Broodje aap – de vervolgcursus

Beter luisteren naar sterke verhalen (boekbespreking)

door Peter Burger

geestSinds Ethel Portnoys klassieker Broodje Aap (1978) verschenen er in binnen- en buitenland tientallen bundels met de sagen van onze tijd, variërend in amusementswaarde en degelijkheid. Met Aliens, Ghosts and Cults graaft Bill Ellis dieper dan alle anderen.

Nadat Irak in 1990 Koeweit was binnengevallen, vertelde een 15-jarige verpleegster uit het bezette Golfstaatje in het Amerikaanse Congres hoe Irakese soldaten vijftien couveuses hadden geroofd en de baby’s op de koude vloer hadden laten sterven. In 1987 publiceerde de Amerikaanse romanschrijver Whitley Strieber Communion, een verslag van zijn ontvoering door wezens uit een andere wereld. En in 1994 kreeg de politie van het plaatsje Frackville (Pennsylvania) vier meldingen van automobilisten over een lifter die hen het einde van de wereld voorspelde en vervolgens spoorloos uit hun auto verdween.

Wat hebben deze verhalen nog meer gemeen dan hun min of meer sensationele inhoud? Een skepticus zal wellicht antwoorden dat ze alle drie onwaar zijn. En inderdaad, de Irakese oorlogsmisdaad was een staaltje van a tot z verzonnen propaganda, vertolkt door de dochter van de Koeweitse ambassadeur in de VS. Ontvoeringen door buitenaardse wezens zijn fantasieën of hallucinaties en verdwijningen uit rijdende auto’s zijn strijdig met de natuurwetten.

Een folklorist zal opmerken dat de verhalen ook hun traditionele karakter delen: wreedheden jegens baby’s in oorlogstijd, ontvoeringen door wezens uit een andere wereld en lifters die in rook opgaan zijn al eeuwen bekend als motieven uit volksverhalen en geruchten. Wat de drie verhalen ook gemeen hebben is dat ze behandeld worden in Aliens, Ghosts, and Cults (2001), door de Amerikaanse hoogleraar folkloristiek Bill Ellis. In deze baanbrekende studie onderzoekt Ellis hoe uitzonderlijke ervaringen vorm krijgen in extreme verhalen en hoe onware verhalen waar kunnen worden.

Ellis is een autoriteit op het gebied van moderne sagen, de sterke verhalen die in Nederland beter bekend zijn als broodjes aap. Het grote publiek kent die verhalen uit de bundels van Ethel Portnoy (Broodje aap en Broodje aap met), van de Amerikaanse urban legends-prof Jan Harold Brunvand (The Vanishing Hitchhiker en zijn vele vervolgen) en wellicht van de schrijver van deze recensie. Al die verzamelingen zijn in meerdere of mindere mate populariserend. Daarnaast bestaat een behoorlijk bibliotheekje met academische studies op dit gebied. Daarin hoort ook het boek van Ellis thuis.

Ellis bestrijkt een breder terrein dan verzamelaars als Brunvand: hij analyseert niet alleen klassieke moderne sagen zoals die over de verdwenen lifter, maar ook oorlogspropaganda, geruchten over satanische sekten, ontvoeringen door buitenaardsen, spookverhalen en de folklore van zomerkampen. Ook de vorm van zijn verhalen is anders: waar Brunvand zich grotendeels baseert op krantenberichten en brieven van zijn uitgebreide lezerspubliek, gebruikt Ellis bij voorkeur op band opgenomen en pijnlijk nauwkeurig getranscribeerde verhalen van informanten. Een aantal van die informanten vertelt over eigen ervaringen: de verhalen stammen dus niet in alle gevallen van de spreekwoordelijke `vriend van een vriend’, de zwager van de buurman van de kapper die in urban legends zo vaak genoemd wordt als betrouwbare bron.

Ten slotte is Ellis veel minder dan Brunvand gespitst op het debunken van moderne sagen, hoewel de vraag naar het waarheidsgehalte een van de centrale kwesties is in zijn boek. Waar Brunvand benadrukt dat moderne sagen verhalen zijn die als waar verteld worden, maar dat niet zijn, gaan Ellis en andere onderzoekers ervan uit dat het genre juist gekenmerkt wordt door de discussie die deze verhalen oproepen. Sagen, aldus Ellis, zijn verhalen die de algemeen aanvaarde werkelijkheid op losse schroeven zetten. Ze gaan over extreme ervaringen – bizarre, onverklaarbare, onverwachte, bedreigende gebeurtenissen – die de vertellers en hun gehoor dwingen om tot een nieuwe consensus te komen over de grenzen van wat geloofwaardig is.

