New Age. Wie echter de religies onbevooroordeeld bekijkt zal niet anders dan kunnen zeggen: ze zijn verschillend. Ze spreken een verschillende taal, ze hebben het over andere dingen en de wegen waarlangs ze hun hoogste goed willen bereiken zijn verschillend. De oude vraag ‘zijn alle godsdiensten gelijk?’ kan heel simpele beantwoord worden met ‘nee’.

Maar, zo zou men kunnen zeggen, het gaat er niet om die verschillen te ontkennen, mensen zijn nu eenmaal verschillend en dat is met religies ook zo. Het gaat om het zoeken naar het gemeenschappelijke dat wezenlijk is: alle religies hebben eenzelfde doel. Wie dat zegt, moet beseffen dat hij een nieuw model invoert. Vanuit een eigen overtuiging dat alle godsdiensten op hetzelfde neer moeten komen, zal men dit ongetwijfeld als waar ervaren. Maar opnieuw: het materiaal van de wereldreligies biedt geen grond voor deze visie. Wie ze naast elkaar zet, zal zien dat ze niet dezelfde boodschap brengen, en dat hun intenties niet op het zelfde neerkomen. Men kan dat wel geloven, maar het is niet te zien.

Men zou er op kunnen wijzen dat er toch voldoende gemeenschappelijke elementen in de grote wereldreligies te vinden zijn, die duiden op een gemeenschappelijke basis. Er zijn inderdaad gemeenschappelijke elementen: het geloof in iets transcendents, de ideeën van schuld en van bevrijding, het gebed en het ritueel. Maar deze overeenkomsten zijn formeel, of het betreft vormen. Wie deze gemeenschappelijkheden ziet in het kader van de concrete religie zelf en ziet hoe ze dan ingevuld worden, zal opnieuw merken dat het gemeenschappelijke niet te vinden is.

Men zou ook kunnen zeggen dat we in de mystiek – en mystiek is zeer gewild binnen New Age – het wezenlijke vinden van alle godsdiensten. Dat is echter niet waar. Allereerst is mystiek niet een geheel, ook daarin zijn grote verschillen, en in de tweede plaats is ook hier weer van belang welk model men heeft: men neemt een model van wat mystiek is en past dat toe op alle mystiek. Dat er een geheel andersoortige mystiek zou kunnen zijn, verdwijnt uit het beeld.

Ziehier een eerste keerzijde van het holisme: het scheert alles over een kam, doet nuances verdwijnen, en meent vanuit een zelf gekozen universalistisch standpunt uit te kunnen maken wat wel of niet wezenlijk is voor een religie.

Niets anders

Dat brengt me op een tweede keerzijde van het holistische denken, samenhangend met het vorige: hoe tolerant is New Age? Enerzijds heeft het de schijn van zeer grote tolerantie: alles kan en alles mag als het maar past in het grote geheel, of beter gezegd: als het zich maar laat inpassen in het grote samenhangende zinvolle verband. Impliciet volgt hieruit: alles is goed als men maar de grondstelling van New Age overneemt, namelijk dat alles in wezen teruggaat tot dezelfde bron. Verschillen mogen, als degenen die de verschillen veroorzaken maar beseffen dat de verschillen relatief zijn.

Hoe anders wordt het als men zich weigert te laten gelijkschakelen. Als men de grondslagen van New Age niet accepteert. Als men van mening is dat de eigen visie op het eigen geloof fundamenteel anders is dan wat men binnen New Age gelooft. Met een dergelijke visie kan het holistisch denken niets: alles is in wezen gelijk en als dit niet het geval is, is er bij de ander iets fout. Er is maar één waarheid, en wat anders is, is niet waar. De andersdenkende is nog niet verlicht, of leeft nog in lagere sferen, zit nog vast aan oud denken, is verstard of niet open. Hoe het ook zij, hij zal toch verdwijnen, want in de nieuwe tijd zal blijken dat een dergelijk afwijkend standpunt geen stand houdt. Veel New-Ageauteurs worden dan ook niet moe om te schrijven dat het christendom, zoals het nu functioneert, een achterhaalde zaak is. Het zal er in de nieuwe tijd zijn als een totaal vernieuwd, op New Age afgestemd christendom, of het zal er niet zijn. Maar dat er een andere waarheid kan bestaan dan die van New Age is onbestaanbaar. (10)

Dit klinkt nogal fanatiek en je zou zeggen dat dit eerder een houding is van strenge gereformeerden; niettemin, het gaat om visies vanuit een New-Agekader. Het verschil is dat New Age uit de aard der zaak toleranter overkomt. Het lijkt ruimer te zeggen ‘alle dingen zijn gelijk’, dan te zeggen dat dingen niet gelijk zijn. Maar de grens voor hen die zeggen dat alles gelijk is, is datgene dat niet gelijk is.

