Zware metalen uit India

De riskante geloofsleer van Ayurveda

door Marie Prins

Ayurveda is een hindoeïstische gezondheidsleer, naar verluidt lang geleden door de goddelijke kosmische geest Brahman geopenbaard, maar de ayurvedische middelen bevatten Amerikaanse planten alsmede zware metalen en gifplanten.

Ayurveda is weliswaar de meest verbreide, maar lang niet de enige traditionele Indiase gezondheidsleer. Er is ook nog Unani, gebaseerd op klassieke Griekse ideeën, en Siddha uit de pre-vedische Dravidische cultuur. (1) Samen met natuurgeneeskunde, homeopathie en yoga hebben zij een afzonderlijke afdeling in het Ministry of Health and Family Welfare van India. Homeopathie heeft overigens nauwelijks iets gemeen met ayurveda, dat juist behoorlijk ‘allopathisch’ is.

De hindoeïsten geloven dat Brahman de ayurveda in onheuglijke tijden via ‘schouwing’ heeft geopenbaard en dat ze vervolgens veel langer dan tweeduizend jaar geleden ook is opgeschreven. Geschiedkundigen dateren haar ergens in het eerste millennium van onze jaartelling. (2) Rond het jaar 1000 bestonden er diverse gezondheidssystemen in het Indische subcontinent, die later samengroeiden. Er zijn de nodige regionale variaties, niet alleen in de recepten, maar ook in de namen van behandelingen, kruiden, en dergelijke. De Indiase regering tracht hier nu wat lijn in te brengen, en de veiligheid te garanderen. Over werkzaamheid wordt niet gerept.

Volgens de ayurveda is het heelal, inclusief het menselijke lichaam en voedsel opgebouwd uit vijf elementen, namelijk de vormgevende elementen aarde en water, de sturende elementen lucht en vacuüm (ook wel ether of ruimte genoemd), alsmede het transformerende vuur. Uit die elementen vormt het lichaam zeven verschillende weefsels, namelijk: rasa (‘plasma’, dat wil zeggen de opbouwstoffen uit het verteerde voedsel), rakta (bloed), mamsa (spier), meda (vet), asti (kraakbeen), majja (been en zenuwen) en shukra of sukra (sperma, ovum). Ook substanties als feces, urine en zweet bestaan uit de vijf elementen. Waar de uitgeademde kooldioxide uit bestaat, is niet bekend.

De ayurveda draait eigenlijk helemaal om de drie humoren van de levende mens: vata, pitta en kapha. Als die in evenwicht zijn, kunnen de dodelijkste virussen je niet deren. De ether en lucht worden onder vata gerangschikt, water en aarde onder kapha, en vuur samen met een weinig water onder pitta. Indien ze in balans zijn, worden ze dhatu genoemd, maar bij ziekte zijn ze dat nooit en daarom wordt er in de ziekteleer altijd van dosha’s gesproken, afgekort als vpk.

Vata, pitta en kapha staan ieder voor functies, zoals bloedsomloop (v), spijsvertering (p) en gewrichten (k), maar ook voor eigenschappen als droog (v), heet (p) en zwaar (k) en voor lichamelijke kenmerken, zoals lichaamsbouw, kleur van haar en ogen (donker voor v, groengrijs voor p en blauw voor k), lengte, polsslag, stoelgang, enzovoorts. De dosha’s geven dus ook menselijke types weer. De eigenschappen van een kapha-persoon met vpk in balans zijn dan ook weer anders dan de eigenschappen van een vata met vpk in balans.

Vata bevindt zich in de buikholte, beenderen, dijen, voeten, oren, dikke darm en huid, pitta in transpiratie, voorhoofd, twaalfvingerige darm, lever, milt en ogen, en kapha in keel, vet, maag, gewrichten, borst en hoofd. Hart en longen worden niet afzonderlijk genoemd. Elke dosha heeft vijf vormen, en de vedische astrologie is essentieel onderdeel van het systeem.

Belangrijk zijn verder het biovuur agni en ama. Ama wil zeggen slijmvormige stoffen die na de vertering overblijven, maar niet urine of feces. Ama wordt afgevoerd door agni en kan de werking van agni verhinderen. Bronchitis en reuma ontstaan door ama dat zich heeft vastgehecht in de luchtwegen of gewrichten. De symptomen van reuma verschillen per lichaamstype.

Braken en co.

