Geloof in astrologie

door Rudolf Smit

Lezing gehouden tijdens het derde jaarcongres van Skepsis in 1990. Oorspronkelijk verschenen in Geloven in het Paranormale, Skeptische Notitie nr. 5, p. 31-48.

1 Richtingen in de astrologie

In de astrologie zijn drie hoofdstromingen te onderscheiden. Allereerst is daar de kranten- en weekbladenastrologie, vervolgens de astrologie die zich op voorspellingen richt, en ten slotte de astrologie die zich beperkt tot karakterontleding en therapeutisch werk.

Over krantenastrologie zal ik kort zijn. Kort samengevat, de krantenastrologie doet alsof louter op grond van iemands zonneteken (Vissen, Stier, Waterman enzovoorts), dus ruwweg de maand van geboorte, is vast te stellen wat iemands temperament is, wat hem of haar binnenkort te wachten staat, en hoe men het verstandigst kan handelen. Een serieus astroloog wil niets met deze krantenastrologie te maken hebben. De opvatting onder astrologen is immers dat alleen de precieze plaats, dag en tijdstip te zamen de benodigde informatie verstrekken. Alleen met die gegevens is bijvoorbeeld de ascendant te bepalen, dat wil zeggen het teken van de dierenriem dat juist op het ogenblik van geboorte boven de oostelijke horizon stond.

Over voorspellende astrologie is meer op te merken. Er zijn astrologen die vinden dat astrologie alleen over voorspellingen gaat. De astrologie krijgt hierdoor een slechte naam. Als voorbeeld heb ik hier een voorspelling uit 1938, vervaardigd door J.M. Mieremet (niet de aardstralenkastjesverkoper J.G. Mieremet). Deze was hoofdredacteur van De Astrologische Wereldschouw, en in het nummer van februari/maart 1938 (tweede jaargang) publiceerde hij een horoscoopbeschrijving van de toen juist geboren prinses Beatrix.

‘Velen stellen zich de vraag of prinses Beatrix in de toekomst de troon zal bestijgen. Hoewel de constellatie in het teken Aquarius zeer zeker op de mogelijkheid van een troonsbestijging wijst, zijn wij ervan overtuigd dat dit niet het geval zal zijn.’ Iets verderop wordt dit herhaald. ‘… waardoor tevens de neiging versterkt wordt haar eigen weg te gaan zal ze later van een troonsbestijging afzien.’ Iets verderop ‘… dan komt dit daarmede zoveel overeen dat Mercurius als heerser van het derde huis in het teken Gemini in het Zenith staat waardoor een broer een zeer belangrijke invloed op haar leven zal krijgen en de troon zal bestijgen.’ Ten slotte: ‘prinses Beatrix ontwikkelt zich later als schrijfster en te verwachten is dat de prinses in haar literaire bekwaamheden een groot levensdoel zal vinden.’

Van die voorspellingen is niet veel uitgekomen. Dit is met bijna alle astrologische voorspellingen die in het openbaar worden gedaan het geval.

Sommige astrologen geven adviezen aan individuele personen over het succes dat ze kunnen verwachten van bepaalde ondernemingen (huwelijk, reizen, grote investeringen). Dit komt al in de buurt van astrologie voor therapeutische doeleinden. Voorspellende astrologie bemoeit zich ook met politieke ontwikkelingen, rampen en algemener gebeurtenissen die meerdere personen tegelijk betreffen.

Astrologische voorspellingen kunnen echter op spectaculaire wijze de plank misslaan. Zo was er in 1939 in Engeland een bekende astroloog, de uitvinder van de krantenhoroscoop R.H. Naylor, die met grote letters op de voorpagina van het juninummer van Prediction liet schrijven: Tien jaar vrede in Europa!

De Amerikaanse astronomen Culver en Ianna besteden in hun boek (1988) aandacht aan de nauwkeurigheid van voorspellingen. Zij analyseerden in totaal 3011 voorspellingen, vergaard over een periode van vijf jaar (1974-1979). Ongeveer 11 procent (338 om precies te zijn) daarvan was met enige fantasie correct te noemen. Sommige van die correcte voorspellingen waren nogal aan de vage kant (ergens in het voorjaar zal zich in het Oosten van de VS een tragedie voltrekken) of niet moeilijk (de SALT-onderhandelingen zullen ook dit jaar stagneren; de inaugurele rede van de nieuwe president zal onder andere over economie en gelijke rechten gaan). Mogelijk berustten sommige voorspellingen ook op voorkennis (filmsterretje A zal dit jaar met regisseur B huwen). Voorspellingen over koersen van aandelen hebben een kans van 50% om uit te komen, ze gaan namelijk omhoog of omlaag, en een kans van 10% op een treffer is dan ook niet bijzonder indrukwekkend. In de VS zijn aanslagen op het staatshoofd niet bepaald zeldzaam, en in genoemde periode van vijf jaar werd dit dan ook 26 maal voorspeld (gelukkig kwamen niet alle voorspellingen uit). Opzienbarende Contacten met Buitenaardse Bezoekers alsmede Belangrijke Doorbraken in Kankeronderzoek en ook Huwelijk (ja/nee) van Jacqueline Kennedy/Onassis kwamen trouwens ook ongeveer 20 maal onder die 3011 voorspellingen voor. Al met al zijn Culver en Ianna niet onder de indruk.

2 Enkele categorieën van astrologen

Als laatste en meest voorkomende, maar weinig spectaculaire vorm (omdat ze geen ‘harde’ voorspellingen doet) van astrologie blijft dan over de psychologische, die zich op karakterontleding en therapie richt. Ook hier vinden we uitwassen met aan de ene kant puur commerciële, ja zelfs mafia-achtige types en aan de andere kant zweverige sukkels. Daartussen zit de grote middenmoot die met de beste bedoelingen naar de sterren kijkt. Onder hen zitten er die zich hebben ontwikkeld tot goede therapeuten, waar een klant met een tevreden gevoel vandaan komt. Desondanks zijn deze goed bedoelde astrologisch activiteiten wetenschappelijk nauwelijks verdedigbaar.

Volgens de Amerikaanse astrologe Donna Cunningham zijn er in de VS ongeveer 20.000 astrologen. Vele daarvan zijn huisvrouwen die het als hobby doen. Ter vergelijking: in Nederland zijn er bij mijn weten maar tien tot twintig mensen die met astrologie in hun levensonderhoud voorzien; over het algemeen leiden deze een armoedig bestaan. Cunningham geeft in haar boek (1978) een beschrijving van verschillende soorten malafide astrologen die men in de VS kan aantreffen. Ze leidt haar beschrijving in met de opmerking dat klanten de neiging hebben grote krachten toe te schrijven aan astrologen, omdat de informatie over de meest intieme zaken van het leven schijnt te vloeien uit mysterieuze bronnen. Werkelijke geestelijke verlichting is in de regel bij astrologen echter ver te zoeken. Er zijn er die ronduit verward, neurotisch of charlatanesk zijn. Iedereen kan zichzelf straffeloos astroloog noemen.

