Perpetuum Mobile

De wereldredding van een kunstenaar

door Jan Willem Nienhuys

Enige jaren geleden liet de kunstenaar Di Wesseli [echte naam: Wessel van Ganzevoort] van zich horen met een nieuw idee voor een machine om energie op te wekken. De Technische Universiteit (toen nog Hogeschool) Eindhoven bood in maart 1985 onderdak aan een tentoonstelling van zijn zonderlinge contrapties die op l april werd afgesloten met een manifestatie in een bomvolle zaal. Later was de tentoonstelling ook te zien in Delft en Twente, en de Technische Universiteit Twente verleende hem een Cultuurprijs. Hij komt nog af en toe in het nieuws, vooral in België. Op 29 december 1987 besteedde NRC-Handelsblad een hele pagina aan hem.

Di Wesseli’s toestel berust op puur mechanische principes. U kent misschien wel het schaarmechanisme dat maakt dat een zigzagconstructie opeens veel langer wordt wanneer ze wordt ingedrukt. Ze worden (of werden) wel gebruikt voor hekjes die voorkomen dat peuters gevaarlijke toeren op de trap uithalen. Zo’n schaar heet een Neurenbergse schaar. Di Wesseli’s bedenksel bestaat uit een cilinder waarvan de wanden uit zulke Neurenbergse scharen bestaan. Die scharen zijn bekleed met waterdichte stof. Zijn idee is dat als die cilinders worden ondergedompeld, de druk van het water de scharen zal dichtknijpen, waardoor de cilinder uitrekt. Eureka! roept Di Wesseli, want dan wordt het volume groter, terwijl er druk op wordt uitgeoefend.

Hij is heel standvastig in deze gedachte. Hij denkt dan ook dat als je zo’n cilinder in een afgesloten vat water stopt, de druk in het vat de cilinder zal doen uitdijen. Daardoor loopt de druk nog verder op enzovoorts, tot het vat barst. Een dergelijk toestel bergt de kracht van een atoombom in zich, zegt Di Wesseli met glimmende oogjes, maar toch is het wonderlijk dat niemand deze onvoorstelbare energiebron wil aanboren.

di-wesseli-machine

Di Wesseli’s energie-oogster ‘werkt’ door van die cilinders met puntmutsen (‘werkvormen met dubbel-werkende schaarwanden’) diep onder water te laten uitzetten. Dan hebben ze hetzelfde gewicht maar een groter volume, en stijgen naar de oppervlakte met méér kracht dan nodig was om ze onder te duwen. [Een YouTube-filmpje van Di Wesseli uit 2012 laat zien hoe het zou moeten werken]

Als je Di Wesseli vraagt waar die energie vandaan komt, zal hij zeggen dat ze uit het water komt, waar de goede God ze tot zegening van de mensheid in verborgen heeft. Geleerden die niet door hebben wat Di Wesseli bedoelt, denken dat hij een loopje neemt met de Tweede Hoofdwet van de warmteleer, die zegt dat je warmte alleen kunt omzetten in bruikbare energie als je haar naar een kouder systeem laat gaan. Met andere woorden: om energie uit warmte te halen, heb je temperatuurverschillen nodig. Omdat Di Wesseli energie onttrekt zonder iets kouders te gebruiken, lijkt het of hij poogt de Tweede Hoofdwet te schenden. Maar dat is niet zo: Di Wesseli denkt alleen maar aan hefbomen en drukken. Hij heeft de wetten van de mechanica aangevuld met eigen regels zoals: krachten glijden af op gestroomlijnde vormen. Hij kent maar vier soorten energie: de druk van vloeistof op ondergedompelde voorwerpen, de opwaartse druk (wet van Archimedes), de luchtdruk en de zwaartekracht. Het ontgaat hem dat de eerste drie eigenlijk hetzelfde zijn en dat ze door de vierde veroorzaakt worden. Hij meent dat een stoommachine druk in arbeid omzet, en de rol van de warmte ontgaat hem.

Kleinigheden

De praktisch aangelegde lezer denkt natuurlijk dat hij Di Wesseli meteen te slim af zal zijn, maar dan heeft hij de man nog niet ontmoet. Zij die hem kennen, weten wel beter. De voor de hand liggende tegenwerping is dat de wanden dan misschien wel worden ingedrukt, maar dat het water evengoed de uiteinden van de cilinder indrukt. Om kort te gaan, een dergelijk toestel zal in elkaar gedrukt worden tot de inhoud zo klein mogelijk is. Wel, hier gaat de lezer grandioos de mist in (althans, volgens Di Wesseli). Immers, er zitten op de koppen van de cilinder een soort van puntmutsen. De belangrijkste werking van die puntmutsen is volgens Di Wesseli dat de druk van het water erop afglijdt, zij klieven gelijk een vis door het water. De kunstenaar is altijd graag bereid deze artistieke opvatting met een zwierige duik- en zwembeweging kracht bij te zetten. Dat die eindkegels een bijna rechte tophoek hebben, is volgens de uitvinder ook heel belangrijk voor het afglijden van de druk.

