Geen kanker maar verkalking

door Mels Sluyser

Hoeveel de medische wetenschap inmiddels ook te weten is gekomen over kanker, het alternatieve beeld dat deze ziekte ‘iets van het hele lichaam’ is, blijft populair – en blijft slachtoffers maken.

De afgelopen jaren is een spectaculaire vooruitgang geboekt in het kankeronderzoek. Wij weten nu veel meer over moleculaire processen in cellen, en waarom het fout gaat bij kankercellen. Door gebruikmaking van nieuwe DNA-technieken is duidelijk geworden welke genen daarbij een rol spelen. Een van de verschijnselen waar momenteel veel research naar wordt gedaan is dat van de ‘apoptose’, oftewel geprogrammeerde celdood. Het woord apoptose is afgeleid van het Griekse woord voor het vallen van bladeren van een boom in de herfst, maar in het moderne onderzoek wordt de term gebruikt ter aanduiding dat cellen volgens een vastgesteld programma afsterven.

Iedere minuut gaan er miljoenen cellen in ons lichaam dood en worden vervangen door nieuwe. Dit is nodig voor de groei en ontwikkeling, en ook om het lichaam te beschermen tegen ziekten zoals kanker. Wanneer het DNA van een cel, door welke oorzaak dan ook, beschadigd raakt, dreigt de kans dat hierdoor processen in de cel ontregeld raken en deze tot kankercel ontaardt. Om zich hiertegen te beschermen bezit elke cel een mechaniek, waarmee zij zelfmoord kan plegen. Men kan dit vergelijken met iemand die een cyanidepil achter de kiezen draagt die hij kan doorbijten, mocht hij in handen van de vijand vallen.

Cellen hebben daarvoor enzymen die zo nodig geactiveerd kunnen worden. Ze worden door deze enzymen van binnenuit gesloopt, waarna de restanten worden opgeruimd.

Wanneer de apoptose niet goed werkt, dreigt dus het gevaar van kanker. Dit is bijvoorbeeld ook de reden waarom tumoren vaker voorkomen in de dikke dan in de dunne darm. In de dunne darm werkt de apoptose zeer efficiënt. Als daar een beschadiging optreedt, bijvoorbeeld door voedselbestanddelen, sterven de cellen af en worden vervangen door nieuwe. In de dikke darm gebeurt dat minder doeltreffend, dus daar is de kans groter dat er een tumor ontstaat.

Apoptose speelt niet alleen een rol bij het ontstaan, maar ook bij de behandeling van kanker. Door de radiotherapie of chemotherapie raakt het DNA van de kankercellen beschadigd en dit geeft hen het signaal om zelfmoord te plegen. Is de tumor daarentegen zover ontaard dat hij het vermogen tot apoptose heeft verloren, dan is hij ongevoelig voor behandeling.

Lokaal proces

Kanker ontstaat dus wanneer het DNA van een cel beschadigd raakt en deze geen apoptose kan plegen. De kankercel gaat zich vermenigvuldigen en er ontstaat plaatselijk een gezwel. Na verloop van tijd verspreiden cellen daarvan zich naar andere delen van het lichaam, waar zij opnieuw gaan woekeren. Een eenvoudig beeld, dat aangeeft dat als de primaire woekering wordt weggehaald voordat zij is uitgezaaid, er verder niets aan de hand hoeft te zijn. De ziekte wordt eigenlijk pas gevaarlijk als er infiltratie is in het omliggend weefsel en vooral als er uitzaaiing plaatsvindt naar andere delen van het lichaam.

Terwijl kanker dus beschouwd kan worden als een in eerste instantie lokaal gebeuren, gaan alternatieve genezers er van uit dat kanker een systemische ziekte is, iets ‘van het hele lichaam’. Vandaar dat in hun ogen het verwijderen van de tumor zonder meer niet veel zin heeft: hij kan immers daarna toch elders weer opduiken omdat het lichaam als geheel ziek is. Chemotherapie en radiotherapie zijn in hun ogen helemaal uit den boze, want die vergiftigen en beschadigen het lichaam waardoor de patiënt niet meer kan genezen.