Toen Cunningham dit schreef waren er geen of nauwelijks professionele maatstaven of controle van welke soort dan ook. In de laatste 15 jaar is daar echter veel verbetering in gekomen. In de meeste westerse landen waar astrologie populair is, zijn goedbedoelende astrologen vaak aangesloten bij verenigingen van astrologen. Deze verenigingen hebben vrij strenge ethische codes ingesteld die onder meer het doen van catastrofale voorspellingen en het geven van medische adviezen verbieden.

Als we de goedbedoelende middenmoot even vergeten, dan blijven er andere, wat kwalijker typen over. Cunningham geeft een aantal korte schetsen waarin ze verschillende soorten malafide astrologen typeert. Enkele hiervan neem ik over. Cultist. Niet te verwarren met de ware occultist. Hij doet zich graag voor als een soort god of goeroe. Hij heeft de neiging zich theatraal te gedragen en van de astrologie een buitengewoon geheimzinnige zaak te maken. Hij laat zich aanbidden door een schare – over het algemeen vrouwelijke – slaafse en devote aanhangers die al zijn woorden koesteren en die er geen eigen mening op na houden. Alle andere astrologen zijn niet capabel en u hebt het grote geluk dat u tot hem gekomen bent om het ware woord te aanhoren. Als u op een of andere manier twijfelt aan deze hoogst spirituele persoon of zijn woorden betwist, wordt hij snel wraakzuchtig en zal hij snibbige opmerkingen maken over uw Zonneteken, uw Saturnus of over uw Karma. Hij is gespecialiseerd in negatieve en moralistische interpretatie van de horoscoop. Een zo’n astroloog vertelde aan een van Cunninghams vriendinnen dat ze de ergste horoscoop had die hij ooit had gezien, dat zij in haar vorige leven een verschrikkelijk mens geweest moest zijn om zo’n horoscoop te verdienen en dat boontje nu wel gauw om zijn loontje zou komen.

Astro-Analist. Ook hij wil u graag in zijn macht hebben, hij doet dat moderner, subtieler en is daardoor gevaarlijker. Dikwijls beweert dit type te beschikken over een psychologische achtergrond terwijl hij niet meer dan een inleidende cursus heeft gedaan. Het is zijn speciale gave om uw zwakheden te vinden en u van hem afhankelijk te maken door het opfokken van uw schuldgevoelens, angsten en twijfels. Hij is gespecialiseerd in halfbakken psychologische diagnosemethoden die een getrainde expert niet dan met de grootste voorzichtigheid zal gebruiken. Volgens hem zijn veel van de klanten latent homofiel of hebben ze sterke verlangens tot incest of zijn in aanleg schizofreen. Als u hem – te laat meestal – in de gaten krijgt en u zich aan hem probeert te onttrekken, kijk dan uit. Hij beoefent de subtielste, maar meest vernietigende vorm van psychologische oorlogsvoering.

Nieuwsgierige Astroloog. Dit is het soort waar uw moeder u al voor gewaarschuwd heeft. Zij zullen u vertellen dat u seksueel zwaar gefrustreerd bent en ze laten doorschemeren dat juist zij in staat zijn u van deze seksuele frustraties te bevrijden. Een zo’n mannetje vertelde een vriendin van Cunningham dat ze een onverzadigbare behoefte aan seks zou krijgen zo tegen haar dertigste, tenzij een goede minnaar werd gevonden en bijna gelijktijdig liet hij haar langs een omweg weten dat hij graag meer van haar zou willen zien. In het algemeen zijn ze meer vervelend dan een gevaar, tenzij u hun uitspraken serieus neemt.

Tot zover Donna Cunningham. In Nederland ken ik dergelijke types niet, maar het is niet uit te sluiten dat er hier en daar astrologen werkzaam zijn met goeroeneigingen, of die allerwegen seksuele verkniptheid bij hun klanten ontwaren en daarvan proberen te profiteren. Astrologen die gewoon een potje gaan schelden als je met hen van mening durft te verschillen, zijn er wel, maar die vallen niet duidelijk onder een van de types van Cunningham.

De Australische astrologie-onderzoeker Geoffrey Dean schrijft dat slechts één op de twintig astrologen onverantwoord te werk gaat. Dat staat los van de correctheid van de inlichtingen die ze verstrekken.

Als je bij een malafide astroloog komt, kun je geconfronteerd worden met de meest akelige voorspellingen, bijvoorbeeld wanneer je echtgenoot dood gaat. Ik weet niet precies hoeveel van die malafide astrologen er zijn en hoeveel schade ze aanrichten. Wel kan ik zeggen dat ik zelf menigmaal klanten van zulke astrologen uit de narigheid heb moeten helpen door hun akelige karakteranalyses en dito voorspellingen te ontzenuwen.

Als je echt psychotherapie nodig hebt, kan ook de meest bonafide astroloog je niet helpen. Wel weet ik zeker dat een bonafide astroloog het niet in zijn of haar hoofd zal halen klanten met zware psychische problemen te accepteren. Ethische codes schrijven in zulke gevallen voor dat de astroloog zo’n klant adviseert een medicus te raadplegen. Al met al meen ik op grond van mijn ervaringen te mogen constateren dat astrologie en en astrologen in het algemeen geen groot gevaar voor de volksgezondheid vormen.

3 Invloed van astrologie

Heeft astrologie veel invloed? Het grote aantal dagbladhoroscopen zou doen denken van wel, als het om serieuze astrologie gaat valt het allemaal nogal tegen. New Scientist liet eind 1984 en begin 1985 de organisatie Gallup een onderzoek doen naar wat ongeveer 1900 Britse volwassenen van wetenschap en techniek vonden (New Scientist, 21 feb. 1985, p. 2 en 12-16).

