Een neurochirurg in de hemel

door Rob Nanninga

De Amerikaanse neurochirurg Eben Alexander lag zes dagen in coma. Het was volgens hem uitgesloten dat hij gedurende deze periode nog iets kon hebben ervaren. Toch keerde hij terug met herinneringen aan dagenlange hemelse belevenissen. Inmiddels reist hij als een profeet de wereld rond om iedereen in kennis te stellen van de spirituele inzichten die hij verkreeg.

De Nederlandse vertaling van het boek van Alexander verscheen in maart 2013 onder de titel Na dit leven, met een voorwoord van Pim van Lommel. De Amerikaanse editie, met de pretentieuze titel Proof of Heaven, stond op dat moment al 18 weken in de top van de New York Times-bestsellerlijst. Niettemin moet Alexander het wat betreft de verkoopcijfers waarschijnlijk afleggen tegen Heaven is for Real (2010), een bestseller over het vierjarige zoontje van een evangelische pastor, dat tijdens een operatie naar de hemel reisde. Daar ontmoette hij onder meer Jezus, Johannes de Doper en Samson. Het boek stond zeventien maanden in de top tien, waaronder dertig weken op de eerste plaats.

Aan het verhaal van Eben Alexander (geb. 1953) mag meer waarde worden gehecht dan aan het gebabbel van een religieuze kleuter. Hoewel dokter Alexander niet is gepromoveerd en geen hoogleraar was, zoals in de vertaling van zijn boek wordt beweerd, was hij wel een gerenommeerde neurochirurg. Hij was onder meer zeven jaar als associate professor verbonden aan de Harvard Medical School en werkte in verscheidene academische ziekenhuizen. In de jaren 1990 werkte hij mee aan ruim honderd medische artikelen in vakbladen en boeken. Men mag verwachten dat hij weet waarover hij het heeft wanneer hij stelt dat zijn neocortex niet meer functioneerde vanwege een zeer ernstige bacteriële hersenvliesontsteking.

De hersenen van Alexander werden belaagd door E. colibacteriën, die zijn hersenvocht in pus veranderden. Hij merkte voor het eerst dat hij ziek was toen hij op maandagochtend 10 november 2008 om half vijf ’s ochtends ontwaakte met hevige pijn in zijn rug en hoofd. Om halfacht sprak hij nog even met zijn jongste zoon, maar toen zijn vrouw ruim twee uur later kwam kijken hoe het ermee ging, was hij niet meer bij bewustzijn en had hij een zware epileptische aanval. Hij werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Daar riep hij nog een keer ‘God, help me!’, maar daarna hoorde men zes dagen niets meer van hem.

Spontane E. colihersenvliesontsteking komt bij volwassenen maar hoogst zelden voor. Jaarlijks ontdekt men niet meer dan één geval per tien miljoen Amerikanen. Er werden drie antibiotica gebruikt om de infectie onder controle te krijgen, maar dat leek aanvankelijk niet te lukken. Twee dagen nadat hij in het ziekenhuis was opgenomen, bleek dat zijn hersenvocht nog buitengewoon veel witte bloedcellen bevatte (4300 per mm3 in plaats van 5) en dat het glucoseniveau schrikbarend was gedaald (naar 1 mg/dl in plaats van 60 of meer).

Alexander vermeldt dat hij 8 punten scoorde op de Glasgow-comaschaal en hij wekt de indruk dat deze score later nog iets zakte. Een normale (maximale) score bedraagt 15, terwijl een score van 3 tot 8 punten betekent dat de patiënt in coma is. CT-scans lieten zien dat zijn hersenvlies was opgezwollen en dat het probleem zich niet beperkte tot een klein deel van de hersenschors. Volgens Alexander was zijn ‘hele cortex buiten bedrijf’. Je mag verwachten dat er ook EEG-gegevens beschikbaar zijn. Die zouden zijn stelling kunnen ondersteunen, maar hij meldt daar niets over en biedt ook geen inzage in alle medische gegevens.

Het grootste probleem is dat we niet kunnen vaststellen wanneer zijn bijzondere ervaringen zich voordeden. Alexander is ervan overtuigd dat hij dagenlang over een helder bewustzijn beschikte terwijl zijn hersenen diep in coma waren. Het is echter niet uitgesloten dat zijn ervaringen pas optraden toen hij geleidelijk uit coma ontwaakte.