Ten aanzien van deze zaak moet ik overigens constateren dat New Age opnieuw erg westers en dus ook beperkt is. Zo weet men geen weg met Mohammed en de islam (behalve uiteraard met de mystieke soefi’s) en ook niet met het sterk opkomende evangelische christendom in Zuid-Amerika en Afrika.

Voorbij goed en kwaad

We kunnen holisme een monistisch denksysteem noemen. Monistisch omdat het het gehele bestaan wil verklaren vanuit een enkel principe. Dit in tegenstelling tot het dualisme, waarin men uitgaat van twee eeuwige aan elkaar tegengestelde principes. Sterk dualisme vinden we onder meer in de oude Perzische religie, in veel vormen van gnostiek en in een der Indiase denksystemen, namelijk samkhya-yoga. Tussen monisme en dualisme zijn overgangen denkbaar, maar die doen momenteel niet ter zake. In een monistisch denksysteem krijgt alles zijn plaats. Als we zouden zeggen dat een monistisch denksysteem uitgaat van de oorspronkelijke kracht ofwel het goddelijke, dan kunnen we zeggen dat al het bestaande, inclusief de materie, doortrokken is van dat goddelijke. Ook alles wat er gebeurt heeft zijn relatie tot deze oorsprong. We kunnen het nog anders zeggen: het negatieve, de keerzijde heeft zijn bestemde plaats. Illustratief is het yin-yangsymbool. Het laat zien hoe wit en zwart met elkaar verbonden zijn in een hogere eenheid, hoe ze met elkaar verweven zijn en ook iets van elkaar hebben. Ik denk dat dit alles binnen het holistische denken van New Age herkenbaar is.

Maar de keerzijde van dit denken is dat alles een functie krijgt. Leed, pijn, en dood hebben een functie, een plaats of een bedoeling. Ze dienen ergens voor. Als we nog verder gaan, kunnen we zeggen dat al hetgeen gebeurt met de desbetreffende mens zelf te maken heeft, met zijn karma, met zijn bestaan voorheen op aarde. Maar als alles uiteindelijk door het eigen karma veroorzaakt wordt, wat kan een mens dan nog doen? Hij kan enkel alles aanvaarden, pogen te dragen en pogen te veranderen. Hij kan er naar streven creatief met zijn karma om te gaan in de hoop dat hij zo iets van de last zal oplossen. Maar er is in principe geen ruimte meer voor protest en het is niet meer mogelijk te zeggen: het duistere had er niet mogen zijn, of het donker is iets wat ik verwerp. De mens zal moeten aanvaarden dat goed en kwaad relatieve begrippen zijn, dat het kwade een functie heeft en een bedoeling en dat het kwade uiteindelijk iemand helpt om beter te worden. Zo wordt de mens met een zeer zware last opgezadeld. Wie de consequenties van dit alles doordenkt wordt er niet vrolijker van. Het lijkt enerzijds een winst als men denkt een eigen verantwoordelijkheid op zich te kunnen nemen ten aanzien van zaken die door bepaalde vormen van religie buiten de verantwoordelijkheid van de mens waren gehouden, maar anderzijds: de mens is in deze visie voor alles verantwoordelijk.

Wanneer ik holisme goed versta, betekent het niet alleen dat alles tot elkaar in relatie gedacht moet worden, maar ook dat de dingen, hoewel verschillend, in wezen dezelfde waarde hebben. Uiteraard, er is zwart en wit, licht en donker, en vanuit ons niveau goed en kwaad. Maar in het grotere geheel kunnen we dat onderscheid niet meer volhouden: kwaad is evenveel waard als goed omdat het de noodzakelijke keerzijde of tegenhanger van het goede is. Het lagere kan niet minderwaardig zijn, want dank zij het lagere kan het hogere hoog zijn. Het heeft daarom evenveel waarde. De keerzijde van dit holisme is dat duister en kwaad in principe goed worden.

