wet BIG 1996

- ‹ vorige
- 1048 van de 1068
- volgende ›
Alleen voor NL
http://www.bigregister.nl/en/doc/pdf/Onder%20voorbehoud_21025.pdf
April 2013. Onderstaande heldere tekst komt in bovenstaande website niet meer voor.
-
Het uitgangspunt van de Wet BIG is dat in principe iedereen handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg mag uitvoeren.
-
Een aantal geneeskundige handelingen is niet vrijgegeven. Voor deze voorbehouden handelingen wordt een bevoegdheidsregeling van kracht, om te voorkomen dat door ondeskundig handelen onaanvaardbare risico's voor de patiënt ontstaan. De wet heeft een onderscheid gemaakt tussen beroepsbeoefenaren die zelfstandig bevoegd zijn en beroepsbeoefenaren die niet zelfstandig bevoegd zijn om voorbehouden handelingen uit te voeren. Beroepsbeoefenaren die niet zelfstandig bevoegd zijn, kunnen onder bepaalde, in de wet genoemde voorwaarden bevoegd voorbehouden handelingen uitvoeren.
Voor een neutraal historisch overzicht:
http://assortiment.bsl.nl/files/2622543a-b940-48a0-832e-c61ea51939f5/
Men leze zeker de "Uitgangspunten op een rij" p.32
Zie ook een scriptie van Elske Gofers over het (on)voldoende beschermen tegen kwakzalverij:
Iedereen kan nu naar hartelust doktertje spelen met één van de vele Rare Apparaten die geen van alle iets doen, maar waar toch van wordt beweerd dat het automatisch een diagnose stelt en daarna zelfs wel tot corrigerend behandelen overgaat.
Ook artsen zijn er legio te vinden die dat soort apparaten inzetten.
Nergens biedt de overheid informatie aan die de leek in staat zou kunnen stellen een verantwoorde beslissing te nemen, iets dat van overheidswege juist wordt aangeraden:
2010
http://skepp.be/nl/apparatuur/cytotron
2013
http://www.kwakzalverij.nl/1553/Verzoek_aan_IGZ_Sluit_healingcentrum_in_...
2011
https://www.kwakzalverij.nl/nieuws/om-in-cassatie-in-zaak-jomanda/
2013
http://nos.nl/artikel/483752-jomanda-definitief-vrijgesproken.html
2002
https://www.kwakzalverij.nl/nieuws/evaluatieonderzoek-wet-big-in-volle-gang/
Naast de voor alleen de reguliere behandelaar geldende wet-BIG bestaat er gelukkig ook de Wet op de Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst (WGBO) die ook voor irreguliere behandelaars van toepassing is.
En de vanaf 2016 geldende wet Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen gezondheidszorg).
Onderstaand een weergave van een werkelijk plaats gevonden rechtspraak waaruit kan worden afgelezen hoe een rechter daarmee omgaat:
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:5228
De rechtbank overweegt op grond van het voorgaande het navolgende.
3.6.1. De zorgplicht voor hulpverleners zoals verwoord in het BW en de wet BIG
Verdachte heeft tot [slachtoffer] gestaan in de verhouding van alternatief genezer (electroacupuncturist en natuurgeneeskundige) / hulpverlener tot patiënt. Dit betekent dat voor de beoordeling van de aan verdachte verweten gedragingen - indien en voor zover deze komen vast te staan - dat de strafrechtelijke normering en duiding daarvan mede wordt ingevuld door hetgeen buiten het Wetboek van Strafrecht is geregeld. In dit kader zijn de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) opgenomen in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van belang.
De Wet BIG geeft een ieder de vrijheid om ten behoeve van de bestrijding van zijn of haar medische klachten raad en bijstand te zoeken bij degene van wie hij of zij adequate gezondheidszorg verwacht, ongeacht of die zorg gestoeld is op de reguliere medische wetenschap, dan wel op alternatieve methoden van tot genezing, verlichting of begeleiding strekkend handelen. Binnen de door de wet getrokken grenzen mag aan de hulpzoekende voor zover verantwoord door een ieder alternatieve zorg worden geboden ter bestrijding van de kwaal waarvoor een hulpvraag is geformuleerd.
Omdat verdachte geen arts is en derhalve niet als zodanig in het BIG-register is geregistreerd, valt het handelen van verdachte niet onder het bereik van artikel 3 juncto artikel 40 van de Wet BIG, inhoudende dat de arts zijn / haar beroepsuitoefening zo dient te organiseren dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde zorg. Evenmin is verdachte onderworpen aan het medisch tuchtrecht ex artikel 47 Wet BIG.
Wel is artikel 96 van de Wet BIG op verdachte van toepassing, op basis waarvan een hulpverlener strafwaardig handelt indien hij of zij bij het verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg buiten noodzaak schade of een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van een ander veroorzaakt. Indien de hulpverlener wist of ernstige reden had om te vermoeden dat hij of zij schade zou veroorzaken, begaat de hulpverlener ingevolge het tweede lid van deze bepaling een misdrijf.