Hallucinaties

Volgens de behandelend arts was er na zes dagen nog maar drie procent kans dat Alexander het zou overleven. De arts vertelde op zondagmorgen 16 november dat het aantal witte bloedlichaampjes in het hersenvocht weliswaar was gedaald en dat men de verdoving sterk had verminderd, maar dat het er niet gunstig uitzag omdat de patiënt nog steeds niet bij kennis was gekomen. Als zijn toestand die dag niet verbeterde, dan leek het verstandig om het proces niet langer te rekken en de behandeling met antibiotica stop te zetten. Alexander zou anders alleen nog maar kunnen vegeteren, want zijn hersenen waren dan waarschijnlijk al onherstelbaar beschadigd.

Kort na deze onheilspellende boodschap opende Eben tot ieders verrassing plotseling zijn ogen. ‘Maak je geen zorgen… alles is goed’, zei hij, nadat men de beademingsbuis uit zijn keel had gehaald. In twee eerdere interviews vertelde hij overigens dat het nog wel een paar uur (of minstens een dag) duurde voordat hij kon communiceren. Zijn hersenen functioneerden niet meteen als vanouds. Aanvankelijk kon hij zich niets van zijn normale leven herinneren en wist hij niet waar hij was. Hij kende ook de namen van zijn familieleden niet meer en sprak moeizaam en verward. De eerste dagen had hij complexe hallucinaties en gedetailleerde dromen. Hij was er onder meer van overtuigd dat hij als skydiver uit vliegtuigen sprong, zoals hij in zijn studentenjaren vaak had gedaan. Hij had ook last van paranoïde wanen, zag geheime internetberichten van Russische spionnen en geloofde dat zijn vrouw Holley hem om zeep wou brengen: ‘Ik werd achtervolgd door Holley, twee politieagenten uit South Florida en een paar Aziatische ninjafotografen, die aan katrollen hingen.’

Gelukkig ging het geleidelijk beter en kon hij zich zijn hele levensgeschiedenis weer herinneren. Ook zijn medische kennis kwam na enkele weken terug. Hij besefte nu dat de ervaringen die hij kreeg nadat hij wakker was geworden, konden worden toegeschreven aan een tijdelijke psychose. Maar hij wist ook dat hij voor die tijd, toen hij nog niet bij kennis was, heldere ervaringen had, die van een heel andere orde waren. Hij herinnerde zich hoe hij rondreisde in een prachtige wereld die vervuld was van onvoorwaardelijke liefde, al is het niet duidelijk wanneer hij daar voor het eerst over sprak.

Op 25 november mocht Alexander weer naar huis. Zijn slaapritme was nog wat verstoord, want meestal was hij om half drie ’s nachts al wakker. Hij ging dan naar zijn studeerkamer om alles op te schrijven wat hij zich kon herinneren van zijn verblijf in de andere wereld. Zijn oudste zoon Eben, die voor neurochirurg studeerde, adviseerde hem om nog niets over bijna-doodervaringen (BDE’s) te lezen voordat hij zijn eigen verhaal had opgeschreven. Daar hield hij zich aan. Zo probeerde hij te voorkomen dat zijn herinneringen werden beïnvloed door de verhalen van lotgenoten. Pas nadat alles op papier stond, stortte hij zich op de BDE-literatuur en op onorthodoxe ideeën over het menselijk bewustzijn.

Literaire agent

Helaas heeft Eben Alexander zijn oorspronkelijke BDE-verslag niet openbaar gemaakt. Hij vertelt wel regelmatig dat hij het wetenschappelijk aanpakte door zijn ervaringen zo snel mogelijk vast te leggen. Naar eigen zeggen zette hij in zes weken tijd 20.000 woorden op papier. Dat is verbazend veel. Maar zolang we niet kunnen nalezen wat hij destijds allemaal opschreef, weten we niet in hoeverre zijn verhaal daarna nog is veranderd. De korte versie die in zijn boek staat, bevat maar weinig details en veel interpretaties, die mogelijk pas veel later werden toegevoegd. Ook wanneer hij mondeling over zijn ervaringen spreekt, vertelt hij louter na wat we al in zijn boek kunnen lezen.