Dualisme als paradox

Als het over de mens gaat wil het New-Agedenken vanzelfsprekend holistisch zijn. Juist in de nauw met New Age verwante alternatieve geneeswijzen zien we de holistische benadering van de mens. Het lichamelijke is één met het geestelijke, er wordt niet slechts één aspect van de mens benaderd, maar de mens wordt als een totale persoon gezien, met diverse aspecten, die alle aandacht moeten hebben omdat de een niet minder dan de andere is. Eindelijk, zo zou je zeggen, een wereldbeschouwing die niet zo lichaamsvijandig is en die het durft op te nemen voor de grote waarde van het menselijk lichaam.

Toch stoot ik hier steeds weer op een paradox in het New-Agedenken. Opnieuw is het nodig op te merken dat New Age niet een geheel is en dat er zeer verschillende groepen zijn, met van elkaar afwijkende opvattingen, maar niettemin: bij velen kom ik toch die paradox tegen. Zij is verbonden met de idee van reïncarnatie. Reïncarnatie is steeds weer een belangrijk onderdeel binnen het New-Agedenken. Begrijpelijk, want het past geheel in het kader van groter willen denken, van evolutie en energie, van ontwikkeling en groei. Maar er zit iets merkwaardigs in. Want elke reïncarnatievisie heeft als consequentie dat men ten aanzien van de mens een onderscheid moet maken tussen datgene wat reïncarneert en wat niet reïncarneert. Het is immers duidelijk dat het lichamelijke van de mens sterft en vergaat; toch moet er iets zijn dat doorgaat en blijvend, ja eeuwig is. Anders gezegd: reïncarnatie veronderstelt dat men het onderscheid accepteert tussen een eeuwig principe en vergankelijk lichaam. Dit eeuwige principe is wezenlijk, het lichaam is niet-wezenlijk, het is iets dat je tijdelijk hebt, dat je als het ware als een kledingstuk aantrekt en dan weer aflegt, waarna je te zijner tijd een nieuw kledingstuk aantrekt.

De consequentie van dit denken is, dat men zich richt op het onvergankelijke; terecht nietwaar, want waarom zou je zo veel investeren in wat voorbijgaand is. Maar er zit hier wel een probleem. Je hebt op niet-holistische wijze een fundamenteel onderscheid aangebracht tussen wezenlijk en niet-wezenlijk, gescheiden, waarbij het niet-wezenlijke niet wordt gezien als onontbeerlijk voor het wezenlijke. Immers, je kunt ook niet-reïncarneren, en eens, als het grote einddoel is bereikt, is reïncarnatie niet meer nodig. Daarbij is de materie, het lichaam dus overbodig geworden. In dit alles zit een afwijzing van de lichamelijkheid, een depreciatie van het concrete materiële bestaan, een devaluatie van het goede leven. Een mens wordt hier niet meer holistisch benaderd, het gaat om zijn eeuwige kern. (11)

Een van de tendensen binnen New Age is dat men zich verbindt met de oude gnostiek uit het begin van onze jaartelling. Men ziet zich als een opvolger van deze oude religieuze stroming. In toenemende mate verschijnen er publicaties die zeggen dat gnostiek de ware betekenis biedt van de boodschap van Jezus, en dat deze binnen het nieuwetijdsdenken wordt uitgewerkt. Of dit zo is laat ik hier in het midden. Men gaat overigens wel selectief met de oude gnostiek om. Want die oude gnostiek was in zeer vele gevallen zonder meer dualistisch, dat wil zegen men geloofde dat de ziel van de mens, van goddelijke komaf, gevangen zit in de eeuwige zwarte materie en daaruit bevrijd moet worden. Vandaar dat ascese en lichaamsverachting bij de gnostiek nadrukkelijk aanwezig waren (overigens kon dat in precies het tegenovergestelde omslaan). Dit dualisme wordt door New Age nooit uit de gnostiek overgenomen. Maar als ik dan de visie op reïncarnatie bezie, heb ik het idee dat deze holistische New-Agegnostiek wel eens dichter bij dit gnostische dualisme staat dan New Age lief is.

Positief denken

In dit kader wil ik nog een tweede aspect van het niet-holistische van New Age belichten. Binnen veel New-Agestromingen valt de nadruk op het bewustzijn. Het bewustzijn heeft het primaat. Het bewustzijn is datgene wat min of meer eeuwig is, en dat een uitstraling van dat eeuwige is. Geloofd wordt ook dat het bewustzijn uiteindelijk alles bepalend is. Zoals het oerbewustzijn alles in gang heeft gezet, en nog steeds voortstuurt, zo kan ook het menselijk bewustzijn, als afspiegeling of als nauw verwant daarmee, ook alles in gang zetten. Het is uiterst creatief en krachtig.