Een van de vragen ging over verdeling van geld voor onderzoek. De respondenten mochten zich voorstellen dat ze dat geld zelf mochten verdelen over 12 gebieden van onderzoek. Ze moesten vertellen waar ze de prioriteiten zouden leggen, en ze moesten ook aangeven waar ze juist (nog) minder geld aan zouden willen besteden. Medisch en farmaceutisch onderzoek, alsmede onderzoek op het gebied van landbouw en milieu scoorden hoog op de lijst van prioriteiten en laag op de lijst van bezuinigingen en beperkingen. Daarentegen bleken defensie, kernenergie, robotica en ruimtevaart juist impopulair, hoewel ruimtevaart werd gezien als bijna de belangrijkste (na ‘weet ik niet’) wetenschappelijke ontwikkeling van de laatste 40 jaar. Maar het minst geliefd bleek toch astrologie: op de lijst van prioriteiten bungelt het onderaan met met 1% van de stemmen, terwijl de lijst van bezuinigingen juist door astrologie wordt aangevoerd, met 42% van de stemmen. Dit laatste is enigszins merkwaardig, want de overheidsfinanciering van astrologie bestaat uit op zijn hoogst studiefinanciering voor een of twee promotiestudenten. Bovendien werd astrologie als het allerongevaarlijkst (nog na computers) beschouwd door de bijna 700 mensen die hiernaar gevraagd werden. Als je dit zo ziet kun je stellen dat astrologie nogal nuchter bekeken wordt althans door Engelsen, en misschien ook wel door Nederlanders. Het kan overigens niet uitgesloten worden dat sommige respondenten astrologie verwarden met astronomie. Astrologie lijkt in nog een ander opzicht op astronomie: het aantal boeken over serieuze astrologie is ongeveer even groot als dat over astronomie, hoewel een bezoek aan een boekhandel gemakkelijk een andere indruk kan wekken.

Eveneens in 1985 vroeg de Nederlandse organisatie NSS Marktonderzoek aan 813 Nederlanders wat zij van diverse zaken op paranormaal gebied geloofden. Overtuigingen zoals de mogelijkheid van contact met overledenen, handlijnkunde, invloed van planeten op de levensloop, telekinese en reïncarnatie werden toen door 10% tot 15% van de bevolking voor zeker of waarschijnlijk gehouden. Daarmee neemt het geloof in een ‘bovennatuurlijke werkelijkheid’ een middenpositie in. Het bestaan van mensen met buitengewone vermogens (helderziendheid, genezen door handopleggen, grafologie, wichelroedelopers) werd in 1985 door 30% tot 40% voor zeker of waarschijnlijk gehouden, terwijl kabouters, spoken, geluksgetallen en vermijden van ladders minder dan 10% scoorden.

Deze aantallen zeggen natuurlijk weinig over het aantal mensen dat astrologie als richtlijn in het leven hanteert, of dat wel eens een astroloog raadpleegt.

4 Nuchter en niet duur

Over astrologen bestaan veel misverstanden en vooroordelen bij skeptici. Ik onderscheid twee soorten skeptici: de ene soort is overal faliekant tegen, de andere zegt nooit nee, alleen maar misschien. Wat mijzelf betreft, mijn interesse voor astrologie was gewekt vanuit mijn belangstelling voor astronomie. Ik was en ben nog altijd amateurastronoom. Vanuit die positie stond ik aanvankelijk uiterst skeptisch ten opzichte van de astrologie. Maar omdat de ware skepticus nooit nee zegt, alleen maar misschien, sloot ik niet bij voorbaat uit dat astrologie kon werken. Ik zal u de hele geschiedenis van mijn bekering besparen – het is op dit moment voldoende te weten dat ik in het begin van de jaren ’70 ‘om’ was. Van 1978 tot 1984 ben ik zelfs parttime beroepsastroloog geweest, en dat ging me heel goed af. Maar mijn kritische instelling heb ik altijd behouden. Door mijn eigen ervaringen en door mijn veelvuldige contacten met de al eerder genoemde Geoffrey Dean begon ik nattigheid te voelen. Zo waren er talloze stellingen in astrologische handboeken waarvan bij nader onderzoek niet veel bleek te deugen; daarover later meer. In 1984 was de ommekeer compleet. Eens was ik van skepticus bekeerd tot de astrologie – toen werd ik weer skepticus. Dus nu ben ik weer op het ‘rechte pad.’

Maar nu terug naar het onderwerp. Wat zijn astrologen en hoe werken ze? Zijn het allemaal zulke slechteriken zoals sommige skeptici wel denken? Dat blijkt wel mee te vallen, getuige het volgende voorbeeld.

Twee hoogleraren aan de Northwestern University in Evanston, Illinois, namelijk J. Sechrest en J. Bryan legden in 1968 onder pseudoniem een verzonnen huwelijksprobleem voor aan 18 astrologen die adverteerden met huwelijksadviezen per post. Voor zichzelf hadden de onderzoekers astrologie al bij voorbaat tot absurd bestempeld. Na ontvangst van de antwoorden bleken de adviezen niet aanwijsbaar volgens astrologische regels te zijn opgesteld, daarentegen waren de adviezen altijd realistisch, en meestal duidelijk, persoonlijk en vriendelijk. De onderzoekers concludeerden dat de adviezen niet alleen waarschijnlijk onschadelijk waren, maar zelfs nuttig, omdat ze doelmatig waren voor de situatie, niet duur, snel gegeven, praktisch, geloofwaardig en vriendelijk. Dat klinkt niet gek. Dat klinkt in de zin van steun gaan zoeken bij een nuchtere buurvrouw of bij Lieve Lita.

Nuchtere adviezen kan men dus bij veel astrologen verkrijgen, zelfs al klopt er niets van hun astrologische theorie. De al eerder genoemde Geoffrey Dean schreef: ‘Moet astrologie waar zijn?’ Zijn antwoord was: ‘Nee, astrologie hoeft niet waar te zijn om toch te kunnen werken.’

Hoewel astrologie niet waar hoeft te zijn kan het wel helpen. Ik heb daar zelf een leuk proefje voor bedacht. Ik heb hier een horoscoop, dat wil zeggen een diagram waar alle relevante astrologische gegevens van een persoon in zijn ondergebracht.

jezushor

Ik heb ook een proefpersoon. We gaan samen de horoscoop duiden. We doen dit in een gefingeerde praktijksituatie. Iemand die voor het eerst zo’n horoscoop te zien krijgt, raakt er zeer van onder de indruk. Het is dan ook een mooi en intrigerend plaatje. Het wordt voor de gemiddelde klant nog interessanter als je zegt : mevrouw of meneer, dit stelt u voor. Dit is de weerspiegeling van het moment waarop u bent geboren. U heeft de kwaliteit van het moment waarop u geboren bent, aan de hand daarvan kan ik uw karakter en levenssituatie duiden. Het is een heel verschil of je met een psychotherapeut te maken krijgt die vraagt: had u een dominante vader of moeder? Mensen willen dan nog wel eens dichtklappen. Wanneer je een horoscoop gebruikt, leg je een verbinding die in wezen niets met de persoon te maken heeft. Ook niet met zijn familie. Wat er gebeurt is een afspiegeling van iets ver buiten hem. Er komen geen emotionele zaken bij te pas. Je kunt zo allerlei verklaringen naar iemand toe schuiven. Van iemand die agressief is kun je bijvoorbeeld zeggen ‘Ja logisch, u heeft Mars in Aries staan.’ Op zich is dit geen goede uitleg, omdat de persoon de volgende keer wanneer hij agressief is kan denken: ‘Och, ik kan er niets aan doen, ik heb nu eenmaal Mars in Aries.’ De blaam wordt zodoende naar de sterrenhemel geschoven, dit is verkeerd gebruik. We doen het anders. Terug nu naar onze proefpersoon.