Voorts is de Wgbo op verdachte van toepassing. Deze regeling heeft immers betrekking op een ieder die geneeskundige handelingen verricht in de uitoefening een geneeskundig beroep of bedrijf, ongeacht of de persoon in een register is ingeschreven. De bepalingen van deze regeling zien op handelingen op het gebied van de geneeskunst, rechtstreeks betrekking hebbend op de patiënt en stellen - kort gezegd - minimum eisen aan de inhoud die door de hulpverlener en de patient aan de behandelingsrelatie wordt gegeven. Handelingen op het gebied van de geneeskunst zijn onder meer: verrichtingen, het onderzoeken en geven van raad daaronder begrepen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen.
Verdachte heeft [slachtoffer] behandeld voor articaïnebeschadiging. Onderdeel van de door verdachte gegeven therapie betrof het ontgiften en repareren van het lichaam van [slachtoffer] door middel van homeopathische middelen op waterbasis, onder meer in de vorm van korreltjes en druppels. De rechtbank stelt vast dat verdachte, gelet op het voorgaande, geneeskundige handelingen heeft verricht ten opzichte van [slachtoffer] en daarbij handelde in de uitoefening van haar beroep. Tussen hen bestond derhalve een geneeskundige behandelingsovereenkomst. De verdediging heeft dat ook niet betwist. De vraag is welke zorgplicht een dergelijke behandelingsrelatie in het leven roept.
In artikel 7:453 BW is bepaald dat de hulpverlener de zorg van een goed hulpverlener in acht moet nemen en moet handelen volgens de professionele standaard. De professionele standaard omvat de medisch-professionele standaard - betreffende het medisch handelen volgens de inzichten van de medische wetenschap en ervaring - en andere aspecten zoals het voldoen aan de rechten van de patiënt en aan andere maatschappelijke normen en wettelijke regelingen. Voorts is artikel 7:448 BW van belang waarin staat dat de patiënt recht heeft op door de hulpverlener te verstrekken informatie; het beginsel van de geïnformeerde toestemming (ook wel 'informed consent' genoemd). De hulpverlener is verplicht de patiënt duidelijk te informeren over het ziektebeeld, de mogelijkheden voor en de risico's van de behandeling als ook de mogelijke andere behandelingen. Op grond van deze wettelijke regeling kan een geneeskundige behandeling slechts plaatsvinden na toestemming van de patiënt.
Naast de wettelijke regelingen wordt ook middels richtlijnen door de eigen beroepsgroep invulling gegeven aan de 'zorgplicht' die op een hulpverlener rust. De hulpverlener moet bij zijn werkzaamheden immers de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en dient daarbij, zoals hiervoor reeds overwogen, in overeenstemming te handelen met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard. Voor verdachte geldt dat de richtlijnen als verwoord in de Beroepscode voor de Natuurgeneeskundig Therapeut van toepassing zijn. Deze richtlijnen geven invulling aan de binnen de beroepsgroep geldende professionele standaard, ongeacht of de desbetreffende hulpverlener lid is van de beroepsgroep, de Vereniging van Natuurgeneeskundig Therapeuten.
Uit deze richtlijnen volgt dat sprake is van goed hulpverlenerschap (voor zover in deze van belang) als de therapeut zich onthoudt van handelingen die gelegen zijn buiten het terrein van zijn eigen kennen en kunnen. Daarnaast mogen therapeuten - behoudens bijzondere omstandigheden - niet overgaan tot behandeling wanneer de lichamelijke toestand van de patiënt zodanig is dat gesproken kan worden van acute bedreiging van het leven, waarbij de therapeut weet of kan weten dat regulier medische of specialistische hulp noodzakelijk moet worden geacht, of als de therapeut kan weten dat door zijn behandeling een andere geneeskundige behandeling wordt afgebroken of achterwege blijft, waardoor het leven of de gezondheid van de patiënt in gevaar zou kunnen komen. Voorts dient een therapeut niet tot behandeling over te gaan indien hij er niet in slaagt een helder inzicht te krijgen betreffende de gezondheidstoestand van de patiënt.
Concluderend, gezien de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen verdachte en [slachtoffer], heeft de op verdachte rustende zorgplicht aldus (mede) bestaan uit voornoemde informatieplicht en uit de verplichting de zorg van een goed hulpverlener te betrachten door te handelen met inachtneming van voornoemde de professionele standaard.
BIG-geregistreerden die zich niet aan de spelregels hebben gehouden worden vermeld:
http://www.bigregister.nl/zoek-zorgverlener/zoeken-maatregelen-big
Voor niet BIG-geregistreerden zijn die spelregels nauwelijks relevant.