Deze New-Agevisie heeft met name in Amerika oudere wortels. In de vorige eeuw treffen we daar de New Thought Movement aan, waarin de kracht van het bewustzijn centraal staat. Men heeft de overtuiging dat mensen zich zelf kunnen vormen, zichzelf kunnen genezen, en dat er geen ziekte is die niet door het bewustzijn kan worden overwonnen. In een bekende groep als Christian Science, op zich geen New-Agebeweging, komen we dit soort denken op een christelijk uitgewerkte manier tegen. We komen het ook tegen in ‘Science of Mind’ van Holmes, bij J. Murphy en bij de van oorsprong calvinistische predikant Norman Vincent Peale in zijn De kracht van het positief denken. New Thought heeft zich ook vaak specifiek verbonden met theosofische opvattingen en ideeën, en is in de loten van de theosofisch stam vaak nadrukkelijk aanwezig. (12) Van hieruit ook binnen New Age.

Zo komen we binnen vele New-Agegroepen, vooral bij die groepen die zich bezig houden met alternatieve geneeswijzen en psychotechnieken, nadrukkelijk de opvatting tegen dat de menselijke geest tot alles in staat is. De menselijke geest of het bewustzijn kan zichzelf vormen. Hij kan zichzelf ook genezen. De keerzijde is dat ziekte, pijn of ongeluk een gevolg zijn van het niet goed functioneren van het bewustzijn, hetzij omdat het verduisterd is, hetzij omdat men het verkeerd gebruikt, namelijk op negatieve wijze. Je wordt wat je denkt, je bent wat je denkt. Je bent verantwoordelijk voor wat je overkomt.

Aangezien het menselijke bewustzijn in principe eeuwig is, want van goddelijke oorsprong, is het aanwezig in meer dan één leven; het bewustzijn of hoe men het wil noemen gaat van leven tot leven, en bepaalt zo in het ene leven ook weer hoe het andere zal worden. Hier valt dan het woord karma. Het bewustzijn is wat alles bepaalt. Het heeft dus het primaat. Is dat holistisch? Kan één principe zo domineren dat het al de andere wegduwt? Waar is dan nog de harmonie, waar de samenhang? En nu zal ik het nog niet hebben over de vérstrekkende consequenties van dit denken voor de manier waarop je moet leven. We komen dan op wat recentelijk de ‘orenmaffia’ genoemd is, en waarbij die stroming bedoeld wordt die zieken confronteert met het feit dat ze deze ziekte zelf gewild hebben. Aan de ene kant lijkt de orenmaffia een pervertering van New Age. Zo ongenuanceerd en zo onbarmhartig kan het toch niet zijn, denk je dan. Maar wie de denkstructuur analyseert zal tot de conclusie moeten komen dat het niet om een afwijking gaat, maar dat het voortvloeit uit het wezen van New Age. Als dat de consequenties zijn, wordt je van New Age niet echt gelukkig.

Onkritisch en oppervlakkig

Het voorafgaande is, zoals duidelijk mag zijn, geen pleidooi voor New Age geworden. Toch wil dat niet zeggen dat New Age geen interessante dingen zou hebben te bieden. Want dank zij New Age worden we uitgedaagd, aan het denken gezet, worden we geconfronteerd met onze eigen manieren van denken en geloven en de consequenties daarvan. Ook biedt New Age soms zeer concrete zaken die boeiend zijn en het gebruiken of overnemen waard. Tegelijkertijd zien we echter weer dat op een aantal zaken New Age onder de maat blijft. Had ik in het voorafgaande voornamelijk kritiek op bepaalde visies, zonder deze visies als minderwaardig te willen bestempelen, in deze laatste paragraaf wil ik een paar zaken aanreiken waarin New Age tekort schiet. Ik zal in het kort een paar punten noemen.