De geest in de pizzeria

Dit debat over de grenzen van de werkelijkheid speelt zich niet alleen af in groepen, het kan ook een innerlijke tweestrijd zijn. Zo’n dialoog beluistert Ellis in het verhaal van ene Bruce over de geest van het Pizza Hut-filiaal. Als bedrijfsleider zag Bruce op een nacht toen hij alleen in de zaak was een man met een vilten hoed en een leren jack, die verdween toen Bruce op hem afliep. Zo samengevat is het een verhaal met een plot van niets, maar in het acht pagina’s lange afschrift dat Ellis verschaft is de schok die Bruce onderging goed voelbaar. In Bruce en in zijn verhaal strijden verbijstering en rationaliteit om voorrang, zonder dat een van beide wint. Was het een geest of was het iets anders? Ook vijf jaar na de gebeurtenis slaagt Bruce er niet in om zijn ervaring een naam te geven.

Nog groter was de verwarring die zich van Whitley Strieber meester maakte, toen hij op tweede kerstdag 1985 uit zijn buitenhuis ontvoerd werd door wezens van onbekende herkomst. Toen Strieber zijn verhaal publiceerde in Communion, eigenden zowel skeptici als aanhangers van het geloof in buitenaardse ontvoeringen zich zijn geschiedenis toe. De eersten deden het boek af als fictie of als het zoveelste voorbeeld van een gefantaseerde ontvoering door aliens. De laatsten haalden Strieber enthousiast in als een supporter van hun zaak, al maakte de bekende ufoloog Budd Hopkins zich zorgen omdat Striebers oorspronkelijke manuscript details bevatte die zelfs ufologen bizar in de oren klonken. Zo leidden de wezens hem uit hun UFO terwijl ze zijn penis vasthielden. Met andere woorden: Strieber vertelde het verhaal niet op de goede manier.

Beide partijen, de skeptici en de ufologen, hebben volgens Ellis slecht geluisterd naar Striebers verhaal. Het boeiende van Striebers relaas is juist dat er nog zo veel rauwe verwarring in doorklinkt en dat het niet volledig is aangepast aan stereotiepe abduction-verhalen. Dat Strieber zich heeft laten beïnvloeden door bestaande verhalen is onvermijdelijk: alleen door zijn ervaring te beschrijven als een ontvoering door buitenaardsen, met alle termen en verhaalmotieven die daarbij horen, kan hij zijn verhaal delen met anderen. Een van de bestaansredenen van sagen, aldus Ellis, is dat ze een naam geven aan onverklaarbare ervaringen en deze daardoor mededeelbaar maken – al wordt de oorspronkelijke ervaring daardoor onvermijdelijk vervormd.

Skeptici zullen met instemming het onderscheid begroeten dat Ellis maakt tussen de ervaring zelf, de interpretatie van die ervaring en de woorden die iemand gebruikt om zijn ervaring te beschrijven. Waarschijnlijk zullen ze wel even moeten slikken als ze lezen dat Ellis als folklorist geen van de interpretaties van UFO-ontvoeringen die in onze cultuur gangbaar zijn wil bevoorrechten: buitenaardse wezens evenmin als slaapverlamming of de invloed van een fantasy prone personality. Alleen door tijdelijk afstand te nemen van die verklaringen, kan een scherper beeld verkregen worden van de verwarrende ervaring waar het om draait.

Bestolen door een broodje aap

Verhalen als dat van Whitley Strieber laten zien hoe persoonlijke ervaringen de vorm aannemen van sagen. In het laatste deel van zijn boek onderzoekt Ellis gevallen waarin de invloed juist andersom is: sagen worden werkelijkheid wanneer mensen ze naspelen, een fenomeen dat folkloristen ostension noemen. Wie de griezelfilm Urban Legend gezien heeft (geen aanrader, trouwens) herinnert zich de moordenaar die zijn slachtoffers ombrengt volgens het plot van een aantal bekende moderne sagen – ook het klassieke hondje in de magnetron ontbreekt niet.

Moord met een moderne sage als model: het is ook in werkelijkheid voorgekomen. Volgens een van de hardnekkigste geruchten in de VS geven sadisten de kinderen die met Halloween de deuren langsgaan en om snoep vragen vergiftigde lolly’s of appels met een scheermesje erin. In 1974 stierf in Texas een jongetje van acht na het eten van een vergiftigde Halloweentraktatie. De schuldige was zijn vader, die uit was op geld van de levensverzekering en hoopte dat de politie uitsluitend zou zoeken naar de anonieme psychopaat uit de sage.