Voor diagnose voelt de ayurvedatherapeut de pols (links voor vrouwen, rechts voor mannen, en liefst voor het ontbijt). Men voelt dan met drie vingers: de wijsvinger voor vata, de middelvinger voor pitta en de ringvinger voor kapha. Verder kijkt men naar de tong, de ogen, de huid en de oren, de urine, de feces en de algemene lichamelijke toestand. Er is ook veel aandacht voor levenswijze en -omstandigheden zoals dieet, dagelijkse routine, sociale en economische omstandigheden en de fysieke omgeving van de patiënt.

Het dieet is een belangrijk onderdeel van de behandeling. Het optimale dieet hangt er sterk van af of men een vata-, pitta- of kaphaconstitutie heeft. Het gaat echter niet om de voedingswaarde maar om de smaak van de ingrediënten. De ayurveda kent zes smaken: zoet, zuur, zout, bitter, scherp (pepers) en wrang (de umamismaak is onbekend). De smaken zelf hebben zelfs geneeskrachtige eigenschappen. Behalve van de constitutie hangt het dieet ook van het jaargetijde af, waarbij bijvoorbeeld de winter als ‘droog’ wordt opgevat.

Een belangrijk onderdeel van de behandeling is de panchkarma, wat letterlijk vijf handelingen betekent. Dat zijn: braken, purgeren met laxeermiddelen en klisma’s, idem met medicatie, neusdruppels, en aderlaten. In feite is dit een flink deel van het indertijd door Hahnemann zo verfoeide achttiende-eeuwse medische griezelkabinet, dat hij voor allopathie uitschold. Behalve deze inwendige reiniging is er ook nog uitwendige reiniging door massage met geklaarde boter en het gieten van olie op het voorhoofd.

Koeienpies

In de ayurveda worden niet alleen kruiden en kruidenmengsels gebruikt, maar ook dierlijke producten en mineralen. Bij de kruiden zijn er, zoals te verwachten is, ook bruikbare. Ze worden echter in de regel toegepast in mengsels van talloze verschillende kruiden en vaak ook nog zware metalen (nog meer afschuwelijke allopathie!). Dat maakt het effect van de middelen onvoorspelbaar, behalve waar het de vergiftiging door zware metalen betreft.

Volgens de ayurvedische theorie werken de middelen doordat ze de dosha’s in evenwicht brengen, maar in praktijk staan er gewoon indicaties op de verpakking. Het middel Liv. 52 is zoals de naam al suggereert voor leverklachten (zie kader). We zien hier dezelfde na-aperij van de wetenschappelijke geneeskunde als bij de homeopathie, die in theorie bestaat uit een consult gevolgd door toediening van hoogst individuele enkelvoudige hoogverdunde middelen, terwijl het in de praktijk gaat om winkelverkoop van mengsels van niet eens zo verdunde stoffen, met een indicatie ‘voor ziekte zus of zo’. Opvallend is dat er in de ayurveda veel middelen voor verjonging zijn.

De ayurveda zou enkele millennia oud zijn, maar bevat ook kruiden die uit Amerika afkomstig zijn, en dus van na 1492 dateren. Voorbeelden hiervan zijn kinine (Cinchona succirubra), rudbeckia (Echinacea angustifolia), toverhazelaar (Hamamelis virginiana), Canadese anemoon (Hydrastis canadensis) en maté (Ilex paraguariensis). India is tegenwoordig de grootste producent van rode pepers (Capsicum annuum), maar deze plant komt oorspronkelijk uit de Nieuwe Wereld en is opgenomen in de ayurvedaleer. Het valt te betwijfelen of planten die in Noord-Europa of Afrika thuis horen, bij het begin van onze jaartelling al in India bekend waren. De pepermunt moet wel een late toevoeging zijn, want deze hybride muntsoort (Mentha × piperita) ontstond pas in 1696 door toeval in Engeland.

Op zich is het niet onverstandig om nuttige planten aan een kruidenarsenaal toe te voegen, maar de bewering dat alle ayurvedamiddelen in de grijze oudheid al aan de mensheid zijn geopenbaard, is onhoudbaar.

Een nadeel van een dergelijke traditionele ervaringsgeneeskunde is dat er niet gelet wordt op bijverschijnselen. Kruiden die in het Westen al bekend zijn, vertonen in India dezelfde bijverschijnselen als bij ons. Minder bekende kruiden hebben ook bijverschijnselen. Zo is er thyreotoxicose (te hard werkende schildklier) aangetoond na gebruik van Ashwagandha (Whitania somnifera). (3)