a) Terecht wordt binnen New Age op het belang van de ervaring gewezen. Tegenover onze vaak kille rationalistische westerse wereldbeschouwing, is dit een uitermate noodzakelijke correctie. Maar het probleem is veelal dat de ervaring wordt verabsoluteerd en kritiekloos wordt geduid. Zodra mensen een ervaring hebben die boven de alledaagse uitgaat, zegt men ‘een godservaring’ gehad te hebben. Dat gaat veel te snel en te gemakkelijk. Er is een veelheid aan ervaringen, ook aan goede ervaringen en aan ervaringen waarin je boven jezelf uitgetild wordt, maar waarom is een dergelijke hooggestemde ervaring nu opeens een godservaring? Wordt hier niet te snel geduid, te vlug geïnterpreteerd? Laat dat wat binnen de religies God genoemd wordt zich zo gemakkelijk vinden, om niet te zeggen vangen? Is God hier niet een ander woord geworden voor ervaring? Hierbij komt dan nog dat men binnen New Age als regel weigert de volledige weg van de mystiek ten volle te begaan, met zijn ups en downs, met zijn dieptepunten, leegte en hard werken. De ervaring vindt men mooi, maar dat men daarbij en daarna hard moet werken, laat men liever zitten. (13)

b) In veel New-Agekringen bestaat grote interesse voor de bovenzinnelijke wereld. Vooral het verschijnsel van channeling neemt toe, en doet steeds meer mensen in contact komen met die andere wereld en de wezens daaruit. Het probleem is echter dat men hier elke duiding of interpretatie vergeet. Men denkt niet meer, men vraagt zich niets af, men neemt aan wat de ervaring suggereert. Nooit komt de vraag op of dat contact met die andere wereld altijd inderdaad een andere wereld betreft of dat het veeleer iets te maken heeft met de innerlijke krachten in de mens zelf. Een dergelijke benadering wordt als rationalistisch gezien. Nog minder vraagt men zich af, of wat zich aanbiedt ook inderdaad voorgeeft te zijn wat het zegt. Als een mevrouw via channeling bezocht wordt door een entiteit die zegt dat hij de apostel Paulus is, dan is hij ook Paulus, en valt er niet meer aan te twijfelen. (14) Toch, als er een andere wereld is, met andere wezens, dan is interpretatie een onmisbaar vereiste. Om een bijbelwoord vrij te citeren: je moet de geesten onderzoeken. Want als die andere wereld er is, dan kent die ook zijn zwarte zijde, en ook zijn misleiding.

c) Dank zij Capra wordt binnen New Age direct de verbinding gelegd tussen moderne fysica en oosterse filosofie. Simpelweg gezegd: wat men in de oosterse religies allang wist, wordt nu eindelijk pas in de westerse natuurkunde ontdekt. Maar dat Capra’s redeneringen onjuist zijn wordt niet gezien. Capra denkt niet systematisch, maar ziet schijnbare analogiën; vanuit die schijnbare overeenkomsten concludeert hij tot identiteit. Analogie is bij hem identiteit. Daarbij vergeet hij ook nog dat de westerse natuurkunde spreekt over wetenschappelijke waarnemingen, op volstrekt rationele wijze, ook de allermodernste natuurkunde doet dat, en dat het bij de oosterse religies gaat om ervaringen, die op niet-rationele wijze worden uitgedrukt. Maar hoe kun je religieuze ervaringen en natuurkundige waarnemingen zo met elkaar verwarren? Centraal is hier de holistische visie die wel alles bijeen wil brengen, maar de zaak hopeloos verwart. (15)

d) Ten slotte: binnen veel New-Agegroepen wordt gesproken over Jezus en de Christus. ‘De Christus’ is dan één der hoogste manifestaties van het goddelijke, en kan gezien worden als een meester, eventueel leider der goddelijke hiërarchie. Deze leider manifesteert zich van tijd tot tijd op aarde, zo bijvoorbeeld in Jezus van Nazareth.

Hoewel ieder zijn opvatting mag hebben, moeten we wel bedenken dat een dergelijke visie historisch geen enkele grond heeft. In de bijbel, in de tijd van de bijbel en in de oude kerk wordt er zo nimmer over Jezus en de Christus gesproken. Enige historische of bijbelse pretentie kan men in dit opzicht niet hebben. Immers, deze visie is ontwikkeld aan het begin van deze eeuw met name door C.W. Leadbeater. In zijn streven theosofie en christelijk geloof meer met elkaar te verbinden heeft hij deze constructie bedacht. Natuurlijk, men kan hierin geloven, maar het is volstrekt onmogelijk het uit te geven voor een bijbelse visie op Jezus Christus of te poneren dat hier het wezenlijke van de bijbelse boodschap over Jezus gevonden kan worden.