'Ge moet de statica niet met de dynamica verwarren, professor, want dan maakt u een grote vergissing.'
‘Ge moet de statica niet met de dynamica verwarren, professor, want dan maakt u een grote vergissing.’

Toen ik een kleine jongen was van een jaar of tien, las ik 20.000 mijlen onder zee van Jules Verne. Daarin kwam een passage voor die mij zeer boeide (omdat ik haar niet begreep, denk ik). Professor Arronax laat zich de werking van de Nautilus uitleggen.
Gezeten in een salon met de afmeting van een kleine kerk, onder een gevaarlijk wiebelende vaas (volgens de gravures) stort kapitein Nemo een grote massa feiten over de arme professor uit. Nemo vraagt: ‘Kunt u dat volgen?’ en braaf antwoordt de prof: ‘Ja, dat begrijp ik’, waarna hij vraagt hoe de Nautilus toch zo diep kan duiken. Hij begrijpt blijkbaar niet dat iets dat maar een klein beetje zwaarder is dan water helemaal naar de bodem kan zinken, maar denkt dat je verschrikkelijk veel ballast moet innemen om heel diep te duiken. Nemo antwoordt dan met de geheimzinnige woorden: ‘Ge moet de statica niet met de dynamica verwarren, professor, want dan maakt u een grote vergissing.’

En statica met dynamica verwarren is precies wat Di Wesseli doet. Iets dat zich door een vloeistof beweegt, ondervindt weerstand. Hoeveel weerstand, dat hangt af van stroomlijn, snelheid en ook van de stroperigheid van de vloeistof. Dat is heel iets anders dan de druk die het water op dat voorwerp uitoefent, en de arbeid die je moet verrichten om iets tegen die druk in te laten uitzetten is weer wat anders. Di Wesseli verwart druk, kracht en arbeid. Hij weet dat ook, maar staat als kunstenaar boven onbelangrijke kleinigheden.

Drammer

De laatste ontwikkelingen in de energie-oogster van Di Wesseli bestaan uit ingewikkelde berekeningen waarvan de grondslag nogal onduidelijk is. Wie aan Di Wesseli kan bewijzen dat zijn energie-oogster niet werkt, kan rekenen op tien miljoen Belgische franken. Die beloning krijg je dan in natura, want als Di Wesseli zoveel geld had, zou hij zijn hersenspinsel ook in het echt bouwen. Mocht je dus Di Wesseli kunnen overtuigen, dan komt hij kunstwerken voor je maken (schaalmodellen van zijn energie-oogster?). Reken er maar niet op, want als je uitvogelt wat er in zijn ontwerp niet deugt, dan bedenkt hij iets dat nog véél ingewikkelder is en kun je weer opnieuw beginnen.

Het is vermakelijk om Di Wesseli met studenten te zien redetwisten. Het is een eersteklas standwerker. Eerst dacht ik dat hij alleen maar studenten aan het verstand wil brengen dat ze eigenlijk maar boekenwijsheid napraten. Ter verdediging van de studenten moet ik zeggen dat Di Wesseli bekende woorden een volkomen eigen betekenis geeft, en de dinergie, trinergie en meta-entropie vliegen je om de oren als je je in de DiWesselliaanse spraakwaterval begeeft, Zij die ooit diepgaand met de man gesproken hebben, herinneren zich plotseling dringende bezigheden elders als ze hem ergens ontwaren. Di Wesseli eist je aandacht zó volkomen op, dat je het gevoel krijgt dat het hem juist om die aandacht te doen is.

Pseudowetenschap heeft een aantal kenmerken die we bij Di Wesseli terugvinden. Men komt met een vinding die een totale omwenteling teweeg moet brengen (dat 1 + 1 = 2 niet meer op zou gaan, is vaak een van de minder ernstige gevolgen); men verzint de ene ‘verbetering’ na de andere als de werking nul komma nul blijkt te zijn; de uitvinder is een welbespraakte doordrammer, en zelden een vrouw; er worden onzichtbare zaken of wezens bij gehaald ter verklaring (de goede God bijvoorbeeld, of allerlei zelf bedachte begrippen met mooi klinkende namen); men denkt dat de wetenschap er is om zijn ideeën uit te werken, en dat gepaard aan onbegrip voor (wiskundige of natuurkundige) grondbegrippen.

Di Wesseli is iemand die met zijn kleurrijke activiteiten wat afwisseling kan brengen, maar die in wezen thuishoort in de club van platte-aarde-enthousiasten. Zijn toestellen en brochures zou je mechanisch geïnspireerde kunstobjecten kunnen noemen, en zijn als zodanig best leuk om eens naar te kijken, maar zijn ideeën horen in sprookjesland thuis. U merkt het wel, ernstig kan ik Di Wesseli niet nemen. Maar misschien komt in België zijn gedram hinderlijker over.

Uit: Skepter 3.1 (1990)

Zie ook: Het miskend-genie-effect, Wonder en is gheen wonder (2001)

Een korte documentaire over Di Wesseli staat op Youtube:

 

Jan Willem Nienhuys is redacteur van Skepter en secretaris van Skepsis