Het is niet alleen onduidelijk wanneer zijn BDE-verslag vaste vorm kreeg en wanneer hij er voor het eerst over sprak; we weten ook niet in hoeverre hij alles zelf onder woorden heeft gebracht. In het dankwoord achterin zijn boek worden ruim 150 personen genoemd (inclusief God), waaronder enkelen die hem hielpen om zijn verhaal te vertellen. Zo bedankt hij een zekere Ptolemy Tompkins ‘voor zijn fantastische redactionele en schrijfvaardigheden, die hij gebruikte om mijn ervaring in dit boek te verweven’. Tompkins publiceerde zelf twee recente boeken over het leven na de dood, waaronder een boek waarin hij tot de conclusie komt dat dieren evenals mensen een ziel hebben die blijft voortbestaan. Naar verluidt werkte Tompkins als ghostwriter mee aan Alexanders boek. Auteurs die alleen wetenschappelijke publicaties op hun naam hebben staan, hebben gewoonlijk veel hulp nodig om de eerste plaats van de bestsellerlijst te kunnen bereiken.

Eben Alexander bedankt ook zijn ‘door God gezonden literaire agent, Gail Ross en haar geweldige partner Howard Yoon’. Een literaire agent kan ervoor zorgen dat een auteur een goeie deal kan sluiten met een uitgeverij en dat het boek optimaal wordt gepromoot. Het komt in de VS niet zo vaak meer voor dat grote uitgeverijen zelf een nieuwe auteur ontdekken. Gewoonlijk maken ze een keuze uit het aanbod van literaire agentschappen. Kort voordat het boek verscheen, stond er al een hoofdartikel in Newsweek, waarin Alexander zijn ervaringen beschreef. In februari 2013 werd bekend dat het boek ook verfilmd zal worden. Universal Pictures verwierf de rechten na een harde strijd met andere gegadigden.

Howard Yoon is als literaire agent gespecialiseerd in verhalende non-fictie. Hij heeft ook ervaring als ghostwriter en bezit een universitaire graad in Engelse literatuur en godsdienstwetenschap. Naar eigen zeggen kan hij ervoor zorgen dat een manuscript of een idee voor een boek wordt omgevormd tot een commercieel product dat goed is afgestemd op de markt. In een interview zei hij: ‘De truc is ervoor te zorgen dat een auteur de juiste boodschap heeft voor de juiste doelgroep.’ Volgens Alexander was zijn oorspronkelijke manuscript vier keer zo dik als het boek. Het lijkt aannemelijk dat Yoon hem in contact bracht met Tompkins, een van zijn cliënten.

Alexander wilde aanvankelijk een wetenschappelijk artikel over zijn casus schrijven, maar dat plan liet hij varen omdat hij het belangrijker vond het grote publiek beter voor te lichten. ‘Ik wilde die miljoenen bereiken omdat veel wetenschappers het publiek al lange tijd een verhaal vertellen dat niet helemaal waar is.’ Zij willen ons wijsmaken dat ons bewustzijn niet zonder hersenen kan bestaan, terwijl Alexander gelooft dat zijn eigen ervaring deze visie radicaal onderuithaalt. Vooral het feit dat hij zelf een hersenchirurg is die BDE-ervaringen in het verleden niet serieus nam, kan ongetwijfeld veel bijdragen aan zijn overtuigingskracht.

Sombere jaren

Het boek laat zich lezen als een vlot geschreven novelle. Omdat de hoofdpersoon lange tijd niet aanspreekbaar is, wordt in verschillende hoofdstukken beschreven hoe zijn familieleden en vrienden zich om hem bekommeren. Ook hun gedachten en dialogen worden weergegeven. We komen bovendien meer aan de weet over de levensgeschiedenis van de onfortuinlijke arts, die heel relevant blijkt te zijn voor de plot het verhaal.

Toen hij vier maanden oud was, werd Eben geadopteerd door de neurochirurg Eben Alexander II. Zijn biologische moeder kon hem niet goed verzorgen omdat ze nog maar 16 jaar oud was. Het echtpaar Alexander had eerder een dochter geadopteerd en kreeg later zelf nog twee dochters. Eben wist al op jonge leeftijd dat zijn moeder hem had afgestaan, maar had dat nooit als een probleem ervaren. Dit veranderde in het jaar 2000, toen zijn zoon Eben IV voor een schoolproject meer wilde weten over zijn familiegeschiedenis. Eben III probeerde informatie in te winnen bij de organisatie die zijn adoptie had geregeld. Tot zijn verbijstering kreeg hij te horen dat zijn biologische ouders later met elkaar waren getrouwd en dat ze nog drie kinderen hadden gekregen. Hun jongste dochter was echter in 1998 overleden. Dit verlies hadden ze nog niet verwerkt en daarom hadden ze even geen behoefte om met hun verloren zoon in contact te komen.