Het gaat niet alleen om incidentele bijwerkingen van obscure kruiden, maar ook om levensgevaarlijke bekende planten. Een voorbeeld is monnikskap (Aconitum napellus) die pijnstillend zou zijn. Deze plant bevat het uiterst giftige aconitine, waarvoor geen tegengif bestaat. In de reguliere geneeskunde wordt de monnikskap al meer dan een eeuw niet meer gebruikt omdat het te gevaarlijk is. Monnikskap staat op lijst II (voormalige lijst III) van het Kruidenbesluit en mag in Nederland in kruidenproducten niet verwerkt worden. Maar in de ayurveda wordt de aconitum zogenaamd ontgift. Dat gebeurt door de hele wortel langdurig te koken in koeienpies en koemelk en daarna af te spoelen. Pas daarna wordt hij gedroogd en gemalen. Nu kan het basische aconitine in beginsel wel worden verwijderd met zuur, maar niemand gaat na of dat met dit curieuze recept ook werkelijk gebeurt. De consument moet maar hopen dat de importeur zich aan het Kruidenbesluit houdt.

Andere kruiden van lijst II van het Kruidenbesluit die in de ayurveda worden gebruikt, zijn ondere andere bittere komkommer (Citrullus coloncynthidis), het kankerverwekkende Croton tiglium, lobeliekruid (Lobelia inflata), rauwolfia (Rauwolfia serpentina), wonderolieboom (Ricinus communis) en braaknoot (Strychnos nux-vomica). Ook kruiden met pyrrolizidine-alkaloïden (PA’s) zijn onderdeel van de ayurveda. Zij veroorzaken leverproblemen die op den duur ongeneeslijk en dodelijk zijn. De lever voert de PA’s namelijk niet af, maar slaat die op. Dus je kunt dood gaan door het spul van tijd tot tijd te gebruiken, of langdurig een klein beetje in te nemen. De ayurveda gebruikt bijvoorbeeld de volgende PA-planten: bernagie (Borago officinalis), klein hoefblad (Tussilago farfara) en de ergste boosdoener van allemaal, namelijk de smeerwortel (Symphytum officinale). De Nederlandse wet verbiedt invoer van kruiden of kruidenmengsels die meer dan een miljardste deel PA’s bevatten. Hoe goed de importeurs daar op letten is onbekend.

Verder worden ten minste twee soorten ephedra’s gebruikt. De ene zou bij verkoudheid helpen en de andere bij astma. Allebei hebben ze efedrine als werkzaam bestanddeel en dat is een verouderd middel tegen astma met zware bijwerkingen. Het zijn ongeregistreerde geneesmiddelen, dus de verkoop is verboden als een arts er geen recept voor heeft uitgeschreven. Daar staat een gevangenisstraf van 6 jaar of een boete van maximaal €45.000 op.

Ten slotte zijn er een flink aantal planten in gebruik waarvan weliswaar de Latijnse botanische naam bekend is, maar de farmacologische eigenschappen niet. Weliswaar moet die naam in Nederland op het etiket staan, maar veel heb je daar niet aan. Mogelijk vallen deze onder de regels voor Nieuwe Voeding en dan moet in ieder geval aangetoond worden dat het gebruik onschadelijk is. In België zijn kruiden waarvoor de veiligheid niet vaststaat zonder meer verboden.

De regering van India schrijft veel over het integreren van ayurveda in de wetenschappelijke geneeskunde. Voor zulke praktische zaken als het vinden van de medische eigenschappen waaronder de veiligheid van de kruidenmiddelen en de dierlijke producten, maar zeker ook van de mengsels, is hier nog veel werk aan de winkel.

Sinds 1 oktober 2005 moeten in India kruidenpreparaten die voor de export bestemd zijn, gekeurd worden op zware metalen. Men hanteert normen van de WHO en FDA, die uitgedrukt zijn in delen per miljoen (onze VWA gaat uit van hoeveel een gebruiker binnenkrijgt).

Voor binnenlands gebruik in India hoeft die keuring echter niet, dus toeristen kunnen de kruidenmiddelen met zware metalen rustig meenemen. Ook de verkoop via het internet zal hier nauwelijks door belemmerd worden, en anders gaat men naar Nepal. De Nederlandse VWA, de Britse MHRA en Health Canada publiceerden lijsten van middelen met zware metalen die er niet om liegen (zie www.vwa.nl, www.mhra.gov.uk, meer in het bijzonder de waarschuwingen van 17 augustus 2005, april 2004, en het pdf-bestand met waarschuwingen voor specifieke producten, en de waarschuwingen op www.hc-sc.gc.ca van 14 juli 2005 en van 3 maart 2005).

Zakjes kruiden uit een betrouwbare bron bevatten precies wat er op staat, liefst van een constante kwaliteit. Dat is bij ayurveda niet het geval. Zo werd er in de zomer van 2005 in Italië bij Coleus forskohlii (een muntachtige plant ook wel makandi genaamd) atropine aangetroffen, vermoedelijk van wolfskers (Atropa belladonna) die er tijdens de teelt, oogst of bewerking tussen verzeild was geraakt, of er opzettelijk aan was toegevoegd (zie waarschuwing van 26 mei 2005, zie ook de samenvatting hier).