RS: Goedemorgen meneer Heukelom. U bent bij mij gekomen met een probleem. Wilt u dat even uitleggen?

WH: Ja, mijn probleem is dat het de laatste maanden nogal tegenzit, eigenlijk de laatste paar jaar al. Ik probeer allerlei nieuwe dingen van de grond te krijgen, men wil niet luisteren en ik sta er alleen voor. Misschien kunt u mij helpen.

RS: Moet ik hieruit opmaken dat u zich depressief voelt?

WH: Ja, dat kunt u wel zeggen.

RS: Dan gaan we nu de horoscoop analyseren. Ik heb deze al bestudeerd. Wat u zegt, dat u zich depressief voelt, klopt helemaal. Kijkt u maar. Dit is de oostelijke horizon. Een bekende regel in de astrologie is dat planeten die boven de oostelijke horizon staan erg sterk werken. U heeft de planeet Saturnus vlak boven de ascendant staan. Deze staat ook nog eens in oppositie met de zon. Saturnus is traditioneel de factor die vertraagt en tegenhoudt. Die alles stilzet, hij staat voor depressie en somberheid. U bent toch niet altijd zo?

WH: Nee, er zijn ook wel eens leuke dagen.

RS: Veel leuke dagen?

WH: Nou, de laatste maanden niet zo, maar het is ook niet zo dat ik echt tegen het leven opzie.

RS: Kijk, Jupiter staat bij Saturnus. Ze staan samen, het is een conjunctie. Jupiter is de vrolijke jongen, die wil naar buiten treden. Enne, . . . heeft u zendingsdrang?

WH: Nou, soms wel ja.

RS: Dat dacht ik ook. Jupiter is namelijk de heerser van Sagittarius en dat is het teken van de missionarissen. Die echt wat te brengen hebben. U zei toch al dat u graag dingen van de grond wilde krijgen? U heeft een missie te volbrengen, u wilt iets doen voor de wereld en u bent idealistisch. (N.B. Dit is een manier om het gesprek te leiden.) De verbinding van expansie, naar buiten treden, naar de zon toe zit er helemaal in. Het is zelfs een beetje overdreven. U hebt inderdaad een leven dat op en neer gaat. Periodes waarin het niet wil, afgewisseld door periodes waarin het erg goed gaat. Ik zie nog iets in uw horoscoop. Ik zie hier de maan staan. Deze staat in het teken Tweelingen. Deze staat 90 ten opzichte van de planeet Uranus. Mag ik u vragen: ervaren de mensen u als rebels? Van die man die allerlei nieuwe dingen wil die zij eigenlijk helemaal niet willen?

WH: Dat kan ik niet echt ontkennen.

RS: (Ik stel dus allerlei vragen, en krijg steeds meer inzicht in de persoon.) Ik zie nog iets in uw horoscoop. De planeet Mars staat in het teken Schorpioen. Dat is een heel sterke positie. Deze man wil wat. Hij zet er zijn hele energie achter. Hij loopt daardoor wel eens heilige huisjes om. Klopt dat?

WH: Ja, dat is zo.

RS: Nu kan ik met een advies komen. Ik heb u verteld wat in de horoscoop zit. Dat wist u niet. Nu weet u het wel en nu gaat u er wat mee doen. U gaat al die krachten op een goede manier gebruiken. U moet uw zendingsdrang wat in toom houden. Het kan makkelijk want daar staat Saturnus. Die kan u in toom houden. Als u uit de band wilt springen, denk dan aan Saturnus. Die houdt u in toom. De maan staat in Tweelingen, dit laatste het teken van de kletsmajoor. U praat teveel. Klopt dat?

WH: Ja, soms wel eens.

RS: U hebt teveel rebelse ideeën, daarvoor moet u Saturnus gebruiken. Als u dat doet zult u een wat rustiger bestaan hebben. De mensen zullen beter naar u luisteren. Dit is het einde van het consult.

U ziet hier hoe een consult kan gaan. Nu was dit wel een heel gechargeerd voorbeeld in werkelijkheid zijn consulten veel genuanceerder en langduriger. Een klant krijgt zodoende bijzonder veel aandacht.

Maar wat deze horoscoop betreft, ik moet er een ding bij vertellen. Dit was niet zijn horoscoop. Integendeel, dit is de horoscoop van iemand die geboren is op 15 september van het jaar 7 v.C., ’s avonds om 6 uur 26 plaatselijke tijd, op 31 graden en 43 minuten Noorderbreedte, 35 graden en 12 minuten Oosterlengte, dat wil zegen te Bethlehem. Dit is één van de vermeende horoscopen van Jezus Christus (op grond van de planeetsamenstanden die wellicht de Ster van Bethlehem zouden kunnen zijn). In elk geval een horoscoop die helemaal niet bij deze klant hoort, maar toch kun je iemand daarmee de richting uitkrijgen die hij uit kan gaan.

Ik heb hem alleen gezegd hoe hij eigenlijk moet gaan handelen om straks beter te kunnen functioneren. Dit is iets wat ook in de psychotherapie wordt toegepast. Ik heb hem meer zelfvertrouwen, een duwtje in de rug gegeven. Dit heeft geholpen. Zo kun je met astrologie omgaan, zelfs al gebeurt dit met verkeerde horoscopen. Wat ik heb gedaan kun je evengoed met een andere horoscoop doen.

5 Waarom werkt het?

Hoe komt het dat klanten het gevoel krijgen dat astrologie werkt? Michel Gauquelin is een astrologische wetenschapper. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar de correctheid van horoscopen als middel voor karakteranalyse. Hij heeft een enorme hoeveelheid feitenmateriaal vergaard, waaruit onder meer de totale waardeloosheid blijkt van astrologie alleen op basis van het zonneteken (de krantenastrologie dus). Hij onderzocht ook de reacties van mensen op horoscoopduidingen (Gauquelin, 1979). Hij liet op 16 april 1968 een advertentie plaatsen in Ici-Paris. De tekst van de advertentie luidde:

ABSOLUUT GRATIS
UW ULTRA-PERSOONLIJKE HOROSCOOP
Een document van 10 pagina’s.
Deze gelegenheid kunt u niet laten lopen.
Stuur uw gegevens naar
ASTRAL ELECTRONIC.