Deze afwijzing leidde er volgens Alexander toe dat hij erg somber werd en dat zijn carrière in het slop raakte. Hij verloor ook zijn geloof in een liefdevolle God. Uit zijn cv blijkt dat hij in 2005, na een sabbatical year, alleen nog werkte als consultant voor de Gerson Lehrman Group. Dit is een onderneming die adviezen geeft aan beleggers en investeerders door ze in contact te brengen met gespecialiseerde artsen en anderen die op een bepaald terrein deskundig zijn. Zulke activiteiten waren destijds wat controversieel omdat er mogelijk soms artsen waren die informatie verstrekten over medisch onderzoek waarvan de resultaten nog niet openbaar waren gemaakt. Inmiddels hanteert men strenge regels.

In 2006 verhuisde Alexander met zijn gezin naar Lynchburg in Virginia. Daar werkte hij een jaar in het ziekenhuis waarin hij later zelf werd opgenomen. In 2008 werd hij Director of Research and Education bij een Foundation die nieuwe medische apparatuur ontwikkelt. Inmiddels was hij erin geslaagd met zijn biologische ouders en hun kinderen in contact te komen. Hij ontmoette ze voor het eerst in oktober 2007. Zijn vader was in de jaren 1960 opgeleid tot astronaut en had daarna als piloot gewerkt. Eben denkt dat dit mogelijk verklaart waarom hij zelf al op zijn veertiende leerde zweefvliegen. Zijn moeder vertelde wat er in het verleden allemaal was gebeurd en hoe ze altijd van hem was blijven houden.

De ontmoetingen met zijn ouders maakten volgens Alexander een einde aan zijn sombere jaren. Maar er was nog één wond die niet was genezen: het verlies van zijn in 1998 overleden zuster Betsy. Hoewel hij haar nooit had gekend, hoorde hij veel goeds over haar. Ze had gewerkt in een opvangcentrum voor seksueel misbruikte vrouwen en bracht het grootste deel van haar vrije tijd in een dierenasiel door. Zuster Kathy beloofde Eben dat ze een foto van Betsy zou opsturen. De foto arriveerde pas in 2009, vier maanden nadat hij het ziekenhuis mocht verlaten.

Beschermengel

Het gezicht op de foto kwam Eben enigszins bekend voor. Je zou verwachten dat hij al eens eerder een foto van Betsy had gezien toen hij zijn familie ontmoette, maar daar horen we niets over. De volgende dag las hij in een spiritueel boek van Elizabeth Kübler-Ross over een meisje dat tijdens haar bijna-doodervaring een broer was tegenkomen. Dat verbaasde haar omdat ze geen broer had. Maar toen ze er met haar vader over sprak, kreeg hij tranen in zijn ogen en vertelde hij dat haar broertje drie maanden voor haar geboorte was overleden.

Zus van EbenEben keek nog eens goed naar de foto van zijn overleden zuster en wist toen plotseling zeker dat hij haar in de hemel had gezien. Ze zat naast hem toen hij op de bont gekleurde vleugel van een vlinder boven een landschap met bloemen en watervallen vloog. Rondom hem vlogen ontelbaar veel andere vlinders, als een levende rivier. Betsy droeg eenvoudige kleding in warme kleuren, net als de mensen die hij onder zich zag. Dat leken boeren die een rondedans maakten. Er speelden ook kinderen en er rende een hond rond (Tompkins had dus gelijk).

Tijdens zijn BDE had Eben geen besef van zijn eerdere leven op aarde. Hij dacht ook niet meer in woorden en was zich er niet van bewust dat hij een lichaam had. Hij was slechts een ‘spikkel’ op de vleugel van de vlinder. Het meisje, dat hij niet kende, kon hem blijkbaar wel zien, want ze keek hem aan met diepblauwe ogen en communiceerde woordeloos. Pas later, toen hij zijn verhaal op papier zette, probeerde hij te ‘vertalen’ wat ze had gezegd: ‘Je wordt bemind en gekoesterd, innig en voor altijd. Je hebt niets te vrezen.’

Aanvankelijk was Eben teleurgesteld dat hij in de hemel geen bekenden had gezien. Zijn adoptiefvader was in 2004 overleden, maar de oud-chirurg vertoonde zich niet. De aanwezigheid van Betsy maakte dit ruimschoots goed en was bovendien heel bruikbaar voor het boek, waarin ze uitgroeide tot een beschermengel. Zonder Betsy zou het verhaal over Ebens adoptie minder relevant zijn geweest en zou het waarschijnlijk ook meer moeite kosten om van het boek een aantrekkelijk filmscenario te maken.