Lood, goed voor u

Ondertussen is ayurveda al berucht geworden door het gebruik van zware metalen, juist als geneesmiddel, dus niet als vervuiling van een kruidenmiddel, maar als heilzaam onderdeel. De ayurvedische behandelaar gelooft er vast in dat die geen kwaad kunnen, maar in tegendeel heilzaam werken mits ze ontgift zijn. Eén auteur, die zijn praktijk in Nederland uitoefent, had het over ‘reinigen’, maar die snapt het niet. Lood enzovoorts is niet schadelijk omdat het onzuiver is, maar omdat het lood is.

Het lood wordt ‘ontgift’ door het beurtelings flink te verhitten, en dan in allerlei kruiden en realgar (arseensulfide) en de onvermijdelijke koeienexcrementen af te koelen, en dergelijke bewerkingen enkele tientallen malen te herhalen alsof het een geavanceerd destillatieproces betrof. Er zijn trouwens variaties op dit algemene recept, waarschijnlijk in verband met de verschillen in klimaat tussen Noord- en Zuid-India.

Het ayurvedische geloof is zo sterk dat ooit een Indiase regulier getrainde apotheker serieus dacht dat loodatomen zo hun giftige werking verliezen. Toen hij een geval van loodvergiftiging tegenkwam, meende hij dat het lood blijkbaar onvoldoende ontgift was! Een alternatieve verklaring die dezelfde persoon aanvoerde, was dat de patiënt het te lang had gebruikt. Het was voor kortdurend gebruik bedoeld. Maar het was een middel tegen reuma, en daar is geen middel tegen dat op korte termijn werkt. En waarom zou de patiënt eigenlijk na het voorgeschreven korte gebruik met het middel zijn doorgegaan?

De apotheker is geen geïsoleerd geval, want de Indiase overheid die zo graag de ayurveda wil integreren in de wetenschappelijke geneeskunde, heeft ook een dergelijk recept opgenomen in het ayurvedische formularium. Voor kwik zijn er 18 stappen om het te ontgiften, maar voor arseen is het recept vrij eenvoudig. Arseenschilfers worden in een pot twee tot drie uur gekookt met de waskalebas (Benincasa hispida). Ook dit staat in datzelfde officiële document van een regering die zegt dat ze zware metalen wil vermijden.

Atomen zijn echter onverwoestbaar, ontgiften is klinkklare onzin, en er worden dan ook regelmatig gevallen van loodvergiftiging door het gebruik van ayurvedische middelen gesignaleerd, ook in Nederland. (4) In het tot nu toe ernstigste geval lag het slachtoffer behoorlijk lang in het ziekenhuis, maar zocht daarna zijn ayurvedische genezer weer op. Zoiets gebeurde een jaar eerder ook al in het VK. Ook dat was een middel tegen reuma (Muhayogaraj Guggulu, zie bovengenoemde waarschuwing van april 2004), dat ook nog eens arseen en kwik bevatte.

Sujath Kumar, de hoofdgeneesheer van de Anthigiri Ashram, een bekende keten van ayurvedische gezondheidsinstellingen in India, gaf duidelijk aan dat het een geloof betreft: ‘De werking van ayurvedische therapieën hangt sterk af van het geloof van de patiënten daarin’. (5) Dit in tegenstelling tot de echte geneeskunde die de ongelovigen net zo goed geneest.

Het bovenstaande is natuurlijk maar een fractie van het ingewikkelde sprookje dat ayurveda heet. Ayurveda is overduidelijk een geloof, maar wel een met concrete uitspraken over de werkelijkheid die van geen kanten kloppen. Voor veel westerlingen strekt dat echter tot aanbeveling, zeker als het sprookje eeuwenoud is, en de therapie natuurlijk is en daarom veilig. Helaas is veiligheid wel het zwakste punt van ayurveda, en voor de werkzaamheid is heel erg weinig wetenschappelijk bewijs.

Noten

1. http://indianmedicine.nic.in/index1.asp?lang=1&linkid=17&lid=40.

2. R. Ziegler, Ayurveda & Co – sanfte Killer aus Fernost, Verlag Roland Ziegler, Weiskirchen, 2001, ISBN 3-933702-03-8.

3. C.S. van der Hooft, A. Hoekstra, P.A.G.M. de Smet en B.H.Ch. Stricker: Thyreotoxicose na gebruik van Ashwasgandha. Ned. Tijdschr. Geneesk. 2005 19 november; 49(47), 2637 -2638.