Slechts een kleine advertentie, vergeleken met die van een ‘echt computer-astrologiebedrijf, Ordinamus (niet de echte naam, het betrof een firma van de bekende Franse astroloog André Barbault), die in grote advertenties en op reclameborden horoscopen aanbood voor 120 Franse franc. De respons was overweldigend. Binnen korte tijd schreven 150 mensen van Parijs en elders naar het opgegeven adres. Zelfs tien jaar later druppelden er nog brieven binnen! Alle respondenten ontvingen een computerhoroscoop, en wel allemaal dezelfde. Gauquelin stuurde met deze horoscoop een korte vragenlijst mee, en vroeg om die terug te sturen in de bijgevoegde antwoordenveloppe. De vragen luidden: herkent u zichzelf en uw persoonlijke problemen; wat vinden uw familie en vrienden ervan; klopt het aangegeven jaarritme met uw ervaring wat betreft gunstige en ongunstige perioden. Gauquelin ontving veel antwoorden. Op de eerste, tweede en derde vraag kreeg hij respectievelijk 94%, 90% en 80% bevestigende antwoorden.

Maar om wat voor horoscoop ging het? Gauquelin had bij de ‘concurrent’ Ordinamus een horoscoop laten maken bij de gegevens van dokter Petiot. Marcel Petiot werd geboren op 17 januari 1897 in Auxerre (Yonne). Op 31 oktober 1944 werd hij gearresteerd op verdenking van 27 moorden. Op 26 mei 1946 werd hij terechtgesteld, na een proces in maart van dat jaar. Petiot was een louche arts die tijdens de Duitse bezetting mensen wist voor te spiegelen dat hij ze kon helpen ontsnappen naar Zuid-Amerika. De slachtoffers vervoegden zich op zijn adres met al hun bezittingen. Hij vermoordde ze en ontdeed zich van hun lichamen in een bad met ongebluste kalk dat zich in een geheime kamer bevond. Tijdens zijn proces schepte hij op dat hij in feite 63 mensen had vermoord. Marcel Montaron beschouwt hem in zijn boek Les grandes proces d’Assises als een van grootste misdadigers in de geschiedenis van het strafrecht. Uiteraard zei de horoscoop van de firma Ordinamus hier niets over, integendeel, deze was bijzonder vleiend.

Enige citaten uit dit document van tien pagina’s: ‘Zijn instinctieve warmte is gecombineerd met de vermogens van zijn intellect en helderheid … zijn dynamiek wordt ondersteund door een neiging tot orde en evenwicht … Hij neigt ertoe voor zichzelf een eigen persoonlijk universum op te bouwen, waarin grondigheid, gestrengheid en ascese kunnen overheersen … in diepste wezen is hij een gevoelig persoon met een oneindige liefde voor de mensheid, gevoelens die enigszins doorweven zijn met een hang naar het romantische en mystieke, maar die hun uitdrukking vinden in totale toewijding aan anderen of in opofferingsgezindheid … In maart (N.B. het proces tegen Petiot was in maart) voeren zijn gevoelens, zijn gezin, zijn huis en zijn innerlijk leven de boventoon in zijn bestaan … Tussen 1970 en 1972 heeft hij een neiging om romantische verbindingen aan te gaan.’

Merk op dat als Petiot niet in 1946 onder de guillotine aan zijn eind was gekomen, hij die romantische verbindingen kort voor zijn 75ste verjaardag had moeten aanknopen. Het computerprogramma dat deze horoscoopduiding produceerde was kennelijk nog niet helemaal volmaakt, het gaf alle klanten automatisch nog ten minste tien jaar te leven. Hoewel het computerprogramma zogenaamd onder supervisie van een beroemd astroloog functioneerde, kwam er geen interpretatie van de ascendant in voor. Dezelfde astroloog was trouwens ook supervisor voor een ‘andere’ firma die computerhoroscopen produceerde, en die op hetzelfde adres gevestigd was als Ordinamus. Gauquelin liet deze ‘concurrent’ ook een horoscoopduiding voor Petiot maken, die evenwel totaal verschilde van die van Ordinamus. Gezien vanuit de astrologie hebben computerhoroscopen geen enkele waarde, en dat geldt ook voor deze twee Petiothoroscopen. Maar zoals later zal blijken, zijn ook persoonlijk geduide horoscopen voor zeer veel uitleg vatbaar.

Dit proefje van Gauquelin demonstreert een bekend feit uit de psychologie: de meeste mensen herkennen zichzelf in een voorzichtige en niet al te duidelijke karakterbeschrijving. Mensen die bereid zijn een aanzienlijk bedrag voor een horoscoopduiding te betalen zijn over het algemeen toch al weinig kritisch, en kunnen gemakkelijk denken dat algemeenheden uitsluitend op henzelf van toepassing zijn. In vragende vorm gestelde uitspraken zoals: ‘U bent nogal kritisch op uzelf? U kunt een heleboel verdragen, maar als u onrechtvaardigheden worden aangedaan wordt u kwaad?’ worden gemakkelijk met een volmondig ja beantwoord, om maar te zwijgen van de instemming met gloedvolle vleiende beschrijvingen. Dit is het Barnumeffect, zo genoemd naar het circus: voor alles en voor iedereen wat.

Voor de astroloog die zijn of haar klanten op bezoek krijgt, zijn de vingerwijzingen het meest belangrijk. In het Engels heet dit cold reading. Het is eigenlijk de lichaamstaal. Je krijgt daar zonder dat je het beseft, ervaring in. Je krijgt van je klant reacties op hetgeen wat je zegt. Dit kan de gelaatsuitdrukking zijn, de houding waarin hij zit of zelfs de pupillen. Dit zijn de antwoorden op je beweringen.

Een andere factor is de magie van de horoscoop. Het is veel makkelijker om met iemand over zijn horoscoop te praten dan over de problemen met zijn moeder. Die horoscoop is ver weg en je kunt er van alles inleggen. De horoscoop is een symbool, vatbaar voor een oneindig aantal uitleggingen. Deze uitspraak werd al gedaan door Theo Ram in zijn klassieke werk Astrologische Psychologie (Ram 1935).

Geoffrey Dean heeft een overzicht gegeven van de factoren die maken dat klanten (en astrologen) in astrologie geloven. Hij noemt het Barnumeffect en de lichaamstaal. Ik noem nu een aantal andere punten van Dean.