Jammer genoeg kunnen we niet vaststellen of het vlindermeisje werkelijk zo sprekend op Betsy leek en of Eben in staat was om zich haar gezicht na ruim vier maanden nog haarscherp voor de geest te halen. De verleiding om haar als Betsy te identificeren was ongetwijfeld groot. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij onbewust een pseudoherinnering creëerde. Het is ook mogelijk dat hij al eerder een foto van Betsy had gezien. Als dokter Alexander ooggetuige was geweest van een misdrijf, dan zou hij de rechtbank er vast niet van hebben kunnen overtuigen dat hij de verdachte op een foto had herkend. Hij had dan moeten aantonen dat hij de persoon kon aanwijzen in een reeks foto’s van soortgelijke personen.

Tijdsbepaling

De bijna-doodervaring van Eben Alexander bestaat uit een aantal scènes. Aanvankelijk bevindt hij zich in een soort vieze modder of gelei. Hij kan er nog enigszins doorheen kijken en ziet structuren die een beetje op wortels of bloedvaten lijken. Ver weg hoort hij een zwaar en ritmisch kloppen. Hij ziet ook groteske dierenkoppen die grommen en soms monotoon zingen. Het is een beklemmend oord waar het onaangenaam ruikt. Hij wilde er weg.

De verlossing komt van boven in de vorm van prachtige muziek en een naderend licht dat lijkt rond te draaien. Via een opening komt Eben onverwacht in het vlinderparadijs terecht. Er was geen tunnel, zoals andere BDE’ers rapporteerden. Mogelijk was er ook geen opening, maar is die later toegevoegd als een logische overgang van de ene naar de andere scène. Het engelachtige meisje vertelt dat hem vele dingen getoond zullen worden, maar dat hij daarna terug moet. Ze sprak ‘zonder deze woorden feitelijk te gebruiken maar door hun abstracte essentie rechtstreeks over te brengen’. De tocht op de vleugel van de vlinder hoeft niet zo lang te hebben geduurd als Eben suggereert, misschien slechts een paar minuten, want hij verstrekt er maar weinig details over.

Wat later bevindt hij zich in de wolken, al of niet met vlinder. Hoog boven zich ziet hij een zwerm glinsterende bollen, die net als straaljagers sporen achterlaten. Dit waren mogelijk engelen. Hij hoort een schitterend gezang en voelt een warme lentebries, al kan deze wind niet in zijn gezicht blazen, omdat hij immers geen lichaam meer heeft. Hij begint de wind vragen te stellen over zijn situatie en krijgt perfecte antwoorden, ‘waar ik in mijn aardse leven jaren over zou hebben gedaan om ze volledig te begrijpen’. Daarna vliegt hij een inktzware duisternis binnen, die tegelijkertijd overloop van licht. In deze ‘Kern’ voelt hij overal de aanwezigheid van God, een onmetelijk Wezen met menselijke kwaliteiten, in oneindig grote mate. Het Wezen, dat hij later Om noemt (vanwege het geluid dat hij ermee associeert), verschaft hem gigantisch veel kennis. De communicatie geschiedt via een lichtbol, die eigenlijk Betsy was.

Na deze mystieke ervaring keert Eben via de vlinderwereld, die hij de Poort (Gateway) noemt, terug naar de modderige onderwereld, waar zijn reis begon. Hij vertelt niet waar de vlinder hem weer oppikte, maar ziet beneden zich dezelfde dorpsbewoners. Het is niet uitgesloten dat de reis in werkelijkheid minder ordelijk verliep. Wie zo’n ervaring navertelt, heeft automatisch de neiging om lacunes op te vullen. In de onderwereld is het nu beter te verduren, omdat hij deze is gaan zien als onderdeel van het grote geheel. Bovendien slaagt hij er een paar keer in (hij weet niet meer hoe vaak) terug te keren naar de Kern, door zich de noten van de prachtige muziek weer te herinneren. Maar uiteindelijk lukt dit niet meer omdat de hemelpoort gesloten is.