Er zou meer over New Age zijn op te merken. Er zouden nog andere aspecten aan de orde kunnen komen. Maar in de door mij gesignaleerde punten komen m.i. de wezenlijke zaken voldoende naar voren. Het zou boeiend zijn als we in New Age werkelijk een gefundeerde wereldbeschouwing tegen zouden komen, die onze samenleving zou kunnen verrijken. Een wereldbeschouwing die ook bereid is werkelijk in dialoog te treden en kritisch te zijn. Komt dat er van? Als het er niet van komt, hebben we New Age terecht beschouwd als een modieuze explosie zonder verdere betekenis. En als het er wel van komt, zal het er wel even anders uitzien dan wat er nu geboden wordt.

Noten

1. Zie hiervoor W. Hanegraaff in Religieuze bewegingen in Nederland 25 (verschijnt eind 1992), of J. Wichmann, Renaissance van de Esoterie (Utrecht, 1992). Zie ook mijn bijdrage in Religieuze bewegingen in Nederland 22 (1991), over het spiritisme.

2. Dit gebeurt veelvuldig. Zo heeft uitgeverij Kosmos een serie ‘New Age’ waarin ook puur boeddhistische boeken verschijnen. Veel auteurs identificeren hun spirituele New-Age-ervaringen zonder meer met de oosterse spiritualiteit, zoals bijvoorbeeld M. Messing in zijn Gnostische wijsheid in oost en west (Deventer, 1992).

3. Men komt dit optimisme tegen bij K. Douven, Het christendom op weg naar de 21e eeuw (1988) of bij F. Capra, The Turning Point (1982).

4. Overigens zij hier opgemerkt dat er ook New-Agestemmen zijn die aankondigen dat het Nieuwe Tijdperk pas kan ontstaan na de ondergang van deze oude wereld; hierin is het optimisme aanmerkelijk getemperd.

5. Volgens het hindoeïsme leven we thans in een der slechtst denkbare tijden, de Kali-yuga.

6. De opvattingen op dit terrein worden goed weergegeven in M. Schoenmaker, Occulte wereldgeschiedenis (Deventer, 1992). Hierin staan de historisch volstrekt onverifieerbare visies op de geschiedenis keurig op een rij.

7. We kunnen denken aan de steeds weer terugkerende discussies ten aanzien van R. Steiners visie op de rassen en volken, waarbij Steiner van racisme wordt beschuldigd. In dit verband moet ook de naam van Mellie Uyldert genoemd worden, deskundige op het gebied van kruiden, planten, stenen en natuurlijke gegevenheden als volken en rassen.

8. Hierbij moet worden opgemerkt dat er binnen de New Age ook mensen zijn die niets van deze historische speculaties moeten hebben. Zo P. Kampschuur in De man zonder navel (Utrecht, 1992) of H. Stufkens (persoonlijke mededeling).

9. Zie hiervoor mijn bijdrage in R.P.H. Munnik, Natuur en christelijke traditie, een moeizame verhouding (Zoetermeer, 1992).

10. Zo Stufkens in zijn al eerder genoemde boek. Zo ook in de bijdrage van M. Messing in E. van Dalen, Omzien naar een nieuwe tijd (Delft, 1988).

11. Zie hierover ook mijn Reïncarnatie en christelijk geloof (Kampen, 1989).

12. Zo bij de ‘Summit Lighthouse’ ofwel ‘Church Universal and Triumphant’ van Elizabeth Clare Prophet.

13. Deze gemakkelijke identificatie van de eigen transcendente ervaring met de allerhoogste zien we ook in het recente boek van P. Kampschuur, De man zonder navel. Een ervaring in een satoritank blijkt voor de auteur datgene te zijn wat de Boeddha tijdens zijn verlichting heeft ervaren.

14. Men zie het recent uitgekomen boekje van J. Hoogeveen, Gesprekken met Paulus (Breda, 1992).

15. Zie hierover de bijdrage van P. van Dijk in een in 1993 te verschijnen publicatie over New Age (uitgaande van de Raad van Kerken).

Dit is een bewerking van een lezing die op 9 mei 1992 te Hilversum werd gehouden op een studiedag van de Remonstrantse Broederschap.

Uit: Skepter 5.3 (1992)

Reender Kranenborg