Een ander principe is dat van het negeren van de realiteit. Dat kan diverse vormen aannemen. Als de astroloog weet wat de klant dwarszit, blijken er altijd tientallen aanwijzingen in de horoscoop te vinden die met dit feit overeenstemmen. Voor elke remedie biedt de horoscoop ook vele aanknopingspunten. Ons toneelstukje liet zien hoe dat gaat. Dat de klant tevreden is, is voor de astroloog vaak het bewijs dat het werkt. Maar dat de juistheid van de horoscoopduiding enig verband heeft met de tevredenheid van de klant, is slechts een geloof van de astroloog. De geldigheid van de astrologische beweringen is een illusie.

Er zijn nog andere manieren om de werkelijkheid te negeren. Dean noemt het Procrusteseffect, het selectieve geheugen en het regressie-effect (na een erge ‘down’ komt er meestal weer een ‘up’). Het Procrusteseffect is genoemd naar de Griekse mythologische herbergier die bij te korte bedden een stuk van de benen van de gasten afhakte en bij te lange bedden de gasten oprekte tot ze de juiste maat hadden. Procrustes zorgt ervoor dat je altijd precies in het bed past. Hetzelfde heb je met astrologie, je kunt een horoscoop passend maken op de klant. Je kunt ook de klant passend maken op de horoscoop. In ons toneelstukje gebeurde dat ook: de klant kan na wat hijzelf verteld heeft (‘ik probeer dingen van de grond te krijgen’) nauwelijks ontkennen dat hij ‘zendingsdrang’ heeft, hoewel hij er eigenlijk niet zo zeker van is (‘soms wel ja’).

Belangrijk is ook het selectief geheugen. Mensen zijn geneigd om dingen makkelijker te onthouden naarmate ze beter aansluiten bij wat ze al weten of geloven. Als de klant al in astrologie gelooft (de meeste klanten van de astroloog behoren tot die groep), dan zal alles wat overeenstemt met een horoscoopduiding gemakkelijk worden onthouden. Eén enkele opvallende treffer kan zelfs een overweldigende indruk maken. Daarentegen zal veel van wat niet te rijmen lijkt met iemands geloof genegeerd of vergeten worden. In sommige gevallen, als het conflict niet te negeren lijkt, zal men een speciale verklaring bedenken (‘Ja maar in dit geval . . .’).

Met proeven is onderzocht waardoor mensen zich laten overtuigen. Zelfs kritische mensen hebben de neiging te zoeken naar feiten die hun vermoedens bevestigen, in plaats van naar mogelijke weerleggingen. Maar kritische mensen letten wel op de feiten: hoe meer bevestigingen voor een vermoeden ze vinden, hoe sterker ze overtuigd raken. Daarentegen schijnen de feiten voor gelovigen van minder belang: het aantal bevestigingen dat ze voor hun geloof vinden lijkt niet van invloed op de kracht van hun overtuiging, en ook maken dingen die niet kloppen nauwelijks indruk op gelovigen.

Dan zijn er nog projectie-effecten: betekenis zien die er niet is. Denk ook aan de inktvlekmethode (Rorschachtest; deze test is allang achterhaald). De astrologie is dan ook wel eens een kosmische inktvlekkentest genoemd. Wanneer iemand ‘achteraf’ een wonderlijke overeenstemming ziet tussen de vage bewoordingen van een horoscoopduiding en feitelijke gebeurtenissen, dan is dit ook een projectie-effect.

Een belangrijk effect is ook het Doctor Fox Effect. ‘Doctor Fox’ was een acteur die een voordracht verzorgde over speltheorie voor een gehoor van psychiaters, sociale werkers enzovoorts. Het gehoor vond het een duidelijke en inspirerende voordracht. Maar de acteur had een verhaal afgestoken dat weliswaar geleerd klonk en humoristisch gebracht werd, maar dat verder volslagen onzin was (bedacht door de onderzoekers, om het effect ervan na te gaan). De astrologie maakt zeker een geleerde indruk, met haar overvloed aan technische termen. Als het dan ook nog op een onderhoudende manier gebracht wordt (‘Jupiter is een vrolijke jongen’), wordt het gemakkelijk geaccepteerd.

Het Doctor Fox Effect is eigenlijk een kwestie van hoe je het brengt. In het bovenstaande toneelstukje komt de ‘verpakking’ op een andere manier ook tot uiting. De problemen van de klant worden geduid als ‘zendingsdrang’, ‘idealistisch’, ‘heilige huisjes omlopen’, ‘rebels’, en zo wordt er een positieve draai aan gegeven. Mogelijk is de klant wat onaangepast, en luisteren zijn collega’s niet naar hem omdat zijn voorstellen onpraktisch of ontactisch zijn. Maar in dit toneelstukje wordt zijn zelfvertrouwen wat opgekrikt, terwijl hij toch het advies krijgt het wat kalmer aan te doen.

Astrologie kan lijken te werken om dezelfde reden als veel alternatieve geneeswijzen dat doen, namelijk door het placebo-effect. Sommige klanten varen wel bij de illusie dat ze onder behandeling zijn, door het menselijke contact. Verder zijn klanten vaak geneigd iemand om raad te vragen als ze het bijzonder moeilijk hebben. Maar na regen komt zonneschijn en een spontane verbetering komt vaak voor. Een verbetering na een dieptepunt kan dan worden toegeschreven aan de astroloog. Dit is het regressie-effect. Ten slotte, het feit dat zo’n therapie of advies iets kost draagt er ook toe bij dat de klant in de effectiviteit gelooft, en er daardoor alleen al baat bij denkt te hebben. Dezelfde reserves als bij alternatieve geneeskunde gelden ook hier: je kunt en je mag niet op de werkzaamheid van deze effecten rekenen in het geval dat patiënt of cliënt iets ernstigs mankeert.

5 Wetenschappelijk onderzoek

Als laatste nog iets over het wetenschappelijk onderzoek. Er is 200 manjaren onderzoek verricht in de afgelopen 10 tot 20 jaar, veel mensen hebben zich daarbij bezig gehouden, vooral astrologen.

In de astrologie worden nogal wat stellingen in handboeken genoemd die bij nader onderzoek niet blijken te deugen. Een voorbeeld van zulke stellingen vormen de beweringen over zogeheten tijdtweelingen (‘astro-twins’). Dat zijn personen die op precies dezelfde tijd en plaats zijn geboren. Daaronder vallen natuurlijk de gewone (eeneiige en twee-eiige) tweelingen. De gelijkenis van de levensloop van gewone tweelingen kan treffend zijn, maar daar is ook een niet-astrologische oorzaak voor te bedenken. Niet alle biologische tweelingen hebben trouwens dezelfde levensloop. Vooral vroeger kwam het nogal eens voor dat de ene helft van een tweeling vroeg stierf en de andere niet. Het is een bekend feit dat eeneiige tweelingen over het algemeen meer op elkaar lijken dan twee-eiige. Dit is moeilijk verklaarbaar van astrologisch standpunt, want de geboortetijdstippen zijn in beide gevallen vrijwel gelijk.