Het verhaal over de gebeurtenissen op aarde wordt in het boek meermaals onderbroken door een kort hoofdstuk over Ebens belevenissen in de hemel. Zo begint het negende hoofdstuk met de zin: ‘In de tussentijd bevond ik mij in de wolken.’ Op aarde is het dan dinsdag 11 oktober. Op deze wijze wordt de indruk gewekt dat de hoofdpersoon zes dagen lang bewuste ervaringen had. Volgens dokter Alexander is het een feit ‘dat ik tijdens de week waarin ik in coma was met mijn volle bewustzijn in een andere dimensie vertoefde’. Ook in interviews herhaalt hij deze stelling voortdurend. Het is zijn bewijs dat ons bewustzijn geen hersenen nodig heeft.

Maar hij kan niet aantonen dat zijn bijzondere ervaringen werkelijk zes dagen duurden. In het boek kunnen we vele malen lezen dat hij alle besef voor tijd was verloren. Hoe kan hij dan uitsluiten dat zijn ervaringen zich pas voordeden nadat men de verdoving sterk had verminderd en zijn neocortex op zondag weer geleidelijk begon te functioneren? Als deze vraag wordt gesteld, dan beroept hij zich op enkele gezichten die hij waarnam en die hij beschouwt als ‘ankers’ in de tijd. De informatie die hij hierover verstrekt, is echter allerminst overtuigend.

Tijdens de laatste fase van zijn BDE zag hij eerst een heleboel knielende gedaanten die aan het bidden waren. Later herinnerde hij zich dat twee daarvan leken op Michael Sullivan en zijn vrouw Page. Dat kon kloppen want Sullivan was zijn buurman en tevens priester van de presbyteriaanse kerk waar hij lid van was. Sullivan was meteen naar het ziekenhuis gesneld toen Eben Alexander werd opgenomen. Hij kwam daarna nog meerdere malen langs (zonder zijn vrouw) om samen met andere bezoekers en verpleegkundigen rond het bed te bidden. Er wordt soms beweerd dat Alexander een atheïst was, maar zo ver was hij nog niet van de kerk verwijderd geraakt.

Aan het slot van zijn BDE zag Eben enkele gezichten die hij zich naar eigen zeggen nog goed herinnerde toen hij weer bij kennis kwam. Het waren de personen die op zondag fysiek bij hem aanwezig waren, met uitzondering van Susan Reintjes, een goede vriendin van zijn vrouw Holley. Reintjes bezit naar eigen zeggen paranormale gaven waarmee ze kan communiceren met comapatiënten. Ze publiceerde in 2003 een boek over haar gaven en eind 2012 nog een boek over haar contacten met elfjes.

Holley had haar vriendin gevraagd om vanuit haar woonplaats in Californië telepathisch in contact te treden met Eben. Susan vertelde hem later dat ze dit op donderdag- en vrijdagavond had gedaan door zich voor te stellen dat ze een telepathisch touw in een put liet zakken en langs dat touw heel diep naar beneden klom. Een klein rukje aan het touw, alsof ze een vis had gevangen, overtuigde haar ervan dat Eben nog niet verloren was. Hij wilde graag geloven dat hij haar gezicht al op donderdag of vrijdag in de modder had gezien, en niet pas voor het eerst op zondag, maar kon zich dat helaas niet meer duidelijk herinneren.

Zelfs wanneer je gelooft dat hij op paranormale wijze te weten kwam dat Susan Reintjes contact met hem zocht, dan is dat nog geen reden om aan te nemen dat dit gebeurde toen hij in coma was. Als hij zijn ervaringen pas later kreeg, toen zijn hersenen weer actief werden, dan verklaart dat ook hoe hij ze kon onthouden.

Onvoorwaardelijke liefde

‘In dit verhaal is er één woord dat telkens weer naar voren komt’, schrijft Eben Alexander. Dat is het woord ‘echt’. Hij benadrukt wel tienmaal dat hij zeker weet dat zijn ervaringen geen droom of hersenspinsel waren. ‘Ik ken het verschil tussen fantasie en werkelijkheid’, beweert hij. Maar hij heeft geen poging gedaan om de wereld waarin hij zich bevond goed te onderzoeken.

In zijn herinnering vloog hij mee op de vleugel van een vlinder, terwijl hij naar het landschap onder zich keek. Dat klinkt niet zo reëel, want echte vlinders klapperen met hun vleugels, wat de reis veel minder aangenaam zou hebben gemaakt. Je kunt je ook afvragen waarom hij een vervoermiddel nodig had en of hij door de vleugel heen naar de grond kon kijken. En hoe zat het met de boeren die hij zag? Dansten die voortdurend in het rond? (In de Nederlandse editie zit hij overigens niet op een vleugel, maar vliegt hij over een ondergrond die lijkt op een vlindervleugel. Misschien wilde de vertaalster het verhaal wat aannemelijker maken.)