Volgens de alternatieve zienswijze zou het menselijke lichaam een natuurlijke afweer bezitten tegen kanker, maar wordt deze ondermijnd door radiotherapie, chemotherapie en het eten van het verkeerde voedsel. In werkelijkheid staat het immuunsysteem van de mens – ook als deze gezond is – vrijwel machteloos tegenover kanker. Dat komt omdat kankercellen in immunologische zin zo weinig van normale cellen verschillen, dat het immuunsysteem ze niet als ‘vreemd’ herkent.

Welke invloed dit alternatieve beeld kan hebben op patiënten, wordt geïllustreerd door wat er gebeurde met een goede vriendin van ons, Paula genaamd. Paula was haar hele leven kerngezond geweest. Er mankeerde haar nooit wat. Maar toen ze onlangs 50 jaar werd, kreeg zij in het kader van het bevolkingsonderzoek naar kanker een oproep een mammogram van haar borsten te laten nemen. En helaas, in haar linkerborst, vlak bij de tepel, bleek een kwaadaardige afwijking te zitten. Volgens de arts ging het om een ductaal carcinoom ‘in situ’. Dat laatste houdt in dat het gezwel nog alleen op die plaats zit en niet is geïnfiltreerd in het omliggend weefsel of uitgezaaid naar andere delen van het lichaam.

Geen vuiltje aan de lucht dus, zou je zeggen. De borst zou er natuurlijk af moeten, maar daarna zou ze weer kerngezond zijn.

Maar wat gebeurde? Paula stortte geestelijk ineen. Het beeld dat zij van zichzelf had – een gezonde vrouw – viel aan duigen. Zij, die altijd kruiden, sappen en ander gezondheidsvoedsel in reformwinkels kocht, had desondanks een levensbedreigende ziekte opgelopen. Dat kon ze niet verdragen, en dus ontstond bij Paula de ‘reddende gedachte’ dat ze eigenlijk helemaal geen kanker had. Wat daar in haar borst zat was alleen maar een soort verkalking!

De alternatieve genezer in het naburige dorp die ze raadpleegde, steunde haar in deze opvatting. Hij zei dat het aan haar was om te kiezen of ze de borst wel of niet zou laten weghalen. Als zij besloot zich niet te laten opereren, zou zij haar lijf gezond kunnen houden met het dieet en de natuurpillen die hij voorschreef. Dan zou de afwijking in de borst vanzelf verdwijnen.

Wat doe je in zo’n geval? We hebben Paula ervan trachten te overtuigen dat ze toch beter zich chirurgisch kon laten behandelen. Paula heeft hier echter geen gehoor aan gegeven. Ze heeft nu ook met ons gebroken. Kort geleden kregen we een kil briefje van haar dat ze ons niet meer wilde zien omdat wij haar ‘niet positief benaderden, en haar probeerden een ziekte op te dringen die ze niet had’.

Terwijl dus enerzijds de medische wetenschap steeds meer inzicht krijgt in het wezen van kanker, blijkt anderzijds dat steeds meer mensen zich liever toevertrouwen aan de niet-reguliere behandelaars. Dit is zeker niet te wijten aan een gebrek aan voorlichting. Kankerpatiënten kunnen zich heus wel door middel van boeken, brochures en dergelijke op de hoogte stellen van de ware gang van zaken. Voldoen alternatieve genezers dan misschien aan essentiële behoeften die de officiële wetenschap niet kan invullen? Waarom appelleert het beeld dat bij kanker het hele lichaam ziek is méér dan dat kanker een in eerste instantie lokaal proces is? Rondom het verschijnsel kanker (‘K’) zweeft blijkbaar een mystiek die er honderd jaar geleden ook ten aanzien van tuberculose (‘tb’) was. Misschien moeten we dus wachten totdat kanker volledig te genezen is. Pas dan zal ook de lariekoek rondom deze ziekte verdwijnen, en zullen de alternatieve genezers moeten zoeken naar een andere kwaal waar ze brood aan kunnen verdienen.

Uit: Skepter 11.1 (1998)

Leestip: Kanker, de keizer van alle ziekten, Skepsis blog2011

Mels Sluyser was verbonden aan het Nederlands Kanker Instituut en hoofdredacteur van Anti-Cancer Drugs en Apoptosis. Daarnaast schreef hij populair-wetenschappelijke werken en artikelen.