Als het over tijdtweelingen gaat, dan bedoelt men echter personen die geen bloedverwanten zijn, maar niettemin dezelfde plaats en tijd van geboorte (ten naaste bij) delen. Over aanzienlijke personen (bijvoorbeeld koning George III van Engeland en Umberto II van Italië) zijn sterke verhalen van tijdtweelingen bekend. De tijdtweeling van koning George III was een smid die opzettelijk was gehuwd op dezelfde dag als zijn koning. Toen deze smid in 1820 ook op dezelfde dag overleed als de koning werd dit opmerkelijk genoeg gevonden om er een krantenbericht aan te wijden. Dit bericht is in de loop der tijden uitgedijd tot een verslag van een aaneenschakeling van wonderlijke overeenstemmingen in de levensloop. De naam van de smid werd bij dit proces nog veranderd van Richard Speer in Samuel Hemming.

Een Zwitsers astroloog, Krafft, heeft van tijdtweelingen een studie gemaakt en een aantal opmerkelijke gevallen verzameld van mensen met dezelfde datum van geboorte (maar niet dezelfde plaats). Veel van Kraffts gevallen betroffen mensen die op dezelfde dag geboren waren en op (ongeveer) dezelfde datum overleden. Als je voldoende zoekt in de archieven van de burgerlijke stand dan zal men op statistische gronden zulke gevallen vinden. Hoeveel paren Franse en Duitse jongemannen, geboren op dezelfde dag in 1893 zullen er niet zijn die in de Eerste Wereldoorlog het leven lieten? Krafft, die er twintig vond, vroeg zich niet af hoeveel hij er op grond van de wetten van de kansrekening had kunnen vinden.

Nietttemin, als iemands horoscoop bepalend is voor zijn of haar levenslot dan zouden tijd-tweelingen ook een leven moeten hebben dat op dezelfde manier verloopt. Dit kan men nagaan, ook zonder dat men weet hoe die horoscoop geduid moet worden.

De Weense Astrologische Vereniging bestudeerde twee jongens die ‘in dezelfde seconde’ geboren waren in naast elkaar staande bedden. Op hun twintigste jaar werd veel overeenkomst werd gevonden maar ook grote effecten die het gevolg waren van opvoeding en omstandigheden. Het commentaar van de Vereniging: ‘Soortgelijke proeven hebben de astrologie niet tegengesproken maar haar wel sterk ingeperkt.’

De astrologen Ebertin en Fidelsberger vonden twee meisjes die geen familie van elkaar waren, maar dezelfde horoscoop hadden, en ook even veel wogen en even lang waren bij de geboorte. Die meisjes waren zogeheten tijdtweelingen. Op 22-jarige leeftijd bleken ze verschillende karakters te hebben, en ook een verschillend leven gehad te hebben. De ene was aantrekkelijk, charmant en sympathiek, en was al jong getrouwd toen ze zwanger was. De andere was ernstig, ambitieus, ongehuwd en kinderloos. Deze twee voorbeelden zijn ontleend aan Dean en Mathers Recent Advances in Natal Astrology.

Mijn ervaring is dat astrologen hier eenvoudigweg niets van wilden horen. Als ik deze zaken op bijeenkomsten van astrologen naar voren bracht, kwamen er slechts geprikkelde reacties, en niet de geringste indicatie van twijfel. In mijn eigen familie en kennissenkring komen drie gewone tweelingen voor, die ook verschillende karakters hebben en verschillende levenslopen. Toen ik op grond daarvan bezwaar maakte tegen blinde duidingen bij astrologische examens, werd ik zelfs fors berispt.

De al eerder genoemde Geoffrey Dean (gepromoveerd chemicus, en van beroep thans trouwens technisch schrijver) heeft een aantal onderzoeken gedaan in de jaren ’70 en ’80, en het werk is nog niet afgelopen. Eén onderzoek ging na of de klanten het verschil kunnen zien tussen een correcte en een foute horoscoop. Een tweede onderzoek ging na of astrologen hetzelfde vinden als psychologen en andere astrologen.

Wat betreft het eerste onderzoek, de ervaringen van Gauquelin met de zogenaamde Petiothoroscoop geven al te denken, maar Dean gebruikte niet de een of andere dubieuze commerciële computerhoroscoop, hij pakte het anders aan. Hij zocht 22 proefpersonen bij elkaar. Van elf maakte hij een horoscoopduiding volgens de regels van de kunst. Van de overige 11 keerde hij de horoscoop om. Dat wil zeggen, hij verschoof de posities van de planeten zodanig dat er juist de tegenovergestelde uitspraken uitkwamen. Bijvoorbeeld als Mars op 90 graden van de zon staat, dan betekent dat ‘onstuimig’. Hij zette dan Saturnus op 120 graden van de zon, want dat wil juist ‘voorzichtig’ zeggen. Je moet dan weer naar de oorspronkelijke betekenis van de Saturnuspositie kijken, dan weer een andere planeet verschuiven om daar weer het tegenovergestelde van te maken, enzovoorts, totdat je bij de laatste stap Mars ook een andere positie geeft. Als er dan nog planeten over zijn, herhaal je dit recept. In de meeste gevallen lukt iets dergelijks heel behoorlijk. Wat bleek? De proefpersonen stemden in met ruim 95% van de uitspraken van de horoscoopduidingen, zowel van de van de goede horoscopen als van de anti-horoscopen. Dergelijke onderzoeken zijn door een tiental anderen ook gedaan, in diverse opzetten. Telkens vond men hetzelfde: proefpersonen kunnen de duiding van hun eigen horoscoop niet herkennen. Hetzelfde is overigens ook gevonden bij een aantal andere waarzeggerstechnieken, zoals handlijnkunde, Tarot, numerologie en I-Ching.

Het tweede onderzoek van Dean ging na hoe de horoscoopduiding overeenstemt met de uitslag van een psychologische test, en of de verschillende astrologen tot dezelfde conclusies komen. Uit een groep van 1189 mensen die een bekende persoonlijkheidstest (de Eysenck Personality Inventory) hadden gedaan, koos Dean er 240, namelijk de 60 meest extraverte, de 60 meest introverte, de 60 stabielste en de 60 onstabielste. Dit zijn de belangrijkste persoonlijkheidsdimensies, dat wil zeggen clusters van onderling correlerende karaktertrekken. Volgens Eysenck zijn ze ook het meest onveranderlijk. Extraverte mensen houden van gezelschap, treden graag op de voorgrond, houden van opwinding, zijn impulsief en zorgeloos. Daarentegen zijn uitgesproken introverte types ernstig en teruggetrokken, houden niet van grote gezelschappen en niet van opwinding. Met stabiel wordt in dit verband bedoeld: kalm, met een gelijkmatig humeur, niet gauw van streek, stressbestendig, terwijl de instabiele persoonlijkheid de neiging heeft emotioneel te reageren en gauw bezorgd te zijn; dit type is humeurig en niet stressbestendig.