Alexander had geen uittredingservaring of lucide droom, want tijdens zo’n ervaring weet je dat je fysieke lichaam zich niet bevindt op de plek van waaruit je ogenschijnlijk waarnemingen doet. Alexander wist niet meer dat hij op aarde leefde. Zo helder was hij niet. Dit leidde er volgens hem toe dat zijn BDE dieper was dan de BDE’s van lotgenoten, en dat hij verder kon reizen. Hij beweert dat hij veel meer kennis verkreeg dan andere BDE’ers, omdat hij dagenlang door God zelf werd onderwezen. Hij acht het mogelijk dat hij als kritische neurochirurg speciaal voor dit doel werd uitgekozen. Daarom kreeg hij zo’n zeldzame ziekte, die zijn hogere hersenfuncties volledig lamlegde, en daarom genas hij op miraculeuze wijze.

In de hogere wereld was het heel makkelijk om iets te leren. Zodra er een vraag in hem opkwam, was het antwoord al volledig gegeven. De kennis werd ‘onmiddellijk en voor altijd opgeslagen’. Alexander is er zeker van dat hij tot op de dag van vandaag nog steeds alle verkregen kennis bezit, ‘veel helderder dan informatie die ik tijdens mijn schooljaren heb vergaard’. Het is alleen wat spijtig dat hij de kennis niet makkelijk naar boven kan halen. ‘Maar de informatie is er, dat voel ik.’ Hij voelt alle kennis nog zitten, maar vermoedelijk niet in zijn stoffelijke hersenen, want hij neemt aan dat hersenen de waarheid blokkeren en verhullen. Ze fungeren als een soort filter, dat niet alles doorlaat. Zelfs de noten van het schitterende muzikale deuntje dat hem naar hogere sferen leidde, kan hij nu niet meer neuriën.

Alexander schrijft dat het hem nog vele jaren zal kosten om met zijn beperkte hersenen alles te begrijpen wat hij zonder hersenen onmiddellijk en moeiteloos snapte. Hij heeft inmiddels al veel visionaire boeken gelezen over de hogere wereld, de bijzondere vermogens van ons bewustzijn, de kwantumfysica en dergelijke. Daar blijkt veel in te staan dat hij op basis van zijn ervaringen als waarheid kan herkennen. In zijn boek onthult hij enkele waarheden die hij inmiddels onder woorden kan brengen. De belangrijkste twee zijn dat alles voorkomt uit bewustzijn en dat liefde de basis is van alles. Er is weliswaar ook kwaad in onze wereld, maar dat valt in het niet bij ‘de goedheid, overvloed, hoop en onvoorwaardelijke liefde waarin het universum letterlijk is ondergedompeld’.

Het kwaad is niet meer dan een enkel zwart korreltje op een uitgestrekt goudgeel strand. God liet Alexander weten dat er vele universums bestaan en dat elk universum noodzakelijk een beetje kwaad bevat. Als het anders was geweest, dan zou er geen vrije wil kunnen bestaan. Onze vrije wil en de wijze waarop we met narigheid omgaan, stelt ons in staat naar een hoger spiritueel niveau te groeien door de juiste morele keuzes te maken, al kan het onvermijdelijk ook tot slechte daden leiden.

Dit lijkt geen waarheid waarvoor God een hersenchirurg bij zich hoefde te roepen, want veel theologen hebben al eerder hetzelfde betoogd. De verklaring is niet zo bevredigend omdat grote natuurrampen, dodelijke ziekten, gevaarlijke dieren en onvoorziene gevolgen weinig of niets te maken hebben met menselijke intenties. Het is weliswaar mogelijk goede eigenschappen te ontwikkelen door problemen te overwinnen of anderen te helpen, maar er waren ook miljoenen mensen die zoveel problemen ondervonden dat ze er niet beter van werden maar er slechts aan doodgingen. In een interview vertelde Alexander dat mensen die leed veroorzaken daar in een volgend leven voor zullen moeten betalen. Wie veel ellende ondervindt, heeft dus mogelijk eerder iets fout gedaan.