4. B.L.J. Kanen en R.M. Perenboom: Chronische loodintoxicatie door ayurvedische kruiden, Ned. Tijdschr. Geneesk. 2005, 24 december; 149(52), 2893 2896.

5. De Morgen, pagina 11,14-06-2005, IPS.

Zie ook het artikel Riskante ayurvedische geheimen (2008) van Marie Prins.

Voormalige samenstelling van Liv. 52

Kappertjes, Capparis spinosa, 65 mg. Beschermt de lever van ratten.

Cichorei, Cichorium intybus, 65 mg. Licht laxerend. Allergische reacties bekend.

Zwarte nachtschade, Solanum nigrum, 32 mg. Giftig. Kankerverwekkend.

Senna, Cassia occidentalis, 16 mg. Schade aan lever en spieren bij grote zoogdieren.

Myrobalanenboom, Terminalia arjuna, 32 mg. Doet waarschijnlijk iets bij hartklachten.

Gewoon duizendblad, Achillea millefolium, 16 mg. Geen bewezen werking. Allergische reacties.

Tamarisk, Tamarix gallica, 16 mg. Medische eigenschappen onbekend.

IJzer, Ferrum bhasma (bhasma = verhit, gezuiverd en verpulverd), 2-3 mg. Mogelijk overconsumptie. Vermindert werkzaamheid antibiotica.

Liv. 52 is volgens de fabrikant een ayurvedisch middel dat zou helpen bij leverproblemen, zoals hepatitis en cirrose als gevolg van overmatig alcoholgebruik. Over dosha’s staat er niets op de website (www.himalayadirect.com). Het wordt vervaardigd door The Himalaya Drug Company (HDC). In 1982 en in 1989 werd in Russische vakbladen bericht over patiënten die met Liv. 52 werden behandeld en daarop een Lyellsyndroom (afbladderende huid) ontwikkelden. Genezing vereiste enkele maanden ziekenhuiszorg. Hoewel de artikelen in het Russisch zijn, kan men ze in PubMed vinden. HDC publiceert de nodige positief uitgevallen proeven. Meestal zijn die met ratten en muizen die echter heel andere leverreacties hebben dan de mens. Over grotere dieren waarvan de lever beter met die van de mens te vergelijken is, werd niets gepubliceerd. Dit is verdacht want normaal gesproken gaat men bij goede resultaten voor ratten en muizen over op proeven bij zoogdieren die in hun eigenschappen wat dichter bij de mensen staan. HDC publiceerde wel een aantal kleine, kortdurende, positieve proeven met mensen, maar gaf niet genoeg gegevens om die na te rekenen, op één proef na. Toen Roland Ziegler die wel narekende, bleken de verschillen tussen placebo en verum niet significant (zie het in noot 2 genoemde boek van Ziegler Ayurveda & Co – sanfte Killer aus Fernost

Bij de proeven van Fleig et al. (J. Hepatol. 1997;26 (suppl. 1):127) over het gebruik van Liv. 52 bij 188 patiënten met alcoholische levercirrose bleek dat de sterfte onder degenen die Liv. 52 slikten hoger was dan in de placebogroep en hoger naarmate ze trouwer hun Liv. 52 innamen. Dit is tot nog toe het enige tamelijk degelijke onderzoek, hoewel ook hiervoor het aantal deelnemers nog niet erg hoog was. Maar de verschillen waren significant. Liv. 52 werd in Duitsland van de markt gehaald.

Ondertussen is althans op de HDC-website de zwarte nachtschade uit Liv. 52 verwijderd. Een artikel (Phytomed. 2005; 12:619-624) vermeldt nog wel de zwarte nachtschade, maar weer niet de senna. Nederlandstalige websites voor Liv. 52 vermelden als ingrediënten echter: Boerhaavia (een Indiaas kruid), Chichorium (sic), Capparis, Cassia, Achillea, Tamarix en Mandur. Mandur is verkalkte roest. Uiteraard gelden voor geen van de veranderde recepten de resultaten goed of slecht van de voorgaande onderzoeken; het is een nieuw product geworden.

Geen van de onderzoekers rapporteerde of ze hadden nagegaan of de samenstelling klopte met het etiket. Was de Liv. 52 die de Russen gebruikten dezelfde als die van Fleig? Gedurig veranderende samenstelling, al dan niet aan het etiket te zien, is namelijk schering en inslag bij alle kruidenmengsels.

Uit: Skepter 19.1 (2006)

Marie Prins is elektrotechnisch ingenieur en oud-bestuurslid van Skepsis.