Van alle 240 mensen was het geboortetijdstip precies bekend, zodat een horoscoop voor ze kon worden opgesteld. Aan 45 astrologen over de gehele wereld, zowel erkende experts als beginnelingen, vroeg Dean de 120 meest stabiele en meest onstabiele mensen ook in te delen in stabiel en onstabiel, idem met extravert en introvert. De astrologen moesten bovendien aangeven hoe betrouwbaar ze hun oordeel zelf vonden. Vrijwel alle astrologen vonden dit een goede manier van testen. Een tweede groep astrologen werd gevraagd ook een indeling te maken, maar dan zonder de horoscopen of andere gegevens te zien. Het onderzoek nam alles bij elkaar drie tot vier jaar in beslag.

Het percentage treffers bij de extraverten en introverten was 50,2%. Bij stabiel versus instabiel bleek 50,7% van de uitslagen te kloppen. Soortgelijke getallen (50,7% en 51,3%) kwamen voor de dag bij degenen die er naar moesten raden. Volgens de wetten van de kansrekening zul je als je ernaar raadt door kruis of munt te gooien meestal tussen de 48,5% en 51,5% treffers krijgen (bij deze aantallen); slechts af en toe zal het aantal treffers minder dan 47% of meer dan 53% zijn. Met andere woorden, dit zijn getallen die je op grond van het toeval precies kon verwachten. Astrologie is dus niet in staat deze mensentypes te onderscheiden. Bovendien bleek er geen verschil tussen ervaren en beginnende astrologen, en ook maakte het niets uit of de astroloog zijn of haar eigen beoordeling betrouwbaar achtte of niet.

Tussen astrologen onderling was er ook nauwelijks overeenstemming. Statistici geven de overeenstemming in zo’n geval weer door middel van de zogeheten correlatiecoëfficiënt. Dat is een wat technische aangelegenheid. Een correlatiecoëfficiënt van 1 tussen twee astrologen zou hebben betekend dat ze in alle 240 gevallen precies hetzelfde zeiden. Als een grote groep leerlingen tweemaal over hetzelfde onderwerp een proefwerk maakt, dan is de correlatie tussen het eerste en het tweede proefwerkcijfer meestal zo’n 0,7. Als die coëfficiënt minder is dan 0,25, dan is er wel enig verband, maar het is praktisch onbruikbaar, zelfs als je door middel van tests groepen van elkaar wilt onderscheiden. En beneden de 0,10 kun je alleen nog maar spreken van rommel.

Bij de astrologen was de onderlinge correlatie gemiddeld 0,10. Dean legt uit dat dit betekent dat als je 60 astrologen zo’n beoordeling van een horoscoop laat uitbrengen, ruwweg 33 het ene zullen zeggen, en 27 het andere. Wat betreft vertrouwen in de beoordeling was het nog meer volgens kans verdeeld: 31 zullen het eens zijn over de betrouwbaarheid, en 29 oneens. Wel is het zo dat wie dezelfde techniek gebruikt er vaker hetzelfde uitkrijgt, speciaal als men nog wat onervaren is.

Dean vermeldt nog zes andere studies waarin tezamen 110 astrologen in totaal bijna 1900 beoordelingen uitvoerden en die allemaal hetzelfde beeld te zien gaven: een correlatie van ongeveer 0,10. Het hoogste scoorden nog twee astrologen die dezelfde opleiding hadden genoten en dezelfde methode gebruikten. Die haalden 0,23 (nog niet veel bijzonders). Let wel, dit gaat allemaal over overeenstemming tussen astrologen onderling. De overeenstemming tussen astrologische uitspraken en de werkelijkheid geeft een nog droeviger beeld te zien.

Al met al, een duiding van een horoscoop hangt eigenlijk alleen maar een beetje af van het recept dat de astroloog gebruikt, niet van diens ervaring en niet van de klant. Toch stemt de klant in met vrijwel alles wat zo’n duiding beweert.

Tot 1984 leefde ik in de illusie dat astrologie nog wel eens bewezen zou worden door de wetenschap. Ik heb altijd gezocht naar een wetenschappelijke basis, omdat ik mijzelf en mijn klanten geen leugen wilde voorzetten. Maar toen ik met de voorgaande resultaten van wetenschappelijk onderzoek werd geconfronteerd kon ik geen astrologie meer bedrijven. De wetenschappelijke basis blijkt immers vrijwel volledig te ontbreken. Met uitzondering misschien van het werk van Michel Gauquelin, berust het allemaal op toeval. Dat je astrologie wel kunt gebruiken als een van de vele (in de VS alleen al ongeveer 250) therapeutische technieken is dan wel meegenomen. Maar in dat geval zou je het geen astrologie meer moeten noemen, maar bijvoorbeeld (op voorstel van Dean) Kosmische Associatie Techniek.

Ik wil besluiten met de mededeling dat al het voorgaande niet kan wegnemen dat er inderdaad astrologen zijn die wél wonderlijke dingen met de horoscoop kunnen doen, die dus wel in staat zijn veel accurate gegevens uit een horoscoop te halen. Het probleem is alleen dat ze dat soms ook kunnen aan de hand van verkeerde horoscopen. Dit is een raadsel waar we voorlopig geen oplossing voor hebben.

Literatuur

Culver, R.B., and P.A. Ianna, 1988, Astrology: true or false? A Scientific Evaluation. Prometheus, Buffalo, 1988. Bijgewerkte versie van The Gemini Syndrome, Star Wars of the Oldest Kind, uitgegeven door Pachart Publishing House, 1979.

Cunningham, D., 1978, An Astrological Guide to Self-Awarenessx , CRCS Pubns NV, Sebastopol, California, vertaald als: Astrologie en zelfbewustzijn: een strijdbare benadering van de horoscoop, Schors, Amsterdam, 1982.

Gauquelin, M., 1979, Dreams and illusions of astrology, Prometheus, Buffalo.

Ram, Th.J.J. 1935, Astrologische psychologie: Systematische verklaring van den geboorten-horoskoop, Becht, Amsterdam, fotomechanische herdruk Couvreur, Den Haag, 1976.

Uit: Skeptische notitie nr. 5 Geloven in het paranormale (1990)

Rudolf Smit was in het verleden astroloog en oprichter van een beroepsorganisatie voor astrologen. Hij was ook auteur van het boek De planeten spreken (1975). Tegenwoordig beheert hij een website over Astrology and Science.