Monroe InstituutIn februari 2011 (twintig maanden voordat zijn boek verscheen) volgde Eben Alexander het zesdaagse Gateway Voyage programma bij het Monroe Instituut in Virgina. Dat kost $2000 en maakt gebruik van binaurale tonen om uittredingservaringen en hogere bewustzijnstoestanden op te wekken (zie Koppenaal & Nanninga, 2010). Enkele maanden later schreef hij zich ook in voor het zesdaagse Lifelineprogramma van het instituut. Op deze cursus leer je hoe je overleden zielen de weg kunt wijzen naar het Reception Center in de andere wereld. In dit opvangcentrum kunnen de zielen overleden familieleden ontmoeten. Bovendien staan er spirituele counselors voor hen klaar die precies kunnen vertellen welke mogelijkheden ze hebben om zich verder te ontwikkelen.

Het Monroe Instituut biedt ook een cursus om je vorige levens te herinneren. Er is wel wat fantasie voor nodig, maar daar ontbreekt het Eben Alexander waarschijnlijk niet aan. Hij is inmiddels onderzoeksdirecteur van het instituut geworden en maakt er in zijn boek reclame voor. Met de audiotechnologie van Hemi-Sync is het volgens hem mogelijk je hersengolven te synchroniseren, zodat je bewustzijn uit kan treden. Alexander gelooft dat hij door middel van binaurale beats kan terugkeren naar het rijk dat hij tijdens zijn coma bezocht. Het Monroe Instituut vormt volgens hem de voorhoede van een wereldwijde bewustzijnstransformatie. Het instituut beschikt over geavanceerde technieken om het bewustzijn te laten ontwaken en de gehele mensheid te bevrijden uit haar cocon.

Geef me vijf minuten met een neurowetenschapper en ik garandeer je dat ik hem er waarschijnlijk van zal kunnen overtuigen dat de hersenen niet primair zijn, pochte Alexander in een lezing. Hij wil er zo snel mogelijk voor zorgen dat de medische gemeenschap correct geïnformeerd wordt. Dat zal de sluizen openen voor de miljoenen die het al geloven. Eben Alexander wil de mensheid weer op het juiste spoor zetten. In de toekomst zal iedereen hogere dimensies kunnen verkennen en zullen we beschikken over telepathische vermogens die de hele kosmos bestrijken.

‘Over honderd jaar zullen al deze dingen een feit zijn. De hele wereld zal weten dat het echt is’, zegt Alexander, die nieuwe boeken voor ons in petto heeft. Zouden zijn megalomane ideeën erop wijzen dat hij niet helemaal goed is hersteld? Of geeft de voormalige neurochirurg slechts blijk van een goed zakeninstinct?

Naschrift 2014

Uit een artikel van Luke Dittrich in het tijdschrift Esquire (2013) wordt duidelijk dat Eben Alexander als neurochirurg was gestopt nadat hij in verschillende ziekenhuizen bij vijf patiënten ernstige fouten had gemaakt, die hij soms verzweeg. Hiervoor moest hij een fikse schadevergoeding betalen.

De journalist sprak ook met dr. Potter, die Alexanders hersenvliesontsteking had behandeld. Zij vertelde dat Alexander zich in een zeer opgewonden, manische toestand bevond waardoor hij niet goed behandeld kon worden. Voor zijn eigen veiligheid had men hem in diepe slaap gebracht. Elke keer als de verdoving werd verminderd, begon hij weer om zich heen te slaan en wilde hij gaan schreeuwen. Daarom had men hem kunstmatig in coma gehouden. Hiermee is niet gezegd dat Alexander zonder de verdoving bij bewustzijn zou zijn gekomen. De bewegingen die hij maakte als men hem niet kunstmatig onder zeil hield, vonden waarschijnlijk onbewust plaats (voor een tegengeluid op het verhaal van Dittrich, zie Mays, 2013).

De arts had het boek van Alexander zelf niet gelezen. Eben had haar wel van tevoren een passage opgestuurd met de vraag of ze daarmee kon instemmen. Volgens haar klopte het niet helemaal, maar Alexander beschouwde dat als literaire vrijheid.

Luke Dittrich ontdekte nog enkele andere mogelijke leugentjes in de verhalen van Eben Alexander, maar die zijn minder relevant. Aanvankelijk beschouwde Alexander zijn eigen ervaringen niet als een bewijs dat hij in de hemel was geweest. Pas geleidelijk toonde hij zich daar steeds meer van overtuigd.

Uit: Skepter 25.2 (2012)

Rob Nanninga was hoofdredacteur van Skepter van 2002 tot 2014