Criminaliteit met een moderne sage als sjabloon heeft zich overigens ook in Nederland voorgedaan. In een verhaal dat al tientallen jaren de ronde doet, bezorgen berouwvolle dieven een auto terug bij de eigenaars. Als dank voor het gebruik hebben ze er twee kaartjes in achtergelaten voor de opera. Gecharmeerd door deze geste beleeft het echtpaar een heerlijke avond uit maar als ze thuiskomen is het huis leeggestolen. Dit verhaal werd waar toen een dief in 1994 de Nijmeegse familie Akkers het huis uitlokte met een uitnodiging voor Hennie Huismans Surpriseshow. Vergezeld door vrienden vertrokken zij in een taxibusje naar Aalsmeer, waar echter geen opnamedag gepland bleek. Tijdens hun afwezigheid had een dief sieraden, geld en apparatuur gestolen.

Deze gebeurtenis, die in het nieuws kwam in 1994 en in 1996, toen de dieven veroordeeld werden, gaf op haar beurt weer aanleiding tot nieuwe versies van de bekende sage: een paar jaar geleden vertelde iemand me hoe een gezin uit Spijkenisse per taxi vertrok naar de show van de Postcode Loterij, met de bekende gevolgen. En in 1999 kreeg het verhaal nog eens een duw in de rug toen de plot werd gebruikt in de tv-serie De zeven deugden.

Behalve door criminelen of practical jokers die urban legends naspelen, worden sagen ook waar wanneer een gemeenschap zo in de greep raakt van een bedreigend verhaal, dat maatregelen het gevaar moeten bezweren. Een van de voorbeelden die Ellis geeft is de paniek die in 1987 uitbrak rond een middelbare school in Pennsylvania, niet ver van zijn eigen woonplaats. Tijdens een schoolfeest, zo ging het gerucht, zouden leden van een satanische sekte de school binnenvallen en een aantal moorden plegen. Om iedereen gerust te stellen, moest de school metaaldetectors installeren en hield een klein legertje agenten in burger en in uniform iedereen in de gaten. Er gebeurde helemaal niets.

In de analyse van Ellis werd deze commotie uitgelokt door de onverklaarbare zelfmoord van een leerling, die werd toegeschreven aan satanische invloeden. Deze schokkende gebeurtenis bracht al langer bestaande spanningen tot uitbarsting. De dominante levensbeschouwing in de regio is het christendom in verschillende gradaties van orthodoxie, waarin de duivel een hoogst reële kracht is. Dat botste met de hardrock, lange haren en satanische parafernalia van de jongerensubcultuur. Het gerucht kanaliseerde de angst voor de duivel en zijn aanhangers door de dreiging te beperken tot één avond, die van het schoolfeest. Het mobiliseerde de krachten van de gemeenschap, die sterker bleken dan die van de satanisten: de vijanden lieten zich niet zien, dus ze bestonden niet of ze durfden niet. In beide gevallen hoefde de gemeenschap zich geen zorgen te maken. In een collectieve inspanning was een zondebok gecreëerd en verjaagd. De sage, aldus Ellis was in dit geval therapeutisch geweest voor de gemeenschap.

Hoewel Ellis minder gepreoccupeerd is met de verhouding tussen verhaal en werkelijkheid dan de gemiddelde skepticus, is hij geen postmoderne denker voor wie anything goes. Soms moet hij op grond van een onbevooroordeelde lezing van de gegevens concluderen dat de toedracht duister blijft, zoals bij de lifter van Frackville: was dit een zorgvuldig georganiseerde practical joke of is er iets anders aan de hand? Ook als het geen grap was een mogelijkheid die Ellis nadrukkelijk open houdt is de weergave van de gebeurtenis beïnvloed door soortgelijke verhalen die in het plaatsje leven, over engelen, Mariaverschijningen, geesten en demonen.

Veel uitgesprokener is Ellis over beschuldigingen van ritueel misbruik en geruchten over satanisme. Hij heeft zich binnen zijn eigen universiteit verzet tegen voorlichtingsbijeenkomsten van cult cops die overal tekenen zagen van satanisch gevaar en met zijn publicaties over de werkelijke aard van satanische rituelen van adolescenten bijgedragen aan de bestrijding van de paniek over satanisme in de jaren 1980 en 1990.

Aliens, Ghosts, and Cults is ondanks het aan de X-Files herinnerende omslag, de vaak sensationele inhoud en de heldere stijl van de auteur geen gemakkelijk boek. De woordelijke afschriften van verhalen en de uitgebreide context die Ellis verschaft, vragen aandachtige lezing dezelfde aandachtige lezing die Ellis de verhalen schenkt waarin zijn informanten haperend en struikelend een uitweg zoeken uit het duister van hun verwarring.

Bill Ellis (2001). Aliens, Ghosts, and Cults. Legends we Live. Jackson: University Press of Mississippi. 55,50 euro.

Uit: Skepter 16.2 (2003)

Peter Burger is als docent en onderzoeker verbonden aan de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden.